Concertina

Vrijdag, 29 december, 2017

Geschreven door: André Verkaik
Artikel door: Nico Voskamp

Een afrekening in het justitiële milieu

[Recensie] Geheel toevallig, en omdat ik dit boek ging lezen, googelde ik het woord ‘Concertina’. Dat is “Een op een trekzak gelijkend muziekinstrument…” Pas de tweede betekenis kon ik met het boek associëren: “NATO prikkeldraad BTO-22”, dat overigens 42,99 euro per 150 meter kost, gratis thuisbezorgd. Verkaik licht in zijn voorwoord toe dat dit vlijmscherpe prikkeldraad op gevangenissen en detentiecentra wordt geplaatst om uitbraken te voorkomen. Ook spreekt hij de hoop uit dat zijn verhaal bijdraagt aan bezinning over de omgang met kwetsbare vreemdelingen.

Detentiecentra, bewakers en gedetineerden, in die wereld begeven we ons dus. Een aparte wereld, zo blijkt. Hoofdpersoon Gershon Weening is wachtcommandant in detentiecentrum Zeist en krijgt te maken met de gevolgen van de brand in het cellencomplex Schiphol-Oost in 2005. Daarbij komen elf gedetineerden om en raken vijftien gedetineerden en bewakers gewond. Een aantal van die gedetineerden belandt in kamp Zeist.

Verkaik baseert zijn roman op deze waargebeurde geschiedenis. Weening, die het alter ego van Verkaik lijkt te zijn, krijgt de gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor de nieuwbakken gedetineerden in Zeist. Geen sinecure, want bij het personeel in Zeist staan niet alle neuzen dezelfde kant op. Integendeel: de gedetineerdenbewakingsbranche lijkt niet de meest capabele werknemers aan te trekken. Weening moet opboksen tegen onverstandige collega’s, bureaucratische chefs en een wazig beleid. Als hij constateert dat gedetineerden van naam en cel wisselen met allerlei risico’s tot gevolg, zet hij dat in een mail aan alle afdelingshoofden van het gebouw.

Heel handig is dat niet. Weening moet zich verantwoorden, de collega’s voelen niet met hem mee of saboteren hem zelfs, en de leiding legt zijn functioneren onder een vergrootglas. Na een incident verergert de toch al Kafkaëske sfeer en alsof dat niet erg genoeg is, gaat zijn directe leidinggevende hem steeds onheuser bejegenen.

Boekenkrant

Verkaik geeft geen gunstig beeld van het milieu binnen een detentiecentrum. Ook de sturing van bovenaf, justitie dus, laat te wensen over. Gevangenen en bewakers worden tegen elkaar uitgespeeld met als slachtoffer de vaak hulpeloze gedetineerden. De verdienste van dit boek is licht werpen op dat milieu. Wat daar helaas afbreuk aan doet, is de taaie stijl:

“’Welkom in het hotel van de minister van Justitie, stelletje hoeren!’ De zenuwachtig lachende stem van de portier schalde blikkerig vanuit de intercom de mannen van de dagploeg tegemoet terwijl ze de loge van gebouw 5 benaderden. De verwensingen die de portier oogstte ketsten af tegen de dikke kogelvrije glaswand die hem van de binnenkomende bewakers scheidde.”

Een goede redacteur had zo’n stapelende jongensboekenstijl kunnen stroomlijnen. En in één moeite door de grammatica nakijken. Tip voor het volgende boek wellicht. Afgezien van dat verhelpbare probleem is het boek een rake aanklacht tegen misstanden in de justitiële sfeer. De oppervlakkige lezer zou het boek trouwens ook kunnen lezen als een persoonlijke afrekening in het justitiële milieu, maar dat lijkt me onjuist. Daarvoor is de wens van Verkaik om met bezinning om te gaan met kwetsbare vreemdelingen, te oprecht. Laten we hopen dat die bezinning er snel komt.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles