De deugd van broederschap

Woensdag, 28 september, 2022

Geschreven door: J. Janssen-Beij
Artikel door: Edwin Stok

Sociaal kapitaal van Gildebroeders in de Noord-Brabantse Schuttersgilden, 1600-2000

[Recensie] Vroeger, toen alles nog anders was, kenden heel wat Nederlandse Provincies dwarsverbanden van ambachtsgroepen zoals de zilver- en goudsmeden, de bakkers, de slagers, de landbouwers, de bestuurders. Door de eeuwen heen organiseerden zij zichzelf in Gilden, en specifiek in Schuttersgilden. Nog langer geleden waren de Schuttersgilden de eerste lijn van bescherming tegen struikroverij en armoede. Naarmate de Overheden in Nederland steeds meer taken op zich namen, was er voor de Schuttersgilden minder aan verantwoordelijkheden, maar de tradities, de bijeenkomsten, het vendelen, het tamboeren, en het oefenen op de karabijn, de boog, de voetboog en de kruisboog bleven. Op bijzondere Gildedagen zoals het schieten voor de koningstitel en voor de (ver)teerdag – 1x per jaar wordt de ‘pot verteerd’ tijdens een gezellig samenzijn met alle leden en hun families – gaan de Gilden ter Kerk voordat de traditionele Gilde-activiteiten van die dag aanvangen. Vaak gaat Heeroom (een oude uitdrukking voor de Priester en Kapelaan) op de dag van het koningschieten na afloop van de kerkdienst mee, want het schieten wordt ingeluid door 3 schoten door het Burgerlijke Gezag (meestal de Burgemeester of Loco-burgemeester) en 3 schoten door het Geestelijke Gezag (de lokale Priester, de Priester-Deken, of de Kapelaan). Aan het einde van de dag van het koningsschieten trekt “de Gild” massaal naar het Stadhuis en naar de Priesterwoning om aldaar hun nieuwe gildekoning en -koningin voor te stellen. En de gastheren (de burgervader en de Pastoor) trakteren dan heel ‘de Gild’ op erewijn. De teerdag van de Gilden valt doorgaans samen met de Patroonsdag, wat de jaardag is van een Heilige die een Gilde als patroon heeft. Ook deze Gildedag vangt aan met een kerkdienst. Daarna volgen een uitgebreide en vrolijke koffietafel, en een middag – soms overlopend in een avond – van sociaal samenzijn en activiteiten die minder met de Gildetradities te maken hebben. Er wordt gevierd in vriendschap en broederschap.

Openbare tradities
De meeste van de Gilde-tradities zijn interne tradities, maar enkele zijn in de Nederlandse bevolking zeer bekend. Denk aan de optochten in vol ornaat, het trommelen en het vendelzwaaien, de openbaar toegankelijke schutterstoernooien, de entree bij de kerkdienst “met vliegend vaandel en slaande trom” en het zelf inzamelen van de collecte tijdens de Kerkdienst, waarbij de Gildeleden zilveren munten (tegenwoordig € 2,- munten) inbrengen als collectegeld en het “neigen van het vaandel” tijdens de Consecratie. Iets minder bekend, maar ook openbaar, zijn de begrafenissen van Gildebroeders. In vol ornaat, met vaandel en met saluutschoten.

Koningsgilden
In het boek De deugd van broederschap, sociaal kapitaal van Gildebroeders in de Noord-Brabantse Schuttersgilden, 1600-2000 gaat de auteur uitgebreid in op veel aspecten van deze Gilden, waaronder de kunstige Koningsschilden door de eeuwen heen, de samenstelling van de Gilden, beroepsgroepen die wel en niet binnen een Gilde aanwezig waren en zijn, familieverbanden van generatie op generatie, de interne schutterscompetities en de competities tussen verschillende Gilden, de Schuttersdagen, de Gildekleding, de verenigingsjubileums, uitvaarten met Gilde-eer, en het uitdragen van de Gilde-identiteit (intern en extern). Het boek is een handzaam naslagwerk geworden, geïllustreerd met foto’s en leerzame statistieken. De auteur heeft het fenomeen ‘Gilde’ goed in kaart gebracht. Het Gildewezen in Noord-Brabant is een immaterieel cultureel erfgoed sinds november 2013. Het allerbelangrijkste, de kern van het Gildewezen, staat markant in het boek vermeld bovenaan bladzijde 153:

“De onderlinge steun en wederkerigheid, de broederschap, is de hoogste vorm van het maatschappelijke kapitaal van het Gilde”.

Samenhang, verwantschap, vriendschappen. Naast de familieverbanden binnen de Gilden zijn er immers ook de vriendschappen die daar ontstaan, plus de dwarsverbanden van beroepsgroepen.

Twee laatste categorieën die het boek behandelt, zijn de trouw aan God, Koning en Vaderland, en het hebben van een Gildekapel in de lokale Kerk. Die eed van trouw legt een aspirant-lid af op de dag dat hij of zij volledig lid wordt. Plechtig, na afloop van een Kerkdienst, staande voor de Gilde-kapel, en voor het eerst gekleed in vol ornaat. Bij voorkeur wordt de eed van trouw afgelegd met de hand op de staf van het Gildevaandel, terwijl de Gildeleden om de nieuwe leden heen staan – en er op letten dat je iedere vraag en belofte voor het lidmaatschap correct beantwoordt –

De auteur concludeert denk ik terecht, dat de Schuttersgilden in Noord-Brabant expressieve verenigingen zijn, en dat ze door die eigenschap beter in staat waren om door de eeuwen heen hun actieve bestaan te behouden.



Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow