De Leidse architect W.C. Mulder (1850-1920)

Maandag, 15 augustus, 2022

Geschreven door: Marcel Leechburch Auwers
Evelyn de Regt
Artikel door: Rijkert Knoppers

Geslaagde biografie over industrieel architect

[Recensie] Kan je je ontwikkelen tot een van de belangrijkste architecten die Leiden ooit gekend heeft, zonder dat je daarvoor een academische opleiding gevolgd hebt? Jazeker! Kijk maar naar Willem Cornelis Mulder (1850-1920), die slechts op een avondschool enkele technische vakken had gevolgd. Het ging hierbij in het eerste jaar om rekenkunde en bouwkunde, later volgden andere onderwerpen als wiskunde, perspectiefleer, natuur- en werktuigbouwkunde. In september 1870 ging hij als 20-jarige aan het werk als docent bouwkundig tekenen, in 1873 vestigde hij zich als zelfstandig architect. De titel van architect was in die tijd niet beschermd, kennelijk was zijn technische kennis voldoende om aan de slag te gaan. Zijn eerste opdracht betrof de bouw van zes arbeiderswoningen in opdracht van de Leidsche Bouwvereeniging. Mulder verrichtte hierbij goed werk, wat blijkt uit het feit dat hij voor de rest van zijn leven als vaste architect voor de Bouwvereeniging zou blijven werken.

Industriestad
De tijd was gunstig om als bouwkundig ontwerper aan de slag te gaan, Leiden ontwikkelde zich sterk als moderne industriestad, terwijl de stad zich steeds meer uitbreidde. Mulder speelde daarbij ook een actieve rol, onder meer door een groot weiland in de Roomburgerpolder en de Cronesteinpolder te kopen, met de bedoeling hier onder meer een villapark en tennisbanen te realiseren. Ook het bouwen van een eigen huis aan de Zoeterwoudsesingel stond op zijn agenda. Daarnaast was hij sterk maatschappelijk betrokken, wat onder meer bleek uit zijn vele bestuurlijke functies en zijn inzet voor de verbetering van de woonsituatie van Leidse arbeiders.

Vanuit diverse industriële bedrijven kreeg Mulder steeds vaker opdrachten. De Grofsmederij, uitgeverij Sijthoff, en bijvoorbeeld Broodfabriek Ceres schakelden allen Mulder in als architect. In totaal zou Mulder betrokken raken bij de bouw of renovatie van meer dan honderd industriële gebouwen, die zich veelal in het centrum van Leiden bevonden. “Het is intrigerend dat Mulder zo veel opdrachten vanuit de industrie kreeg en dan ook nog van alle grote Leidse fabrikanten,” schrijven Marcel Leechburch Auwers en Evelyn de Regt in hun boeiende biografie. “Dat betekende dat óf zijn klanten waar voor hun geld kregen (snel, goedkoop en degelijk), óf dat er weinig concurrentie was óf dat de markt min of meer verdeeld was.” Maar behalve vanuit de industrie ontving Mulder ook veel opdrachten op het gebied van de woningbouw, horeca, sociale zorg, onderwijs en kerken.

Plattegronden
Het boek is rijk geïllustreerd met foto’s, bouwtekeningen en plattegronden van de besproken gebouwen. Toch zou er wel wat meer kaartmateriaal mogen zijn. Bijvoorbeeld deelkaarten van een buurt of een wijk waar veel creaties van Mulder te zien zijn, handig voor diegenen die de betreffende woningen of bedrijven met eigen ogen willen zien. Wat in dit chique boek stoort zijn de vele typefouten die de tekst ontsieren, zelfs tot op de omslag aan toe! Een ander minpunt is, dat in de index de voor de hand liggende trefwoorden als Meelfabriek, Clos en Leembruggen en Volkshuis ontbreken. De index noemt alleen maar namen en adressen, zo lezen wij. Maar hoe zouden we in het boek bijvoorbeeld informatie over dekenfabriek Zaalberg moeten vinden? Eerst via internet het adres opzoeken en vervolgens de straatnaam in het register opzoeken? In dit geval levert de exercitie niets op.

Ondanks deze onvolkomenheden gaat het hier om een buitengewoon informatief boek, dat een goed beeld geeft van deze zeer belangrijke Leidse architect, die vanuit uiteenlopende bouwstijlen zoals neorenaissance, chaletstijl, jugendstil en traditionalisme een essentiële invloed heeft uitgeoefend op de gebouwde omgeving van Leiden. Interessant is ook dat over vrijwel alle gebouwen veel achtergrondinformatie gegeven is, onder meer over de gehanteerde bouwstijl.

Kookboeken Nieuws

Eerder verschenen in De Ingenieur (augustus 2022)