De robots komen eraan!

Vrijdag, 26 augustus, 2016

Geschreven door: Wouter van Bergen
Artikel door: Marnix Verplancke

…en ze zijn niet meer tegen te houden

[Interview] Robots zullen ons werk verlichten beweerde men ooit. Ze zullen het afpakken, horen we vandaag steeds vaker. Zijn robots een vloek of een zegen? Wouter van Bergen schreef er een boek over, De robots komen eraan!, en ze zijn niet meer tegen te houden.

Je kunt niet meer om de robot heen. Er zijn robots die je verwelkomen in het ziekenhuis, die de ideale vriend zijn voor dementerende bejaarden of eenzame mannen stomende seks beloven. Er zijn er die pannenkoeken bakken, die je aan de lijn krijgt wanneer je naar een call center belt of die auto’s assembleren. Er zijn er zelfs die met die auto’s rijden. En daar ging het onlangs mis. Op 7 mei reed een Tesla model S in Autopilot mode onder een oplegger door waarbij de chauffeur om het leven kwam. “Dit zal ongetwijfeld een staartje krijgen,” zegt Wouter van Bergen, de auteur van De robots komen eraan! “Autoriteiten zullen strenger worden. Wanneer een mens tegen een vrachtwagen rijdt, is hij afgeleid. Een zelfrijdende auto kent dat niet. Die let altijd op. Het detectiesysteem had de vrachtwagen gewoon over het hoofd gezien. Tesla heeft daar een verklaring voor. We hebben hier te maken met een unieke situatie, zei het bedrijf, met een witte vrachtwagen bij avondlicht. Alleen is dat natuurlijk geen unieke situatie. Er rijden heel veel witte vrachtwagens rond, ook bij avondlicht. Hun systeem staat dus duidelijk nog niet op punt.”

De Tsjechische schrijver Karel Čapek was de eerste die het woord robot gebruikte, in zijn uit 1921 daterende toneelstuk R.U.R., wat staat voor Rossums’s Universal Robots. In het Tsjechisch betekent robota zoiets als corvee of dwangarbeid. Heel lang bleef de robot een cultureel gegeven. Hij dook op in literatuur en films, en werd steevast voorgesteld als een machine waarmee het uiteindelijk fout liep. Tot hij in 1961 zijn intrede deed in een autofabriek van General Motors. Ook vandaag is de auto-industrie nog steeds de grootste afnemer van industriële robots: 43% van de 230.000 in 2014 verkochte toestellen gingen daar naartoe.

Vraag echter aan een kind om een robot te tekenen en je zal geheid een mensachtige machine te zien krijgen, met ledematen, een romp en een hoofd met ogen en een mond, en geen mechanische lasarm. Net omdat we ons robots onbewust zo voorstellen voelen we ook empathie voor hen. Een jaar of tien geleden werd een robot ontwikkeld die eruit zag als een spin met heel veel poten. Hij kroop door een mijnenveld, stapte met een van zijn poten op een mijn en BOEM, pootje eraf. Daarna liep hij verder, liep weer op een mijn en weer BOEM, pootje eraf. Het robotje deed het fantastisch tijdens de demonstratie, tot een legerkolonel deze liet stilleggen omdat hij het niet langer kon aanzien. Robots zijn ons dus minder vreemd dan we weleens zouden denken, en dat op meerdere vlakken.

Wordt Vervolgd

Wouter van Bergen, in het dagelijks leven journalist economie bij De Telegraaf, is vanuit een sociaal-economische interesse het robotverhaal ingerold. Hij is dus geen techneut die opgewonden raakt bij het horen van het gezoem van een bewegende robotarm of urenlang kan doorgaan over de wijze waarop de nieuwe generatie robots de wereld ziet. Nee, wat hem interesseert, is hoe robots ons leven en onze samenleving zullen veranderen. En in feite zou ons dat allemaal moeten interesseren, want de tekenen voorspellen weinig goeds. Oxford-onderzoekers Carl Benedikt Frey en Michael Osborne kwamen bijvoorbeeld onlangs tot de conclusie dat in de nabije toekomst bijna de helft van onze jobs bedreigd wordt door automatisering. Van Bergen: “Frey en Osborne bekeken 702 beroepen en kwamen uit op een bedreiging van 47%, van vrachtwagenchauffeurs, over juridisch consulenten en boekhouders tot telemarketeers. Persoonlijk denk ik dat het zo’n vaart niet zal lopen omdat bij heel veel beroepen toch een menselijke factor komt kijken. We kunnen nu ook al een frikadel uit de muur trekken of een koffie uit een automaat halen, en toch doen we dat meestal niet. Er komen echter wel degelijk problemen op ons af. Vanaf de jaren 1970 is de maakindustrie grotendeels naar andere landen verhuisd. Aanvankelijk panikeerde men daar niet echt over. Het zou wel meevallen, zeiden velen, maar vandaag zijn er in Nederland en België nog nauwelijks banen over in de maakindustrie. Wat elders goedkoper kan worden gedaan, wordt ook elders gedaan. En hetzelfde zul je met robots zien: wat goedkoper door robots zal kunnen gedaan worden zal door robots gedaan worden. En dat is een onomkeerbaar gegeven. Een baan die door een robot wordt overgenomen, keert nooit meer terug naar een mens. Een werkgever zou wel gek zijn om altijd maar nieuwe mensen aan te werven terwijl er een alternatief bestaat dat nooit ziek is, geen kinderwens kent, niet naar huis moet ’s avonds, niet loopt te zeuren over de koffie en geen ruzie maakt met zijn collega’s. Je moet er geen refter voor voorzien en een verzekering moet je er ook al niet voor afsluiten. Mensen die een job hebben waarbij empathie nodig is, commerciële functies uitoefenen of creatief bezig zijn moeten zich niet meteen zorgen maken, maar zij die een baan hebben die net zo goed door een robot uitgevoerd kan worden zouden het wel eens knap lastig kunnen krijgen. Bij banken en verzekeraars zijn het voorbije decennium bijvoorbeeld al massaal veel banen gesneuveld door de automatisering.

“Er komen natuurlijk ook banen bij,” geeft van Bergen toe. “Die robots moeten geïnstalleerd en onderhouden worden. Omdat de productiviteit toeneemt zal er ook meer geld zijn dat in andere sectoren geïnvesteerd kan worden. En er is het beruchte reshoring natuurlijk: banen die verloren gegaan zijn aan landen met een lage loonkost die nu via automatisering terugkomen naar hier. Een bekend voorbeeld daarvan is de Philips scheerapparatenfabriek in Drachten. Op een gegeven moment werden dergelijke toestellen allemaal in het verre oosten gemaakt. Tot Philips een volledig geautomatiseerde fabriek bouwde in Nederland en de productie terughaalde naar hier om dichter op de markt te zitten en onmiddellijk te kunnen inspelen op nieuwe vragen. In die lights out-fabriek worden heel veel scheerapparaten gemaakt, maar er werken nauwelijks mensen. Ook reshoring zal dus niet alles compenseren. De ruimte voor de mens wordt gewoonweg kleiner.”

En de economische ongelijkheid groter, zo blijkt. De robots komen eraan! is immers niet Wouter van Bergens eerste boek. Eerder schreef hij samen met collega Martin Visser De kleine Piketty, waarin Thomas Piketty’s visie op de hedendaagse wereldorde en hoe die bedreigd wordt door een steeds groter wordende economische ongelijkheid voor een groot publiek uit de doeken werd gedaan. Van Bergen weet dus wel iets van economie. “Wanneer een groter deel van de productie door kapitaalgoederen gedragen wordt, door robots dus in plaats van door werknemers, kun je ook verwachten dat een groter deel van de winst naar de eigenaars van die kapitaalgoederen zal gaan. Zij krijgen dus relatief meer terwijl het stuk van de koek dat voor de arbeid rest, steeds kleiner wordt. Opvallend is ook dat vooral de middenbanen bedreigd worden door de robotisering. Het aanbod van de hogere, creatieve banen is nog steeds kleiner dan de vraag, waardoor daar de lonen stijgen. Een klein deel van die middenbanen kan naar boven toe groeien, maar het overgrote deel zal in lager betaalde banen terechtkomen. Het loon van de creatieve banen stijgt dus en dat van de naar beneden bewegende middenklasse daalt. De ongelijkheid zal dus toenemen. En de werkloosheid, terwijl we allemaal weten hoe belangrijk werk wel is voor een mens. Werkloosheid is veel meer dan een inkomensprobleem. Het is ook een sociaal probleem dat knaagt aan het zelfbeeld en het zelfvertrouwen. In Nederland hebben we nu een werkloosheidsgraad van 6,5%. Rooskleurige voorspellingen houden het niet op 47% werklozen erbij, maar slechts op 7%. Stel nu dat die voorspellingen uitkomen, dan zitten we toch op 13,5% werkloosheid. Dat is ongekend voor Nederland. En dan hebben we het nog over een land met een lage werkloosheid. Stel je voor dat hetzelfde gebeurt in Wallonië.”

Veel opties om deze kaalslag tegen te gaan hebben we volgens van Bergen niet. Banen scheppen via programma’s en statuten zet geen zoden aan de dijk, zegt hij, dat is alleen het verschuiven van geldstromen. In arbeidsherverdeling ziet hij ook al niet veel omdat je in een vrij land moeilijk iemand naar huis kunt sturen met de mededeling dat zijn tijd om is en dat het nu aan een ander is om te werken. En in een basisloon voor iedereen ziet hij ook niets: “Afgezien van het feit dat het onbetaalbaar is, stuit het idee dat mensen evenveel krijgen om niets te doen dan om te werken velen tegen de borst. Er zullen inderdaad altijd freewheelers zijn die hun hele leven languit op hun rug gaan liggen. Misschien speelt onze christelijke achtergrond hier een rol. In het zweet des aanschijns zul je je brood verdienen staat te lezen in het Oude Testament. Het verzet tegen het basisloon stamt bij manier van spreken dus al uit de Hof van Eden.

“Er zijn economen die voorstellen sociale bijdragen te heffen op robots omdat zij mensen vervangen die zulke bijdragen ook betaalden. Het doet me denken aan de jaren 1980 toen premier Joop den Uyl voorstelde om in Nederland een automatiseringsbelasting in te voeren omdat de toen in opgang komende computers banen zouden bedreigen. Dat voorstel heeft het niet gehaald, en terecht. Bedrijven concurreren met elkaar om te overleven. Die moet je daarin niet beknotten. Zo maak je je eigen bedrijven zwakker in een internationale concurrentiestrijd, en als het echt fout gaat verhuizen ze hun productie naar een buurland, waar geen robottaks wordt geheven. We moeten dus proberen zoveel mogelijk robots naar hier te halen. Als jij ze wil weren, komen ze in een buurland te staan, en dan heb je helemaal niets. In Limburg heeft men bijvoorbeeld de Nedcar-fabriek, waar ooit Dafs en Mitsubishi’s werden geassembleerd. Daar wordt nu de Mini gemaakt. 1200 robots geven werk aan 2400 mensen. Dat is de wereld niet, maar wel mooi meegenomen”.

Maar ook voor het onderwijs ziet van Bergen een grote taak weggelegd. “Vandaag investeert de overheid in je tot je een schooldiploma hebt,” zegt hij. “Verder zoek je het zelf maar uit. Het onderwijs moet dus anders. Het is een beetje een afgezaagd verhaal, maar we moeten ons hele leven lang leren. En dat is niet altijd even makkelijk. Het idee dat vandaag door het onderwijs uitgedragen wordt dat het voldoende is wanneer je weet waar je iets moet opzoeken is ook volkomen fout. Niets of niemand is zo goed in het opzoeken van informatie als een computer. 5G belooft een datatransmissie van een gigabyte per seconde. De mens haalt ongeveer 10 bit; 100 miljoen keer minder dus. We moeten dus iets doen wat de computer niet kan, die kennis in een context plaatsen en flexibel en creatief zijn. Waarom is het vandaag voor vijftig-plussers moeilijk om een baan te vinden? Omdat de loonkost hoog is natuurlijk, maar ook omdat men er bijna automatisch van uitgaat dat zij weinig flexibel zijn en moeite hebben om zich aan te passen aan nieuwe situaties. We moeten ervoor zorgen dat we straks niet allemaal vijftig-plussers zijn.”

In zijn boek schetst van Bergen een aantal mogelijke toekomstscenario’s, van robots die het voortbestaan van de mens bedreigen tot diezelfde robots die het welzijn van de mens verzekeren en vergroten. Zelf zit hij ergens in het midden. “Ik denk dat we relatief veel tijd hebben om ons voor te bereiden op de komst van die robots,” aldus van Bergen. “Het ziet er allemaal gaaf uit in presentaties en zo, maar in de praktijk staan we nog helemaal niet zo ver. We hebben robots die stofzuigen en robots die het gras maaien, maar dat zijn toch niet veel meer dan afstammelingen van de wasmachine: toestellen die ons het even makkelijker maken. Het idee dat we het qua intelligentie uiteindelijk zullen moeten afleggen tegen robots en dat we door hen geterroriseerd zullen worden is nog veraf, maar de beïnvloeding neemt toe. Deezer en Spotify zeggen ons wat we graag horen. Netflix raadt ons films aan en datingsites schuiven de mensen naar voor met wie we een avondje moeten gaan stappen. Zo lang robots niet over artificiële intelligentie beschikken, en die zal er wellicht pas in 2100 zijn, lijken we nog veilig.”

Eerder verschenen in De Morgen


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.