De Thibaults Deel 2

Vrijdag, 22 juli, 2022

Geschreven door: Roger Martin du Gard
Artikel door: Nico van der Sijde

Prachtig tweede deel van een gelukkig herontdekt meesterwerk

[Recensie] Vorig jaar had ik de grootste pret met deel 1 van het herontdekte en nieuw vertaalde meesterwerk De Thibaults van Roger Martin du Gard. Nu is het afsluitende deel 2 ook vertaald, en ik vond het schitterend. Degenen die moeite hadden met de wijdlopigheid van deel 1 (ruim 800 blz.) gaan zich vermoedelijk het schompus vervelen bij deel 2, dat nog dikker is (ruim 1000 pagina’s) en nog veel meer uitweidt over allerlei details. Maar de fans van deel 1 moeten echt direct deel 2 scoren en lezen!

Menselijke psyche
Deel 2 is minstens zo geniaal als het eerste deel in zijn werkelijk kraakheldere weergave van grillige, tegenstrijdige en soms ronduit irrationele roerselen in het menselijk gemoed. Daarin is Du Gard volgens mij echt exceptioneel. Ik ken geloof ik geen andere schrijvers die de complexiteit van de menselijke psyche in zulke heldere zinnen weten op te schrijven, zonder die complexiteit daarmee te versimpelen. Du Gard was een tijdgenoot van modernisten als Joyce, Musil, Woolf, Proust: schrijvers die de complexiteit van de menselijke binnenwereld en buitenwereld voelbaar maakten door een minstens even complexe stijl en vorm. Na WO I en Freuds ontdekking van het onbewuste was het volgens die modernisten toch echt helemaal uit de tijd om de wereld te beschrijven in heldere zinnen. Vandaar de enorme complexiteit van hun stijl, die ik trouwens zeer bewonder. Maar Du Gard doet iets totaal anders, en dat bewonder ik eveneens. Het unieke van Du Gard vind ik namelijk dat hij minstens zo veel grillige complexiteit laat zien als de modernisten deden, maar dat hij daarbij kraakhelder blijft. Joyce en Proust laten ons bewust verdwalen in het oerwoud van hun stilistische kronkelwegen, Du Gard daarentegen biedt ons steeds overzicht. We kijken bij Du Gard mee met een alwetende verteller die alles ziet en analyseert, maar die niks moreel beoordeelt, en die ons op ongehoord kristalheldere wijze alle grillige uithoeken laat zien in de hoofden van m.n. de broers Jacques en Antoine Thibaut. En daardoor maken wij kennis met twee enorm rijke en dynamische denkwerelden, die door hun onderlinge contrasten en onverzoenlijkheden nog rijker, grilliger, meerduidiger en complexer worden. Dat laat Du Gard dan gebeuren in diverse briljante dialogen en diverse al even briljante innerlijke monologen, die steeds worden bekeken door het oog van een ongehoord scherpzinnige, genuanceerde en geniaal observerende anonieme verteller.

Innerlijke complexiteit
In deel 2 echter wordt al die innerlijke complexiteit nog extra op scherp gesteld door de politieke realiteit van de periode 1914-1918: de periode dat alles en iedereen overal de greep op verliest zodat, tot veler verbijstering, de eerste wereldoorlog uitbreekt en de hele wereld in brand wordt gezet. De scherpte en intensiteit van gedachte en gevoel, die in deel 1 al aanzienlijk was, wordt dus in deel 2 nog beduidend opgevoerd. Du Gard geeft heel veel ruimte en aandacht aan de enorme politieke verwarring van die dagen en aan de verbijstering die deze veroorzaakt bij m.n. Jacques en zijn socialistische politieke broeders. Maar hij laat vooral mooi zien hoe die verwarring de rebellie van Jacques nog verder voedt, tot in het extreme zelfs. In deel 1 was hij al een rebel, die nadrukkelijk ‘nee!’ riep tegen de al te starre maatschappelijke conventies. Maar nu wordt dat ‘nee!’ een nog veel luider en ook wanhopiger protest, omdat alle ontwikkelingen die leiden tot WO I voor Jacques wel HEEL nadrukkelijk laten zien dat de bestaande maatschappelijke ordes totaal niet deugen. En dat is voor hem aanleiding om nog fanatieker dan eerst te zoeken naar nieuwe manieren van denken, voelen en elkaar liefhebben. De werkelijk prachtig beschreven korte en onmogelijke liefdesverhouding met Jenny is hier misschien ook onderdeel van: twee intens eenzame, hoekige, compromisloos onaangepaste en gesloten zielen vinden elkaar voor even in een soort liefde die eigenlijk alleen mogelijk is omdat alle regels door de naderende oorlog zijn opgeschort. Eigenlijk een onmogelijke liefde dus, zij het (of: juist daardoor!) wel een enorm intense. En een zeer ontroerende: ik had ronduit de tranen in mijn ogen. Maar het protest culmineert vooral in een even absurde als ook heroïsche actie waarin Jacques nog een allerlaatste poging doet de oorlog te stoppen en om soldaten uit alle landen tot de socialistische ‘internationale’ te bekeren. Die actie faalt, is misschien ook naïef, zinloos en totaal onmogelijk, maar hij is wel volkomen overtuigend als protest. Want die actie is, juist OMDAT hij zo totaal breekt met alle conventionele gedachten over wat wijs en verstandig is, een luidkeels ‘NEE!!’ met opgeheven middelvinger tegen al die conventionele gedachten. En juist dat is voor Jacques het belangrijkste, want precies die gedachten hebben volgens hem de wereld gemaakt tot wat hij is, dus tot een oord waarin zomaar een wereldoorlog kan uitbreken. Met die wereld breekt hij dus radicaal, juist door de (vanuit conventioneel oogpunt) totale absurditeit van zijn actie. En zo wordt zijn fanatieke ‘nee’ tegen DEZE wereld eigenlijk een ‘ja’ tegen een andere wereld, zij het een wereld die NU nog niet mogelijk is. Of, anders gezegd: door zich zo nadrukkelijk niet neer te leggen bij de wereld zoals die is behoudt Jacques nog een sprankje hoop op een uitweg uit die wereld.

Onmogelijke liefdesverhouding
Dat ultieme protest van Jacques vind ik echt geweldig opgeschreven, net als zijn onmogelijke liefdesverhouding met Jenny. Maar ook heel fraai is de even onverzoenlijke als respectvolle dialoog tussen beide broers: Jacques die alleen de totale anarchistische afwijzing van alle gezag als uitweg ziet, Antoine die vindt dat men toch – ondanks alle kritiek die men op de regering kan hebben – zijn land moet verdedigen. Jacques wil dus deserteren, Antoine wil zijn land dienen in het leger: een botsing tussen twee onverenigbare standpunten, leidend tot een intense dialoog waarin de kernwaarden van beide broers op adembenemend wijze worden beproefd. Prachtig is ook hoe Du Gard die dialoog onbeslist laat eindigen, en hoe hij aandacht geeft aan de aarzelingen, tegenstrijdigheden en twijfels die in BEIDE standpunten zijn verweven. Als lezer word je daardoor zeer ervan doordrongen dat zwart-wit standpunten over ‘de juiste keuze’ helemaal niet mogelijk zijn in dit soort complexe situaties, en dat het er vooral om gaat aandacht te geven aan alle grijstinten, nuances en onbeslisbare enerzijds- anderzijds aspecten. Die dialogen tussen Jacques en Antoine zie ik dus als een uitnemend pleidooi voor genuanceerd en rationeel denken in open dialoog. En dat pleidooi voor genuanceerd en rationeel denken komt m.i. nog pregnanter naar voren in de dagboekaantekeningen van Antoine aan het eind van het boek: zijn leven is voorbij en hij weet dat, de wereld staat in brand en hij weet dat, en TOCH werpt hij een analytische en eerlijke blik in zijn eigen hoofd die tot een even weifelende als genuanceerde beoordeling leidt van wat en wie hij was en is. Dat is enorm ontroerend, vooral door de hoop die hieruit spreekt: het geloof in rationeel denken ook als de tijden irrationeel zijn, de kracht om in dat rationele denken ook twijfel en onzekerheid te omarmen, het commitment om elk simplificerend eindoordeel te mijden hoe zwaar dat in zulke hectische tijden ook is.

Wanhoop en dood
Deel 2 van De Thibaults bevat veel wanhoop en dood, zoals te verwachten viel bij een boek over WOI. Maar het bevat ook prachtige glimpen van hoop: de onmogelijke, kortdurende maar intense liefde tussen Jacques en Jenny; het absurdistische ‘nee!’ van Jacques tegen de wereld waarmee hij zijn hoop op een andere wereld tegen de klippen op blijft verdedigen; de uiterst genuanceerde dialogen tussen Jacques en Antoine; de zelfbeschouwing van Antoine die tegelijk een groot pleidooi is voor genuanceerd en twijfelend denken in tijden van chaos. Een pleidooi dat zeer ondersteund wordt door de stijl van Du Gard in het hele boek: een stijl die kraakhelder is, ook als het om troebele en complexe zaken gaat, een stijl die de lezer vraagt om aandacht te schenken aan de vele vaak tegenstrijdige grilligheden in het menselijke gemoed, een stijl die zich laat lezen als een langgerekt pleidooi voor nuancering en voor het opschorten van eenduidige oordelen. Bovendien een stijl die ons nadrukkelijk oproept om onszelf en anderen met eindeloos geduld en oog voor detail te observeren, en daarbij alles te bekijken als uniek geval dat zijn eigen unieke benadering verdient.

Kortom: ik vind het een meesterwerk, De Thibaults. Ik laat het een paar jaar bezinken, en dan lees ik deel 1 en 2 weer opnieuw, in een ruk. Wat een feest dat Roger Martin du Gard nu herontdekt is!

Eerder verschenen op Hebban

Hereditas Nexus