Een wedstrijd in menselijkheid - Wat het betekent om nu te leven

Woensdag, 1 juni, 2011

Geschreven door: Brian Christian
Artikel door: Bennie Mols

Speeddaten als Turing Test

“Afgelopen nacht werd ik dronken en deed met mijn magnetron de Turing Test. Hij slaagde. Het was de dag waarop mijn keuken slimmer werd dan ikzelf.” Dat schreef ene #DomDoze op Twitter. Een van de vele voorbeelden van hoe de Turing Test in de afgelopen decennia in de populaire cultuur is doorgedrongen.

De Britse wiskundige Alan Turing bedacht de Turing Test in 1950: je mag via een toetsenbord en een beeldscherm (waarop alle tekst verschijnt) chatten met een mens en een machine, maar je weet niet wie wie is. Wanneer je niet binnen vijf minuten in staat bent het juiste onderscheid te maken, dan is het volgens Turing fair om te zeggen dat de machine kan denken. Turing voorspelde dat computers vóór het jaar 2000 zouden slagen voor de test. Anno 2011 wacht de wereld nog steeds op de eerste geslaagde.

In zijn boek Een wedstrijd in menselijkheid doet de Amerikaanse informaticus en filosoof Brian Christian (1984) mee aan de Loebnerprijs, de enige praktische implementatie van de Turing Test. De wedstrijd wordt sinds 1991 jaarlijks georganiseerd. Christian is een van de ‘medeplichtigen’ tijdens de Loebnerprijs 2009. Achter de schermen moet hij zo menselijk mogelijk proberen over te komen op proefpersonen die niet weten of ze met een mens of een machine chatten.

Wordt Vervolgd

Christian gebruikt de Turing Test in zijn boek niet om na te denken over denkende machines, maar juist om na te denken over wat het betekent om mens te zijn. Hij filosofeert over moderne communicatievormen zoals e-mailen, sms-en, telefoneren met een klantenservice en speeddaten. Ze hebben wel wat weg van een Turing Test. Een e-mail kan van een kennis komen maar ook van een spambot. Hoe weten we het verschil?

Meedoen aan de Loebnerprijs als medeplichtige lijkt een aardige kapstok voor een boek. Maar die kapstok blijkt bij nader inzien zo gammel dat je er je jas liever niet aan ophangt. Christian wint bij de Loebnerprijs de titel ‘meest menselijke mens’. Alleen deden er maar vier menselijke ‘medeplichtigen’ mee en gebruiken de juryleden helemaal geen criteria. Ze stemmen op gevoel. Ook laat de auteur achterwege te vermelden dat de Loebnerprijs het lachertje van de kunstmatige intelligentie is; een carnavalsoptocht van chatbots. De beste wetenschappers op het terrein van de kunstmatige intelligentie trokken zich al na de eerste editie terug. Volgens de filosoof Daniel Dennett omdat het slagen voor de Turing Test ‘te veel Disney vereist en te weinig wetenschap’.

De boekvertaling rammelt. De Nederlandse tekst spreekt over dammen. In het Engelse origineel gaat het over ‘checkers’, een variant van dammen op een acht bij acht-bord in plaats van een tien bij tien. Dat verschil is cruciaal. Terwijl ‘checkers’ door de computer volledig is opgelost (hij kan niet verliezen), geldt dat niet voor dammen, zoals de vertaling wel suggereert. En waar in de Nederlandse vertaling ‘analytische motor’ staat, had toch echt de eigennaam van een beroemde machine moeten staan: de Analytical Engine van de 19e eeuwse computerpionier Charles Babbage.

Christian slaat in zijn boek zoveel zijpaden in dat het de lezer gaat duizelen. Het hoofdpad blijft in nevelen gehuld. Nu eens filosofeert hij alinea’s lang over de ziel, het doel van het leven en het existentialisme, dan weer laat hij de lezer worstelen met technische uitweidingen over ‘locatiespecificiteit’, datacompressie en entropie. Ondanks interessante observaties over de invloed van de computer op onze communicatie (we zijn meer op tekst gericht; we zijn houteriger gaan communiceren), ontbreekt het in Een wedstrijd in menselijkheid toch vooral aan een helder betoog met een duidelijke conclusie.

Eerder verschenen in De Ingenieur


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.