Friese dijken

De smalle grens tussen land en water

[Recensie] We hebben er deze zomer niet zoveel over gehoord maar enkele jaren geleden, toen we ook een zeer warme zomer met amper neerslag hadden, moesten met name de veendijken extra geïnspecteerd worden. Door de eeuwen heen en met name vanaf de 20e eeuw moeten dijken regelmatig flink worden opgehoogd. Het alternatief is wat we kennen als ‘ruimte voor de rivier’ waarbij er bewust laag land wordt gecreeërd dat bij hoge waterstanden onder kan lopen. Hogere dijken zijn dan in mindere mate nodig. Een dijk is nu eenmaal de beslissende grens tussen land en water.

Het boek Friese dijken opent met de historische ontwikkelingen van de dijken in Friesland, zowel dijken aan de zeekant – de toenmalige Zuiderzee en Lauwerszee, Waddenzee – maar ook de dijken rond de vele meren en langs rivieren in deze provincie. Omdat het boek rijk geïllustreerd is met foto’s en landkaarten is het plezierig om te lezen want: “De Friese dijken vertellen ons het verhaal van het verleden, van het leven met de dynamiek van het buitenwater van de zoute zee en het zoete binnenwater van meren en vaarten” (p. 10).

Friesland – waterland
Het Wetterskip Fryslân heeft 210 kilometer aan dijken, duinen in beheer en vele gemalen en sluizen. Daarnaast zijn er duizenden kilometers aan boezemkaden. Dit waterschap heeft in verhouding tot andere provincies een omvangrijke taak. Andere waterschappen hebben gemiddeld 488 kilometer aan waterkeringen maar Wetterskip Fryslân maar liefst 3090 kilometer.

Friesland is dan ook een zeer waterrijke provincie en daarom terecht geliefd bij mensen die van water houden. Ruim 40% van het Friese grondoppervlak bestaat uit water en er wordt ook opgemerkt: “meer dan de helft van Fryslân dankt zijn ontstaan aan water”.

Heaven

Uit de geschiedenis blijkt dat met name de periode tot 1500 bepalend is voor de ontwikkeling van Friesland. De Middelzee wordt dan land en daarna vindt tot 1825 landwinning plaats in De Bildt, de streek in het noorden van de provincie.

Ringdijken worden vanaf de 10e eeuw aangelegd om stukken land – polders – droog te houden en zeedijken ontstaan vanaf de 11e eeuw. Daarvoor was er min of meer een open verbinding met zee, met alle gevolgen van dien: “Door het open karakter van de kustlijn was in Fryslân en het Waddengebied sprake van een voortdurend heen en weer gaan van zout en zoet, een als het ware gedurig landschappelijk pulseren van klei en veen” (p. 32). Door de aanleg van zeedijken verliezen de terpen geleidelijk hun functie.

Ontwikkelingen in waterbeheer
Friese dijken geeft inzicht in de ontwikkeling van dijken en het waterbeheer. Echter: “Waterstaatkundig ingrijpen is als lopen op een waterbed. Een ingreep hier betekent overlast elders of andersom” (p. 48). Daarom is er na de drooglegging van de Middelzee bemaling nodig. Het boek maakt duidelijk dat er een duidelijke relatie is tussen afwatering en bedijking.

Kenmerkend voor de Waddeneilanden zijn de stuifdijken: “… gevormd door het over een droge zandvlakte stuivende zand door middel van een langsscherm van dennentakken of rijshout op te vangen”(p. 77).

Ook ontwikkelingen in de 20e eeuw als de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 en de gedeeltelijk inpoldering van de Lauwerszee in 1969 krijgen aandacht.

Het hoofdstuk Dijksystemen in Friesland is gebaseerd op een boek uit 1954 en is prachtig geïllustreerd met vele detailkaarten met de diverse regio’s van Friesland. De Middelzee komt hier ook uitgebreid aan bod. Zo komt de lezer via de dijken in aanraking met het karakter van Friesland zodat kan worden vastgesteld: “De Friese dijken zijn een archeologisch archief en vormen een samenhangende erfgoedstructuur met de terpen en middeleeuwse kerken en het watererfgoed van gemalen, molens en sluizen” (p. 194).

Els van der Laan – Meijer is landschapsarchitecte en erfgoedspecialiste. Willemieke Ottens is landschapshistorica. Jelmer Bokma is thuis in de cartografie. Alle drie zijn werkzaam bij NO.ORDPEIL, een bureau voor geografie, geschiedenis en ruimtelijke ordening. Meindert Schroor is geograaf en historicus en portefeuillehouder cultuurhistorie aan de Waddenacademie.

Dit boek is interessant voor inwoners en liefhebbers van Fryslân, mensen die een band hebben met het water en zij die in geschiedenis, geografie en waterbouwkunde zijn geïnteresseerd.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow