Gouden Handel

Dinsdag, 20 september, 2022

Geschreven door: Kees Uittenhout
Odet Sleeswijk
Artikel door: Jan Stoel

Niemand is vrij?

[Recensie] De laatste jaren is er, terecht, steeds meer aandacht voor het herdenken van de afschaffing van de slavernij. Nog niet zo heel lang bestaan er monumenten die daarnaar verwijzen. De bekendste is wel het monument in het Amsterdamse Oosterpark, een ontwerp van Erwin de Vries, onthuld in 2002. Iedere keer als ik in het Oosterpark kom sta ik even stil bij dit fenomenale monument waarin verleden, heden en toekomst verbeeld zijn: van geketende slaven, via de vrijkomende slaaf tot het personage dat met open armen het bevrijd zijn van discriminatie begroet. Je ziet ook op andere plekken slavernijmonumenten opgericht worden, in 2022 in Tilburg en volgend jaar in Den Haag.

Laat inzicht
Tijdens zijn bezoek aan Suriname in september 2022 vertelde premier Rutte dat zijn opvatting over het slavernijverleden onlangs is veranderd. “Dat is bij mij echt veranderd, onder meer door de hele discussie die is ontstaan rond de Black Lives Matter-beweging. Daardoor ben ik er zelf wel echt anders over gaan denken.” Komt hij als historicus niet laat tot dit inzicht? Hij sorteert voor op de excuses die de Nederlandse regering waarschijnlijk gaat aanbieden op 1 juli 2023. Dan is Suriname 150 jaar en Curaçao en de ‘onderhorigheden’ zoals het destijds heette (de eilanden) 160 jaar geleden bevrijd van de slavernij. Op 1 juli 1863 werd de slavernij afgeschaft, na tweehonderdvijftig jaren vol gruwelijkheden. In Suriname werkten de mensen nog tien jaar langer door, terwijl hun ‘eigenaren’ gecompenseerd werden. Onlangs was er ook aandacht voor het bladgoud dat op de Gouden Koets aangebracht zou zijn. Dat is afkomstig uit Suriname, waarschijnlijk geroofd.

Universeel verhaal
Ook in de literatuur is er aandacht voor de slavernij. Het beroemdste boek is Cynthia McLeods boek Hoe duur was de suiker. Kees Uittenhout schreef in 2012 de historische roman Gouden Handel. De roman is volledig herwerkt en is onlangs opnieuw verschenen. Het is een episch verhaal geworden waarin feiten de fictie ondersteunen, maar waarin de schrijver met veel gevoel voor de psychologie van zijn hoofdpersonages en met empathie een inkijkje geeft in deze duistere episode uit onze geschiedenis. Bovendien is zijn verhaal universeel. Hoe zit het met moderne slavernij en discriminatie? Denk aan de toeslagenaffaire, de wijze waarop we met asielzoekers omgaan, de huisvesting, de werkomstandigheden, de uitbuiting van arbeidsmigranten. Hoe gaat onze overheid daarmee om? Tja, vaak blijft het bij mooie woorden, excuses aanbieden en er “hard aan werken dat het nooit meer zal gebeuren.” Juist in deze spiegel zit de kracht van de roman en de titel Gouden Handel is daarom ook zo sterk.

In het eerste hoofdstuk komen de drie verhaallijnen in feite bij elkaar. Van Lucas Geluck, het weeskind uit Middelburg, van Shala Bachogu, wees ten gevolge van de strooptochten van de Ashanti, inheemse slavenhandelaars uit Ghana en Mijntje Hadeweyn, wees door toedoen van de Marrons en rebellen in een raid tegen de eigenaars van een suikerrietplantage in Suriname. Hun drie levenslijnen zijn bij elkaar gekomen, ’s nachts in het oerwoud van Suriname tien jaar nadat Lucas en Shala elkaar in een vergelijkbaar woud aan de andere kant van de wereld hebben ontmoet en elkaar eeuwige trouw beloofden. Aan het slot van de roman volgt de ontroerende ontknoping. Drie levens van drie jonge mensen ontvouwen zich in het verhaal, getekend door het leven, door het ongeluk, door het toeval. Ieder leven met zijn eigen dynamiek van het zoeken naar perspectief. De omstandigheden bepalen wie je bent is een thema. Uittenhout heeft het zo mooi uitgewerkt.

Pf

Middelburg
Het verhaal begint met Lucas in Middelburg die bij een brand zijn zusje en zijn ouders verliest. Zijn vader is scharrelaar, zoekt hondendrollen om in de boekleerlooierij siccatief van te laten trekken. Het is even schakelen met deze niet alledaagse woorden, zoals er heel veel meer in deze roman staan: krabdagu, paantje, bobbelap, vitualiën om er maar een paar te noemen. Een verklarende woordenlijst zou niet verkeerd geweest zijn. Hij wordt opgevangen door een scheepschirurgijn die voor de MCC (de Middelburgse Commercie Compagnie, die zijn winst onder meer uit handel in slaven haalt; niet voor niets staat er ook een slavernijmonument in Middelburg) en trekt uiteindelijk met hem mee op de schip Het Pleyzier (een lolletje is het allerminst). Hij komt zo in Afrika terecht waar hij Shala ontmoet op een missiepost. Ze worden vriend en beloven voor elkaar in te staan. Shala gaat mee op zee, wordt niet zoals de verkoopwaar (slaven) in het ruim opgesloten en assisteert Lucas bij zijn eerste schreden als hulp van de scheepschirurgijn. Kijken en zwijgen is het motto, maar als Lucas zegt dat twee vrouwen zwanger zijn heeft dat grote gevolgen. De vrouwen worden overboord gegooid en Shula neemt Lucas kwalijk dat hij zich niet daartegen verzet. Ze groeien langzaam uit elkaar. In de West aangekomen verliezen ze elkaar uit het oog, zijn ze vijanden geworden. Lucas wil goed doen, maar is niet altijd even gelukkig (what’s in the name Geluck) in zijn handelen. Mijntje heeft een jonge slavin Amada als kindermeisje. Ze loopt thuis weg als blijkt dat haar vader Amada misbruikt heeft. Ze gaat werken op een veldhospitaal en ontmoet daar Lucas. Ze krijgen een relatie en nemen uiteindelijk de plantage van hun ouders over. Maar ondertussen hebben de Fransen de slavernij afgeschaft door Haïtiaanse Revolutie (1791-1804), waarbij de slaven van Haïti hun onafhankelijkheid op Frankrijk bevochten en heeft Napoleon Nederland bezet (Bataafse Republiek; 1795-1806). De rebellen willen zich ook losmaken van Nederland. Het leidt tot een confrontatie tussen Mijntje en Lucas enerzijds en Shala anderzijds.

Overzicht
Uittenhout is er in geslaagd om de complexe geschiedenis van Afrika, Nederland, Suriname en Curaçao in deze roman te vervlechten. Hij behoudt het overzicht. Getuige de bronvermelding achter in het boek heeft hij zich grondig gedocumenteerd. Maar of alles klopt? Volgens mij wordt het gif curare niet in Afrika, maar in Zuid-Amerika gebruikt. En op een gegeven moment heeft Lucas heeft Lucas het over een nijlpaard, maar net daarvoor heeft hij het over grijze koeien die in het water leven met moordende bekken (krokodillen). Kende hij wel het woord nijlpaard?

Indringend beschrijft de schrijver de manier waarop slaven verscheept en verhandeld worden, de storm, de hygiëne op het schip, de ontberingen van de reis, je voelt als het ware de pijn van het brandmerken en de straffen die ze moeten ondergaan, je ervaart de segregatie en onderdrukking. De ‘moderne’ geneeskunst krijgt een plaatsje in het verhaal (Jenner heeft de vaccinatie tegen pokken in 1796 ontdekt), het leven van de Marrons, maar ook de kritiek op de kerk (die de heidenen wil bekeren en zich wentelt in de macht) en de vormelijkheid en het wegkijken van magistraten (er wordt vooral aan de eigen portemonnee gedacht).

Mooi van taal
De auteur weet mooi het landschap, sfeer neer te zetten, vertelt het verhaal vanuit het perspectief van de hoofdpersonages, passend bij hun leeftijd en referentiekader. Als Lucas in Loanga, Afrika, is ziet hij “geslurfde beesten zo groot als botters, dieren met gevlekte nekken zo lang als fregatmasten.” Regelmatig komen poëtische zinnen voor. Zoals in het begin van de roman als Lucas aan de bevroren haven van Middelburg staat: “Op de koppen van de meerpalen kijken meeuwen met opgetrokken schouders over het ijs uit, als mopperige oude mannen die de tijd niet meer begrijpen.” Soms is zijn taal heel plastisch: geweren die “noodlotwerpers” worden genoemd en “die slechtheid van grote afstand naar je toe kunnen slingeren, en pijnlijk je lijf binnendringt”

Uittenhout heeft een indringende epische roman geschreven, rauw en teder, over recht en onrecht. Een monument. Op een gegeven moment zegt Lucas na een verhandeling over vrijheid: Niemand is vrij. Dat zet je aan het denken.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow