Het duizend eilanden experiment

Zaterdag, 9 juli, 2022

Geschreven door: Frank van Dongen
Artikel door: Johan Klein Haneveld

Grootschalige SF voorzien van een wetenschappelijke onderbouwing

[Recensie] Disclaimer: ik werkte mee aan een interview met Frank van Dongen op het Youtube-kanaal Schrijver Omnia. De auteur en ik hebben regelmatig contact via Facebook, maar hebben elkaar nog nooit werkelijk ontmoet. Ik kocht dit boek omdat ik nieuwsgierig ben naar nieuwe Nederlandstalige SF en goede recensies las.

“Niemand leest nog sciencefiction,” was tot een paar jaar geleden de overgeleverde wijsheid, in elk geval in het Nederlandse taalgebied. Elk jaar verschenen tientallen fantasyromans van Nederlandse en Vlaamse auteurs, maar de SF-publicaties waren op één hand te tellen. Dat terwijl enkele decennia geleden meerdere uitgevers SF publiceerden, vooral in vertaling. De kasten in tweedehands boekwinkels staan nog vol met deze deeltjes. Was de vraag naar SF ingestort, zoals mensen beweerden, of was het simpelweg het ontbreken van aanbod waardoor mensen geen SF-boeken meer lazen? Nu meer SF-boeken verschijnen, oorspronkelijk Nederlandstalig of in vertaling, schrijven boekbloggers en recensenten daarover net zulke enthousiaste recensies als over fantasyboeken en verschijnen ze net zo vaak op de ‘nog te lezen’-stapels van fans als andere boeken uit het fantastische genre. Het lag dus met name aan het aanbod. Naast initiatieven als de reeks ‘De zwijgende aarde’ van Quasis, is het vooral de kersverse uitgeverij Iceberg Books die heeft bijgedragen aan het aanbod en de populariteit van SF in het Nederlands. Dit door het uitbrengen van vertalingen van recente SF-boeken van populaire auteurs, waarbij een volledige serie in één keer wordt gepubliceerd en lezers dus niet in twijfel hoeven verkeren of ze het slot ooit wel onder ogen zullen krijgen.
Maar de uitgeverij maakt niet alleen buitenlands werk toegankelijk in ons taalgebied, ze geeft ook een podium aan Nederlands talent. De eerste Nederlandse auteur in het fonds van Iceberg Books is Frank van Dongen. De drie delen van zijn ‘Ontdekking van de mens’-serie verschenen tegelijk in november 2021. Het zijn ook nog eens flinke pillen. Een risico voor de uitgever, want ook al had Van Dongen eerder een boek uitgebracht bij Verschijnsel, hij kan toch gezien worden als een relatief onbekende auteur in ons taalgebied. Laat ik meteen maar aangeven dat mijns inziens de uitgever hiermee geen flater heeft geslagen. Kennelijk heeft hij oog voor talent, want ik kan dan nog wel geen oordeel vellen over de trilogie als geheel, het eerste boek stond als een huis en behoort meteen tot de beste SF van Nederlandstalige oorsprong die ik tot nu toe heb gelezen. Ik zou me zelfs kunnen voorstellen dat als het werd vertaald, het een gretig lezerspubliek zou vinden in de internationale markt.
De auteur heeft een achtergrond als evolutiebioloog en het is duidelijk dat hij nadenkt over grote thema’s als de menselijke natuur, de invloed van technologie op onze soort en alle tendensen waarmee we onze eigen lange termijn-overleving op het spel zetten. Hij is in staat dit boek te voorzien van een degelijke inhoud. Geen speculatie zonder basis in de realiteit, maar extrapolaties op basis van wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen en filosofische discussies die ook werkelijk voorzien zijn van onderbouwing. Van de vraag of zonder de ervaring van bewustzijn een artificiële intelligentie zou kunnen ontstaan, gaat het naar de afweging tussen gemak en vrijheid. Van discussies over wetenschap en religie gaat het naar de barrières die overwonnen moeten worden om tussen de sterren te kunnen reizen. Het boek doet de lezer nadenken, wat een van de belangrijkste functies is van SF als ideeënliteratuur. Het enige nadeel is misschien dat de auteur zoveel inhoud in zijn boek wilde proppen dat er weinig ademruimte overblijft. Vooral sommige dialogen lijken bedoeld om zoveel mogelijk informatie over te brengen, waardoor ze niet meer heel natuurlijk overkomen.

Op een paar kleine foutjes na was dit boek zorgvuldig opgemaakt en geredigeerd. De auteur schrijft boeiend, met een plezierige afwisseling in zinslengte en een grote woordenschat. Zijn beschrijvingen van een stervend woud vol skeletten van dieren, maar ook van de sfeer op een van de laatste ‘real life’ universiteiten zijn evocatief, maar niet te lang. Wellicht dat er wat veel uitleggende passages zijn, naast de dialogen die informatie overbrengen, maar de wereld was zo boeiend dat ik me daar niet bij verveelde. En ik vind dit honderdmaal beter dan SF die niet op wetenschappelijke of filosofische inzichten gebaseerd is en een oppervlakkig verhaal vertelt dat gaan reflectie biedt op mijn eigen leven en mijn plek in het heelal.
Dit is echter niet een puur theoretisch boek, bedoeld voor de lezer die het liefst verdwaald in esoterische overpeinzingen! De wetenschap en filosofie zijn de motor van een ronkend verhaal, met verve gebracht. In de tweede helft van deze eeuw leeft een groot deel van de mensheid in een virtueel bestaan. De hoofdpersoon, Jack, is hiermee niet tevreden. Hij maakt kennis met mensen die nog buiten het netwerk leven en ontdekt dat hij kan delen in de belevenissen van zijn tweelingbroer Redmond – die zich op een andere planeet lijkt te bevinden … Ik was erdoor geboeid. De karakters maken indruk op de lezer en komen tot leven, al zijn ze misschien met grote streken geschilderd. De hoofdpersoon is een puber, dat verklaart misschien zijn gepassioneerde uitbarstingen. Zijn queeste was echter iets waar ik me wel in kon inleven. Ook bijfiguren zoals de oude garde in de Londense bibliotheek, twee automonteurs en ook Philip uit de woongroep van Jack, maken indruk. Voor mij waren vooral de belevenissen van Redmond, waar Jack van een afstand getuige van is, boeiend en in die verhaallijn komt ook het ‘duizend eilanden experiment’ van de titel aan bod, wat ik heel interessant vond.
In het plot trof ik (wellicht onbewuste) parallellen aan met het ondertussen bekende ‘The Three-Body Problem’ van Liu Cixin. Een dreigende invasie van buitenaardsen uit de richting van Alpha Centauri, de aardse beschaving die zich daarom voor moet bereiden, en een computerspel dat hierin een belangrijke rol lijkt te spelen. Dit boek gaat echter een andere kant op dan het Chinese boek en ik verwacht dat de gelijkenissen in het tweede en derde deel nauwelijks nog herkenbaar zullen zijn. Het verhaal in dit boek was in elk geval zo sterk opgebouwd dat ik heel graag verder wilde lezen. Mijn hoop is dat we na deze trilogie nog veel van Frank van Dongen gaan horen. Met schrijvers als hij komt het wel goed met de SF in ons taalgebied.

Eerder verschenen op Hebban

Trouw