Het recht van de Radch

Vrijdag, 7 oktober, 2016

Geschreven door: Ann Leckie
Artikel door: Ger Groot

Klassieker in spe

[Recensie] Niet vaak worden in een sciencefictionroman alle personages aangeduid als ‘zij’. Ook al treden vrouwelijke auteurs in de SF steeds meer op de voorgrond, het blijft vooralsnog een mannelijk  genre: een van de weinige waarin het aantal lezers nog altijd groter lijkt dan dat van de lezeressen. Dat verhinderde niet dat de debuutroman van de Amerikaanse SF-schrijfster Ann Leckie, Ancillary Justice, genomineerd werd voor vrijwel elke belangrijke onderscheiding in het genre en er een handvol daadwerkelijk ontving. Terecht, want het boek heeft alles in zich om een klassieker te worden.

De ongebruikelijke geslachtsaanduiding betekent niet dat Ancillary Justice, inmiddels in het Nederlands vertaald onder de titel Het recht van de Radch, uitsluitend door vrouwen wordt bevolkt. Integendeel, de eigenschappen van de mensen die erin rondlopen zijn net zo mannelijk als vrouwelijk. Een hoger geplaatste wordt aangesproken met ‘sir’, een nóg hoger geplaatste met ‘Lord’. Het maken van seksueel onderscheid wordt in de verre toekomst waarin het boek speelt als een gebrek aan beschaving beschouwd. Er zijn zowaar nog volkeren of rassen in de ruimte die daaraan doen, zo merkt een van de hoofdfiguren met verbazing op, maar serieus kun je dat niet nemen.

De (vertellende) hoofdfiguur van Het recht van de Radch lijkt zelfs helemáál geen geslacht te hebben – althans aanvankelijk niet. De persoon die inmiddels door het leven gaat als Breq Mianaai was aanvankelijk het computerbrein van een ruimteschip dat in een kosmische burgeroorlog vernietigd werd. Het brein materialiseerde zich in één van zijn talrijke ‘ancillaries’: de tot robot omgevormde menselijke lichamen die de uitvoerende organen waren van het centrale brein. In het begin van de roman is Breq, na lange kosmische omzwervingen, op zoek naar wie de burgeroorlog ontketende, haar schip vernietigde en dwong tot het doden van één van haar geliefde bemanningsleden.

Die schuldige is niemand minder dan de hoogste heerseres van het kosmische rijk, wier bewustzijn op zijn beurt verdeeld is over een groot aantal lichamen. Dat maakt haar bijna onsterfelijk, maar ook kwetsbaar. De heerseres raakte in zichzelf verdeeld na een uitzonderlijk wrede genocide binnen steeds grotere kosmische expansie waarnaar zij streeft. Vandaar de burgeroorlog, vandaar Breqs kruistocht.

Yoga Magazine

Dat avontuur is spannend zoals zoveel ‘space opera’s’, maar het niet het meest opzienbarende aan Leckie’s roman. Dat ligt eerder in de fascinerende wereld die zij oproept en de consequentie waarmee zij haar fantasie heeft weten uit te bouwen. Het recht van de Radch beschrijft een werkelijkheid waarin AI-systemen zo gecompliceerd geworden zijn dat zij onvoorspelbare en daarmee bijna menselijke trekken hebben gekregen. De kapitein van een ruimtevaartuig kan met haar schip maar beter op goede voet staan. Syn- en antipathieën van het systeem kunnen haar danig parten spelen. Ook onderling botert het tussen de ruimteschepen niet altijd: die van een hogere klasse voelen zich duidelijk verheven boven de wat mindere.

Wie dat vergezocht of zelf een beetje flauw voorkomt, rekent buiten de waard van Ann Leckie’s verbluffende pen. Nergens wordt zij nadrukkelijk; op geen enkel moment gaat zij naast haar verhaal staan om de lezer bij te praten. Hij moet het allemaal maar opmaken uit het verhaal dat Breq vertelt, en dat nergens de vanzelfsprekendheid te buiten gaat die in zo’n verhaal nu eenmaal geen nadere toelichting behoeft. Daarom kost het enige tijd om greep te krijgen op Het recht van de Radch.

Maar de beloning is er des te groter om. Ook in het inmiddels in het Nederlands vertaalde vervolgdeel op de trilogie, Het zwaard van de Radch, weet Leckie de lezer voortdurend te verbazen. De wereld van Breq mag hem inmiddels wat vertrouwder voorkomen, ze roept nog altijd voldoende mysteries op om de fantasie èn het brein te prikkelen.  Hoe je je dat moet voorstellen: een AI-systeem dat menselijke robots in dienst heeft, zo’n robot die op haar beurt het hele brein van een ruimteschip incarneert, en een dictator die zich in honderden lichamen heeft uitgesplist – het zijn vragen waar filosofen nog jarenlang mee vooruit kunnen.

Net als met de vraag hoe het nu eigenlijk zit met de seks van al die androgyne mensen waarmee Leckie de lezer inmiddels vertrouwd heeft weten te maken. Dát ze eraan doen, en gretig ook, is duidelijk. Maar hoe? Dat blijft ook in Het zwaard van de Radch een raadsel.

Eerder verschenen in NRC Handelsblad