Het verraad van Anne Frank

Woensdag, 9 februari, 2022

Geschreven door: Rosemary Sullivan
Artikel door: Liliane Waanders

De ophef over Het verraad van Anne Frank 

[Column] De Joodse notaris die volgens het coldcaseteam dat onderzocht wie de Joodse onderduikers in het achterhuis van Prinsengracht 263 in Amsterdam verraadde, is niet de eerste die als schuldige wordt aangewezen. Er waren eerdere onderzoeken die tot andere uitkomsten leidden. Maar nu, na een jarenlang onderzoek waarin gebruik gemaakt is van geavanceerde technieken, is hij het die het met een niet aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gedaan heeft.

De beschuldiging leidde op de dag dat die bekend werd – de dag dat de onderzoeksresultaten gepresenteerd werden en het boek Het verraad van Anne Frank: het baanbrekende onderzoek van een internationaal coldcaseteam in Nederland van Rosemary Sullivan wereldwijd verscheen, en media overal gebonden waren aan een embargo waardoor zij de resultaten van het onderzoek deelden zonder de feiten te (kunnen) checken – al tot ophef. Vanwege de joodse identiteit van de vermeende dader; vanwege twijfels over de aanpak van het coldcaseteam; vanwege het niet sluitende bewijs, waardoor de kans dat de notaris ook daadwerkelijk degene is die de onderduikers heeft verraden blijft schommelen tussen 85 en 87 procent, niet genoeg voor een veroordeling; en vanwege de wurggreep waarin de media gehouden werden.

Gek genoeg ging de storm in de dagen nadat het nieuws de voorpagina’s van kranten domineerde niet liggen. Integendeel: steeds meer personen en instanties trokken werkwijze en conclusies van het coldcaseteam in twijfel. Het ongemak liep uiteindelijk zo hoog op dat Ambo|Anthos, de uitgever van Het verraad van Anne Frank van Rosemary Sullivan, zich genoodzaakt zag excuses aan te bieden aan ‘aan eenieder die zich door het boek gegriefd acht’ (al stuurden ze dat bericht alleen naar de auteurs uit hun fonds). Ook heeft de uitgever besloten het boek niet te herdrukken totdat het coldcaseteam antwoord heeft gegeven op een aantal gerezen vragen.

Terwijl het boek van Rosemary Sullivan – daarover laat hoofd onderzoek Pieter van Twisk in het voorwoord van Het verraad van Anne Frank geen onduidelijkheid bestaan – niet gelezen moet worden als eindrapportage van het verrichte onderzoek:

Technisch Weekblad

“Als wij een maatschappelijk belang zien in dit onderzoek, dan is het ook belangrijk dat zo veel mogelijk mensen hiervan kennisnemen. Vandaar dit boek. De Canadese schrijver Rosemary Sullivan, die de met prijzen onderscheiden biografie 

De behoefte of noodzaak om zoveel jaar na dato nog een schuldige aan te wijzen, mag dan misschien onverminderd groot zijn – Pieter van Twisk schrijft daar ook iets over in het voorwoord:

“Lacunes in kennis moeten immers worden gevuld en (eventuele) misdaden moeten worden opgelost”,

maar hij legt ook een link naar de bedenkelijke staat van de huidige rechtsstaat:

“Is het niet van het allergrootste belang dat iedereen die in een democratie mag leven zich ervan bewust is welke waarden de instituties, het recht en de vrijheden waarborgen? Ervaren wij die niet te veel als vanzelfsprekend? Realiseren we ons nog wel voldoende hoe belangrijk ze zijn voor ons welzijn en vooral ook hoe snel ze kunnen verdwijnen en wat daarvan de gevolgen zijn?”

– het vellen van een moreel oordeel over gedrag in tijden die niet te vergelijken zijn met de onze is, was en blijft een lastige en uitermate gevoelige zaak.

Dat ondervond ik in 1995 toen ik ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de bevrijding een bijdrage leverde aan een lesbrief voor leerlingen van de basisschool. In het derde deel van mijn hoofdstuk over de Jodenvervolging – ik had het toen al over Anne Frank en de Jodenvervolging in Nederland gehad – zoomde ik in op de lokale situatie en beschreef hoe tijdens de Tweede Wereldoorlog de mensen van het verzet het moeilijke besluit moesten nemen om een ondergedoken Joodse vader en moeder dood te schieten omdat ze te vaak op bezoek gingen bij hun elders ondergedoken kinderen en daarmee heel veel andere mensen in gevaar brachten.

Met dat verhaal wilde ik duidelijk maken dat beslissingen die wij nu misschien niet begrijpen, toen noodzakelijk waren. Het leek mij belangrijk om leerlingen te laten voelen dat je niet te snel vanuit wat nu gewoon gevonden wordt, moet oordelen over situaties in het verleden.
Daar dacht niet iedereen zo over, want nog voordat de lesbrief naar de drukker mocht, werd ik op het matje geroepen door de burgemeester. Die op haar beurt aangesproken was door de man die tijdens de oorlog commandant was geweest van de plaatselijke afdeling van de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij stond er op dat de passage uit de lesbrief geschrapt werd. Hij wilde niet dat het handelen van de mensen in het verzet verkeerd begrepen zou worden.
De passage bleef uiteindelijk staan, maar het kostte mij en de burgemeester de nodige moeite om de voormalig commandant van de BS ervan te overtuigen dat mijn intenties goed waren.

Het waren andere tijden. Maar het is niet zo zwart-wit als Pieter van Twisk in het voorwoord van Het verraad van Anne Frank doet voorkomen –

“Als iemands elementaire bestaansvoorwaarden worden bedreigd, blijken principes opeens schaars, en de meesten van ons zijn wonderbaarlijk gemakkelijk in staat om hun geweten te kalmeren met een sussend narratief”

en de meerderheid van de mensen zich zonder meer schikt(e). Maar er waren wel mensen die – om verschillende redenen – keuzes maakten die we nu als fout bestempelen. Ook Joodse mensen. En dat is meer dan begrijpelijk als er levens op het spel staan en iemand verraden een uitweg lijkt. Maar dat de Joodse onderduikers in het achterhuis van Prinsengracht 263 misschien verraden zijn door iemand die Joods was, doet er niet toe. Als het zo is, is het zo. En als het niet zo is, dan is rehabilitatie op zijn plaats, zoals iedereen die in het openbaar ten onrechte verdacht gemaakt wordt het verdient gerehabiliteerd te worden. Groter moet het niet gemaakt worden. Met het gebruik van het woord antisemitisme moet heel voorzichtig omgesprongen worden.

Net zoals met het aanbieden van excuses. Want waarvoor biedt Ambo|Anthos eigenlijk excuses aan? En waarom “aan eenieder die zich door het boek gegriefd acht”? Is dat krampachtig handelen het gevolg van de cancelcultuur waarin we beland zijn?

En dan nog iets: als een van de acht mensen die ondergedoken zaten in het achterhuis van Prinsengracht 263 in Amsterdam niet uitgegroeid was tot de iconische Anne Frank, dan zou anno 2022 waarschijnlijk helemaal niemand belangstelling hebben gehad voor de uitkomsten van een coldcaseonderzoek. Sterker nog, dan zou er waarschijnlijk nooit onderzoek gedaan zijn naar het verraden van de onderduikers die op 4 augustus 1944 opgepakt en afgevoerd werden.

Eerder verschenen in Bazarow Magazine