In gesprek met ... Niklas Natt och Dag

Vrijdag, 22 juni, 2018

Geschreven door: Niklas Natt och Dag
Artikel door: Roelant De By







Roelant
ging in gesprek met Niklas Natt och Dag, auteur van de roman
1793.
Een
boeiend tweespraak. Lees je mee?
Niklas
Natt och Dag, de bejubelde auteur van de roman 1793, was enkele dagen in
Nederland. In Zweden is zijn boek bestempeld als het debuut van het jaar.
Inmiddels verschijnt het in 30 landen. Hierbij wil ik uitgeverij Prometheus
bedanken voor de uitnodiging om deze bijzondere schrijver te interviewen. We
bevinden ons in het Ambassade hotel te Amsterdam. De voertaal is Engels.
Roelant:
“Een opvallende quote uit uw boek is de zin: ‘In de loop der tijd wordt hij
zich ook bewust van iets anders wat hij nooit had kunnen vermoeden. Dat er
ergere dingen zijn dan klappen krijgen en dat eenzaamheid een van die dingen
is.’ Was u eenzaam als kind?”
Niklas:
“De eerste zeven jaar van mijn leven ben ik opgevoed samen met een halfbroer,
die negen jaar ouder was. Daar kreeg ik geregeld klappen van. Toen mijn ouders
uit elkaar gingen, was ik enig overgebleven kind. Ik was best een angstig kind.
Ik was bang voor het donker. Bang voor geesten en spoken. Bang ook om alleen achtergelaten
te worden. Verlatingsangst. Sinds kort heb ik zelf een gezin met twee zoontjes
van twee en vier. Zij zullen nooit alleen zijn.”
“Het
ironische van die eenzame kindertijd is, dat ik daardoor wel heel veel heb
gelezen, wat uiteindelijk heeft geresulteerd in het schrijven van dit boek. Dat
was het voordeel van al die eenzaamheid. Ik herinner me uit mijn jeugd die
eindeloze vakanties waarin ik niemand had om mee te spelen. ‘Ga je Donald Duck
maar weer lezen’, kreeg ik dan te horen. Dat deed ik dan voor de 150-ste keer.
Dat is ook meteen het magische van boeken: ze staan altijd voor je klaar. Die
imaginaire wereld maak je uit jezelf. Dat is fascinerend. Ik sta voor de taak
om mijn eigen kinderen zover te krijgen dat ze later ook gaan lezen in plaats
van al die computerspelletjes te doen. Mijn vrouw en ik lezen uitgebreid aan ze
voor. Een moeilijk moment zal komen als ze op een dag beseffen, dat ze heel dat
alfabet en al die moeilijke woorden niet hoeven te kennen als ze zo’n game gaan
spelen. Want dat is gemakkelijk en grappig vanaf het begin, zonder dat je daar
al die moeite vooraf voor hoeft te doen. Lezen heeft nu eenmaal een drempel.
Daar moet je overheen komen, maar dan is het fijn.”
“Mijn
boek, 1793, is lastig in een hokje te plaatsen. Het is tegelijkertijd
een historische roman en een crime story. Ik was eerst een beetje bang dat het
teveel historisch zou zijn voor een thriller en tegelijkertijd te veel crime
fiction voor een historische roman. [we lachen beide]
Uit de
reacties van pers en publiek blijkt dat ik me daar geen zorgen over hoef te
maken. Voor je boek gepubliceerd is, staat iedereen aan jouw kant en roept hoe
goed het wel niet is. Maar als het eenmaal in print is, moet je het helemaal
loslaten. Iedereen kan er iets over zeggen. Je kunt dan niks meer doen; niet
meer zeggen dat ze het verkeerd begrepen hebben of zoiets.”

Roelant:
“U hebt eens gezegd dat de mensheid bestaat uit domme en egoïstische mensen.”
Niklas:
“Ja, dat klopt. Mijzelf niet uitgezonderd! Met name tot mijn 20-ste was ik niet
anders.”
Roelant:
“Nu zou je kunnen zeggen dat er voor het eerste punt, de domheid, scholen
bestaan, en voor het tweede punt, het egoïsme, zijn er religies.”
Niklas:
“In mijn boek komt inderdaad school niet ter sprake. In die tijd was die er
voor het gewone volk ook niet. Voor de adel waren er privéleraren. Maar voor de
gewone man en vrouw bestond dat allemaal gewoon niet. Hooguit dat ze iets over
de bijbel hoorden. Helaas zie je, dat het schoolsysteem in Zweden tegenwoordig
kwalitatief achteruit holt. Een tijd lang behoorde ons systeem tot de beste van
de wereld. Maar daar is een groot verval gaande. Angstig om te beseffen dat die
generatie op een dag de wereld en de macht zullen erven. Zonder goede opleiding
dus. De algehele tendens is dat tegenwoordig niet meer de leraren vertellen en
gaan uitleggen hoe het zit, maar dat de leerlingen zelf de feiten moeten
ontdekken en analyseren. Dat werkt dus niet, want studenten zijn van nature
lui. Ze willen gewoon leukere dingen doen dan leren. De leraar moet
tegenwoordig de leerlingen respecteren en niet autoritair optreden. Maar ik
beschouw feiten als de enige manier om dingen te leren. Op die leeftijd kun je
echt niet zelf feiten analyseren. Ik kon het zelf ook niet. Ik was ook een
gewone idioot in mijn jeugd. Zeker tot ik een jaar of 20 was. Pas daarna kon ik
me dingen uit mijn schooltijd herinneren en in een breder verband plaatsen.
Toen kon ik nadenken over hoe dingen tot stand kwamen en kreeg ik een eigen
mening over bepaalde zaken. Maar om zover te komen, moet je wel eerst bepaalde
basisfeiten en vaardigheden aangeleerd krijgen.”




“Wat
betreft het tweede punt, het geloof als middel tegen het egoïsme. Tja, het
geloof was een groot goed. Het hield de zaken bij elkaar. Ik ben zelf atheïst en geloof niet in God. In de
tijd waarin mijn boek zich afspeelt, stellen steeds meer mensen vragen over het
Godsbesef. Het is de tijd van de verlichting, van de filosofen. Die zochten
naar iets anders. Tot die tijd kon je elke diepere vraag beantwoorden met: het
is de wil van God. En als je dat niet geloofde, kwam je op de brandstapel
terecht. Daar kwam langzaam een einde aan. Frankrijk was de grote voortrekker
in die beweging van verlichting. Toen na de Franse revolutie zelfs de koning en
later ook de koningin op het schavot belandden, vreesde de koning van Zweden,
Gustav, voor zijn hachje. Hij begon een uitgebreid netwerk van spionnen in te
zetten. Dat heb ik in mijn boek verwerkt. Allemaal historisch!”
“Mensen
zijn dom en egoïstisch en ik ben zelf net zo. Terwijl ik mijn boek schreef,
dacht ik alleen maar: als ik het maar gepubliceerd kan krijgen; dat zou
geweldig zijn. Verder hoef ik niets meer in het leven. En dan wordt je boek
gepubliceerd. Vervolgens wil je dat je boek echt succesvol wordt. En als het
dat wordt, wil je daarna ook dat de critici het goed ontvangen. Een stapje
verder wil je, dat je boek nóg succesvoller wordt. Zo zie je dat de utopie van
gisteren erg snel overgaat in de status quo van vandaag. En dan wil je meer. En
dat is de reden dat deze planeet is zoals hij is. We willen altijd meer en meer
omdat we egoïstisch en dom zijn en het grote geheel niet kunnen zien. Als
mensen eerder zouden beseffen wat ze hebben en daarmee tevreden zouden zijn,
zou dat veel ellende kunnen voorkomen op de wereld.”
Roelant:
“Een algehele tendens in de Scandinavische misdaadliteratuur is het
alcoholisme. In jouw boek is dat niet anders. Het overmatig drankgebruik spat
van alle pagina’s af.”
Niklas:
“Ja, dat klopt. Zweden zit in de zogenaamde wodka golf. De Zweedse manier van
drinken is binge-drinking. Door de week, als er gewerkt wordt, valt het mee,
maar op vrijdag begin je zo’n 14 glazen bier en een fles wodka te drinken en
ben je het weekend helemaal van de wereld. Dat escaleert. In de tijd van 1793
was dat al zo. De dichter Carl Michael Bellman heeft daar in die periode al
veel over geschreven. Ik laat in mijn boek ook een van de personages daar iets
over zeggen: ‘Ik vind geen vreugde in dronkenschap, maar het is te verkiezen
boven nuchterheid
.’ Zelf ben ik nu al bijna 15 jaar nuchter. Ik heb
hetzelfde probleem als alle Zweden, realiseerde ik me. Ik ging ook altijd
helemaal out. Wanneer ik ’s ochtends wakker werd, waren er zeker vijf á zes uur
weg. Compleet uit mijn herinnering. Waarschijnlijk gevuld met de ergste shit
die je je kunt voorstellen. Dan moest ik anderen opbellen om te vragen wat er
gebeurd was. Dan kwamen er verhalen van op de tafel dansen en vechten met wie
dan ook. Dan vroeg ik me af of ik mijn verontschuldigingen aan iemand moest
aanbieden. Dat ging mijn hele studententijd zo door, tot ik me realiseerde dat
dat zo niet door kon gaan. Je verdooft jezelf, maar bereikt verder niks. Ik sta
nu al 15 jaar ‘droog’. In de tijd van ‘1793’ was de dronkenschap al een
groot probleem. Het was ook vaak het enige lichtpuntje in een verschrikkelijke
wereld. Als je dronken bent, voel je jezelf goed. Dat is de reden van de
populariteit van alcoholmisbruik. Maar het veroorzaakte ook veel sterfgevallen
in die tijd.”
Roelant:
“Op een andere plek in het boek laat je een personage het volgende zeggen: ‘Niemand
wordt misdadiger zonder eerst slachtoffer te zijn geweest.’
Dat is ook jouw
privé overtuiging?”
Niklas:
“Ja, zeker. Nu ik zelf kinderen heb, word ik me van dat principe nog sterker
bewust. Wanneer ik boos word, ga ik met dingen gooien. Dan smijt ik iets tegen
de muur bijvoorbeeld. Als ouder word je natuurlijk wel eens boos op je kind. Je
hebt die nacht maar drie uur geslapen en je kind probeert je op allerlei
manieren uit. Dan kun je boos worden. Dan gooi ik iets tegen de muur. Op zich
is dat goed. Niemand raakt gewond en achteraf kan ik dan tot rust komen. Op een
gegeven moment merkte ik dat mijn oudste zoon ook begon met dingen te gooien.
Toen kwam het besef dat ik hem dat had geleerd. Dat dat een normale gang van
zaken was als je kwaad werd. Ik begreep dat ik een beter voorbeeld moest zijn
voor hem. Niet meer met dingen gooien, maar kalm blijven. Dat is waar het
eigenlijk om gaat. Als je wilt dat jouw kind een monster is, wees dan gemeen
tegen het kind; behandel hem slecht en maak hem bang en ongelukkig. Dan zal dat
kind later ook andere mensen bang en ongelukkig maken.”
Roelant:
“Aan het eind van het boek staat de hoofdpersoon voor een groot moreel dilemma.
Ik moest daarbij denken aan het boek van Leif Persson ‘Het laatste Woord’.”
Niklas:
“Grappig dat je die naam noemt. Ik heb dat boek pas 4 weken geleden gelezen,
maar ik begrijp wat je bedoelt. Het is een buitengewoon spannend boek, terwijl
er nauwelijks iets in gebeurt. Ik was verbijsterd hoe Persson dat geflikt had.
Om ook zo’n effect te bereiken, had ik een heel scala aan gebeurtenissen en
actie nodig. [we lachen uitgebreid] Leif Persson is in Zweden een grote media-bekendheid.
Hij heeft zijn eigen TV-show waarin hij crime-boeken bespreekt. Toen mijn boek
uitkwam was dat in een kleine oplage, zo’n 2000 stuks. De verkoop verliep redelijk,
maar niet spectaculair. Toen kwam het onder de aandacht van Leif Persson. Hij
besprak het boek zeer lovend in zijn rubriek en meteen daarna vlogen de
verkoopcijfers omhoog. Ik ben hem zeer dankbaar. Binnenkort ga ik hem voor het
eerst ontmoeten en de hand schudden. Dan kan ik hem bedanken voor de enorme
boost die hij mijn carrière gegeven heeft.’
Dank
aan Niklas Natt och Dag voor dit bijzonder interessante interview.

Roelant de By – onze vliegende reporter

Lees hier de RECENSIE van ‘1793’





Eerder verschenen op Perfecte Buren.