Kassa 19

Vrijdag, 13 mei, 2022

Geschreven door: Claire-Louise Bennett
Artikel door: Marnix Verplancke

In Kassa 19 sterf en herleef je met iedere pagina die je omslaat

[Recensie] Op volstrekt eigenzinnige maar ook briljante wijze vertelt Claire-Louise Bennett in Kassa 19 het verhaal van een vrouw en haar boeken.

Nog maar een paar bladzijden ver in Claire-Louise Bennetts Kassa 19 heb je al door dat dit geen doordeweekse leeservaring zal worden. Wanneer je een boek openslaat, aldus de vertelster, kijk je altijd eerst naar wat er op de rechterpagina staat, maar slechts kort. Daarna wend je je ogen naar de linkerpagina en begin je pas echt te lezen. Je gaat door tot onderaan de rechterpagina, begint steeds sneller te lezen omdat je door wil naar de volgende, slaat de bladzijde om en hebt meteen het gevoel dat je net te snel over die laatste zinnen heen bent gegaan, omdat daar iets essentieels stond.

Maar je moet verder, met een nieuwe pagina en een nieuw leven, want met iedere pagina die je omslaat, sterf je en herleef je opnieuw. Dit boek gaat over lezen en wat het met je doet, heb je meteen door, over de wijze waarop boeken je de illusie bezorgen dat alles wat er om je heen gebeurt betekenis heeft en je heel veel moet lezen voor je gaat inzien dat dit niet zo is.

Zeven jaar geleden bestormde Claire-Louise Bennett met veel succes de poorten van het fort van de wereldliteratuur met het – o schande, nog immer onvertaalde – Pond. Het boek bestond uit twintig op zich staande verhalen of bezinningen over een jonge vrouw die alleen woonde in een huisje aan de Ierse kust. Het had niet echt een plot, maar wou eerder een hyperrealistisch, en daardoor soms ook bevreemdend, beeld geven van de gedachtewereld van die vrouw, hoe ze worstelde met de uit elkaar vallende knoppen van haar fornuis of nadacht over het ideale ontbijt. En over eenzaamheid natuurlijk, niet die kijk-eens-hoe-zielig-ik-ben-eenzaamheid, maar eerder die van de wijze kluizenaar.

Dans Magazine

Kassa 19 is Bennetts tweede boek en haar handtekening is duidelijk herkenbaar. Ook dit bestaat immers uit op zich te lezen hoofdstukken die eerder iets over psychologie en filosofie willen verduidelijken dan een verhaaltje vertellen. Al zit dat er wel in natuurlijk, aangezien het over een jonge vrouw gaat die al lezend en schrijven haar weg zoek door het leven, pagina na pagina.

Als u nu een beeld in het hoofd heeft van een boek dat op populaire wijze de lof van de literatuur wil zingen en waarin personages met elkaar discussiëren over boeken en hoeveel die voor hen betekenen, vergeet u dit maar beter meteen weer. Zo schrijft Bennett niet en in haar boek wordt er niet gediscussieerd. Er wordt alleen op intuïtieve wijze getoond.

Mooi is bijvoorbeeld de scène waarin de leraar van de vertelster achteraan haar oefenschrift een verhaal van haar ontdekt en hoe hij haar aanzet om meer te schrijven. Iedere vrijdag geeft ze hem een nieuw verhaal, wat haar manier is om een paar dagen bij hem te zijn. Het is literatuur die liefde veronderstelt, en die fel contrasteert met wat haar later overkomt, wanneer ze samen met haar vriendje in Ierland gaat wonen en hij haar schrift uit jaloezie verscheurt. Hij hield van het idee om samen te zijn met een schrijfster, maar niet van de aandacht die ze aan het schrijven besteedde.

En dergelijke mannen komen wel vaker voor in het leven van de vertelster. Zo is er bijvoorbeeld Dale, die een hele tijd haar vriendje was en die haar Sylvia Plaths The Bell Jar gaf om het meteen weer terug te nemen. Wanneer ze op een dag na een bezoekje aan Brighton met een paar boeken onder de arm bij hem voor de deur staat, blijkt hij gedronken te hebben, amper aandacht te kunnen opbrengen voor wat ze zegt en maar een ding te willen, seks. En dus laat ze zich verkrachten en probeert ze haar gedachten op andere zaken te richten, zoals roken, waarbij de sigaret in en uit, in en uit, en in en uit haar mond gaat.

Ooit schreef ze een verhaal over een naaister wiens vingers in draden veranderden en die opbrandde toen ze te dicht bij een kaars kwam. Later, toen ze literatuurwetenschap studeerde, leerde ze dat verhaal plaatsen in een marxistisch kader en ging ze inzien dat haar verhaal over het verlies van macht over de eigen productiemiddelen ging en over het slaaf worden van de eigen arbeid. “Is er iets ergers dat een jonge vrouw kan overkomen dan beroofd te worden van aandrift? Dan haar bonzende belofte verspild te zien worden?” schrijft Bennett. Je zou er de passage elders in het boek aan kunnen koppelen waarin ze beschrijft hoe de uitvinding van de tampon vrouwen het recht heeft ontnomen om ongesteld te zijn. Voortaan kon je een roze frisbee door de lucht gooien en wild ronddraaien op je rolschaatsen, herinnert ze zich de reclames die ze vroeger op tv zag. Wees productief en presteer als altijd, was de impliciete boodschap.

De Japanse schrijver Junichiro Tanizaki zei ooit dat het verschil tussen de oosterse en de westerse cultuur hierin ligt dat de oosterse het leven erkent, en dus ook het vuil, het roet en de pijn, terwijl de westerse alles netjes, nieuw en rimpelloos wil, schrijft Bennett. In Kassa 19 plaveien boeken geen weg naar het licht of het geluk, maar verdiepen ze de ervaring. Ze laten de lezer rondtasten in het duister en hem zijn hele leven lang zoeken naar die ene zin, of misschien maar een paar woorden, die rechtstreeks toegang geven tot de wereldziel.

Eerder verschenen op De Morgen