Literature and Meat

Dinsdag, 25 mei, 2021

Geschreven door: Sean Sean McCorry
John Miller
Artikel door: Jochem Kleinjan
Deborah Schrijvers

‘Meat is the Message’ – Literatuur en vleeskritiek

[Recensie] Na eerdere uitbraken van de coronavirussen SARS (2002) en MERS (2012) geeft COVID-19 opnieuw aanleiding tot het heroverwegen van mens-dierrelaties. Het terugdringen van leefgebieden voor dieren door onder meer ontbossing en urbanisering, maar ook de uitbreiding van bio industrie, worden door wetenschappers aangewezen als belangrijkste oorzaken van voorgaande, huidige en toekomstige pandemieën. 1 De essaybundel Literature and Meat Since 1900 (2019), samengesteld en geredigeerd door literatuurwetenschappers Seán McCorry en John Miller van de University of Sheffield, noemt de klimaatcrisis als bron van extra urgentie voor het bevragen van deze relaties. De context van de klimaat- en coronacrisis maakt dit boek tot een actuele en daarmee welkome bijdrage.

Dierenrechtenbeweging

De relevantie van dit boek is echter niet alleen maatschappelijk maar ook wetenschappelijk. McCorry en Miller signaleren namelijk een hiaat in de literatuurwetenschap en cultural studies. Zij stellen dat er in de literatuurwetenschappelijke animal studies nog geen essaybundel is, gericht op de specifieke kwestie van literaire vleesrepresentaties in de twintigste en eenentwintigste eeuw. (9) De centralisering van vlees in verschillende culturele contexten kent een relatief korte academische traditie. Pas in de jaren zeventig vond de dierenrechtenbeweging ingang bij de wetenschap in de vorm van ethische en politieke filosofie, maar ook via vrouwenstudies, wat onder meer is uitgemond in ecofeminisme. Binnen de cultuurwetenschappen heeft ecofeminisme geleid tot de sleutelpublicatie Literature and Meat heeft echter een bredere culturele focus. McCorry en Miller pogen met hun bundel een ‘vleeskritiek’ te leveren op de dominante narratieven en mythen rondom vlees(consumptie). Daarnaast lichten zij ideeën en praktijken rond het gebruik van dieren als grondstof uit. Tegelijkertijd erkennen zij het belang van de ecofeministische traditie; het klassieke werk van Adams fungeert dan ook geregeld als onderdeel van theoretische kaders in de essays.

Ecofeministische traditie

De samenstellers hebben ervoor gekozen de dertien hoofdstukken chronologisch te structureren. Ze openen met vrouwelijke getuigenissen van de Eerste Wereldoorlog en eindigen met videogames. Als centrale premisse geldt dat de praktijk van het huidige regime rondom vlees wordt vormgegeven en gereproduceerd door zowel culturele en verbeeldingsfactoren, als door politieke geschillen en morele redenaties. (2)
Naar aanleiding van de klimaatverandering en bio-industrie constateren McCorry en Miller een probleem in de weergave van de omvang van deze problemen in een literaire traditie die vooral kijkt naar individuele ervaringen. Zo’n aanpak is desondanks bruikbaar voor de beoogde vleeskritiek, omdat het de ervaring van dieren kan weergeven. Hierdoor komen zij naar voren als individuele wezens en kunnen de lezers zo in een ethische relatie tot hen komen te staan. Toch pleiten McCorry en Miller er, naar ons inzien terecht, voor in literatuur het zwaartepunt te leggen op machtsrelaties tussen mens en dier, om onder meer recht te doen aan de miljarden dieren die per jaar op gruwelijke wijze sterven in de bio industrie. Dergelijke machtsrelaties reproduceren en manifesteren zich in “the conversion of animal bodies into flesh for human consumption”.
(8) Maar terwijl klimaatverandering en bio-industrie onderling verbonden en in toenemende mate globale problemen zijn, valt het op dat de focus van besproken literaire werken bijna geheel westers is. Op één hoofdstuk over Zuid-Afrikaanse dans na, zijn alle geselecteerde werken Brits, Duits en Noord-Amerikaans. Daarnaast is de stelling van beide redacteuren dat er sprake is van een problematische lacune binnen literatuurwetenschap zelf ook problematisch. Refereren zij aan een globaal, of een louter westers hiaat? In het eerste geval is het ontbreken van meer niet-westerse werken vreemd, in het tweede geval wordt de aanvechtbare westers-gecentreerde blik juist bevestigd door niet op zoek te gaan naar een niet-westerse invulling. De expliciete affiliatie met de ecofeministische traditie bevreemdt daarom des te meer, omdat dit onderzoeksveld gelieerd is aan postkolonialisme en daarnaast diversiteit en inclusiviteit als kernwaarden kent, welke in deze bundel op dit vlak beide niet worden ingelost.

Globale thema’s binnen deze bundel zijn naast veganisme en vegetarisme, ook de relatie tussen tekstualiteit en materialiteit van dieren, evenals hun positie en verdinglichung binnen het kapitalisme. Specifiekere, veelvoorkomende thema’s zijn de ontologische opheffing van het onderscheid tussen natuur cultuur (hoofdstuk 2, 6-8, 11-14), biopolitiek (hoofdstuk 3, 6, 7, 10) en carno fallogocentrisme (hoofdstuk 4, 5, 9, 10, 13). De bundel opent met een sterk hoofdstuk van Vicki Tromanhauser over de status die vlees krijgt in de getuigenissen van vrouwen die als hulpverleensters met gewonde en dode soldaten werkten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tromanhauser belicht een verschuiving van de betekenis van vlees in deze context van gewonde of dode lichamen, waarbij de verminkte lichamen visueel niet meer te onderscheiden zijn van het dierlijke vlees dat wordt gegeten. Hierdoor vervaagt de begrenzing die eetbaarheid markeert en kunnen lezers van de getuigenissen beter samenvallen met de vleselijkheid van menselijke en niet-menselijke dieren. Deze thematiek van de grenzen van eetbaarheid komt ook terug in een van de theoretisch diepgravende en beter gestructureerde stukken met een focus op het begrip smaak van Sarah Bezan. In haar analyse stelt zij dat Jim Craces roman

Kweekvlees

In zijn bijdrage thematiseert John Miller op sterke wijze de culturele betekenis en ideologische functie van kweekvlees aan de hand van de science-fiction roman

Desalniettemin willen wij het belang van de verschijning van deze bundel onderstrepen. Alhoewel de artikelen kwalitatief verschillen, is de literatuurwetenschappelijke toespitsing op vleeskritiek een bemoedigende stap voor de literatuurwetenschappelijke animal studies. Ondanks dat wij het terecht opgemerkte hiaat graag vanuit een cultureel diverser kader uitgewerkt hadden gezien, biedt dat genoeg mogelijkheden voor vervolgstudies en maken de samenstellers vooralsnog een belangrijk begin. Door de focus te leggen op dieren als grondstof in de context van kapitalisme, en vlees te koppelen aan de uiteenlopende culturele betekenissen verbonden aan gender, seksualiteit, ras en klasse, toont de bundel tevens het belang van literatuur voor vleeskritiek aan.

TijdvoorTijdschriften

1 De Volkskrant, 21-04-2020. Interview met viroloog Wim van der Poel.

Eerder verschenen in Vooys