Mahmoed of het wassende water

Vrijdag, 13 mei, 2022

Geschreven door: Antoine Wauters
Artikel door: Dietske Geerlings

“En hoger, als een insectenvleugel in de wind, mijn sloepje…

[Recensie] Eens in de zoveel tijd tref je een werk dat in alle lagen zo diep ontroert dat het verbindingen legt tussen alles wat je mooi vindt. Die ervaring had ik bij Mahmoed of het wassende water van Antoine Wauters, in vertaling van Katelijne de Vuyst. Het werk is een bijzondere mengeling van verhaal en poëzie, van realisme en verbeelding, en van eenvoud en gelaagdheid, die doet denken aan de zuivere schoonheid van Nijhoffs Awater.

Zoals Nijhoff zijn Awater begint met een proloog waarin hij de muze aanroept, en tegelijkertijd zijn poëticale opvattingen onderbrengt, en heel subtiel een werkelijkheid beschrijft die tegelijkertijd ook over het gedicht gaat, zo begint ook Wauters met een gelaagde voltreffer: “Aanvankelijk, de eerste seconden, raak ik / altijd mijn hart aan om te zien of het nog klopt.” Je leest over een ik, die zich misschien zorgen maakt over zijn hart, omdat hij het gevoel heeft dat hij sterft, maar tegelijkertijd zijn het ook de eerste seconden van het gedicht, en wat is er in die eerste seconden belangrijk: het hart! Kennelijk is het kloppende hart de muze, het uitgangspunt van de dichter. Er is meteen al volop dubbelzinnigheid, want na “raak ik” wordt de regel afgebroken, waardoor je toch even denkt dat de ik meteen in de eerste seconden al ‘raakt’. De volgende regel blijkt pas dat hij zijn hart aanraakt. Het kloppen kan over het hart gaan, maar het kan ook zijn dat de ik even bij zichzelf nagaat of hij nog wel steeds zijn hart volgt bij het schrijven. Zo zijn de ik, de oude Mahmoed, en de dichter steeds met elkaar verweven.

Mahmoed dobbert eenzaam met zijn bootje op het water. Hij zet – veelzeggend – zijn masker op. Later blijkt dat hij af en toe een duik neemt, en het dus om een duikmasker gaat, maar een masker verbergt ook zijn ware identiteit en biedt de lezer de ruimte om even Mahmoed te zijn. Hij houdt zich vast aan de steven. In achttien lange strofen die elk een eigen titel hebben en lezen als hoofdstukken van een verhaal en tegelijkertijd als losse zangen, maak je kennis met de Syriër Mahmoed, een oude man, die terugkijkt op zijn leven en daarvoor steeds letterlijk en figuurlijk de diepte in duikt. Onder water vindt hij zijn verleden, namelijk de stad waar hij met zijn vrouw en kinderen gewoond heeft en die ook daadwerkelijk in de diepte van dit kunstmatige meer ligt, sinds Hafiz al-Assad daar de Tabqa-stuwdam heeft ingehuldigd, waardoor 11.000 gezinnen uit de regio verplaatst moesten worden. De twee zoons en dochter van Mahmoed hebben hem verlaten om tegen IS te gaan vechten. Hij mist ze, verlangt naar hun aanraking, en rouwt om de vergeefsheid van hun idealen. Een groot deel van het werk spreekt hij tot zijn geliefde vrouw Sarah.

Het verhaal zit vol verwijzingen naar de geschiedenis van Syrië en de onderdrukking van andersdenkenden, maar ook vol exotische namen van planten, vruchten en plaatsen. Lof voor de vertaalster, die de verzen zo mooi in de Nederlandse taal heeft ondergebracht met behoud van alle sfeer! Soms verschijnen er schuingedrukte regels van zijn vroegere verzen. Het verhaal broeit van verlangen en heimwee:

Boekenkrant

“En ik weet ook dat er geen ruimte meer bestaat
als ik hier ben.
Er blijft alleen tijd over.
Tijd en herinneringen, de reden waarom ik niet
mag sterven, Sarah.
Nog niet.
Mijn hoofd duizelt.
Ik word gek.
Een water met de naam herinnering.
Voorbij de zeeën ligt een stad
Waar de ramen openstaan voor
de schittering.
Wat een onzin!
Konden verzen die je vroeger geschreven hebt
het heden maar redden.
Wat telt, is de hemel.
De boterhammen van de kinderen.
En dat je weet dat ik van je hou.”


De dood loert over zijn schouder mee, want hij heeft een kwaadaardige moedervlek, die steeds even opduikt, als waarschuwing dat het elk moment afgelopen kan zijn. De vlek woekert en doet pijn. Eigenlijk moet hij naar de dokter, maar in plaats daarvan duikt hij de diepte in: “Mijn moedervlek doet zeer, maar hier / vermoeien de dingen me niet meer. / Ik voel me goed. / Het is geen fysieke afstand. Het is de tijd. / Ik bereik wat verloren ging. / Ik bereik de verloren tijd.”

Af en toe wordt de zang van Mahmoed afgewisseld met een van Sarah. Steeds opnieuw blijkt hun liefde voor elkaar: “Liefste, zeg ik. / Kom naar huis voor de avond valt.” In ontroerende regels ontvouwt zich de tragische geschiedenis van Mahmoed, het verlies van zijn eerste vrouw en dochtertje, zijn gevangenneming vanwege zijn schrijfsels, het verlies van zijn stad en van zijn kinderen. Pas aan het einde wordt duidelijk wat er met Sarah gebeurd is. Dan begrijp je waarom hij zo eenzaam dobbert en verlangt naar een eeuwige duik in de diepte. Hij staat symbool voor de eenzame mens die alleen nog rust vindt in zijn liefdevolle herinneringen. De zangen van Mahmoed stijgen boven de eenzame Syriër uit. Wie zegt dat wij niet allen in hetzelfde schuitje zitten?

Eerder verschenen op Tzum

Deze titel is rechtstreeks te bestellen bij Uitgeverij Vleugels