Niemandsland

Dinsdag, 29 maart, 2022

Geschreven door: Jan Hunin
Artikel door: Jef Abbeel

Terug naar Donbas

[Recensie] Een opmerking vooraf: Dit boek Niemandsland gaat niet over de oorlog die Poetin op 24 februari 2022 ontketende, maar over de oorlog in de Donbas, die al aan de gang is sinds 2014 en die leidde tot de afscheiding van Donetsk en Loegansk.

De auteur, Jan Hunin(°1968), is een Vlaams historicus en journalist, die al 25 jaar in Polen woont en zowel in 2014 als in 2019 door het oostelijk deel van Oekraïne reisde. De Donbas, het bassin van de kleine Don,  is het gebied rond de kleine Don of Donets. De grote Don stroomt door Rusland, niet door Oekraïne.

De benaming ‘Niemandsland’ wijst op het verleden: tot 1676 was er geen enkele nederzetting in het gebied tussen Rusland en de Krim (die Turks was tot 1783). Ze wijst ook wel op het heden: op de E50 kun je meemaken dat je geen enkele andere auto ziet.

In de 18de-19de eeuw kwam er wel verandering, toen werklieden en ingenieurs uit heel Europa en Rusland aangetrokken werden door de vondst van steenkool en staal. Het Donets-bekken, kleiner dan België, leverde 87% van de Russische steenkool rond 1870-1914. Lenin nationaliseerde alle bedrijven, waardoor de buitenlanders allemaal wegtrokken. Tijdens Stalin haalde Stachanov er recordhoeveelheden steenkool naar boven, weliswaar met een hele ploeg, dus met bedrog. Brezjnev kwam uit die regio (Djnepropetrovsk, nu Dnipro)  en zorgde ervoor dat de streek  in de jaren 80 tot de meest ontwikkelde van de SU hoorde. Dat is helaas al lang niet meer zo.

Ons Amsterdam

Doordat het Oekraïens op school verboden was, sprak rond 1991 bijna iedereen Russisch in de Donbas. Bij het referendum over de onafhankelijkheid in december 1991 stemde 92% ervoor, in de Donbas 84%.

Maar door de intrede van de vrije markt moesten vele mijnen sluiten en verzuurden de relaties tussen de Donbas en Kiev. Bij een referendum in 1994 was 90% van het Donets-bekken voor de erkenning van het Russisch als tweede taal en voor toenadering tot Rusland. Kiev ging hier niet op in (p. 21).

In 2004 werd de ‘Donbasser’  Viktor Janoekovitsj president gekozen, maar met fraude. De Oranjerevolutie brak uit, er werd herkozen, Joestsjenko werd president. In 2010 werd Janoekovitsj opnieuw gekozen, maar in 2014 kwam dan Euromaidan. Men eiste het aftreden van een president die wettig verkozen was. In de Donbas werden de tegenstanders afgeschilderd als nazi’s en fascisten. Er waren nationalisten bij die dweepten met Stepan Bandera, ex-collaborateur. Een associatieverdrag met de EU zou de Donbas afsluiten van hun voornaamste markt, Rusland.

Gevolg: de volksrepublieken Donetsk en Loegansk werden uitgeroepen. Etnische Russen vormen er de helft van de bevolking, er wordt bijna enkel Russisch gesproken. Vanuit Kiev keek men er minachtend op neer en stuurde men een leger. De oorlog kostte tot februari 2022 al 14.000 doden en 1,5 miljoen vluchtelingen op 4 miljoen inwoners (p. 27-28).De welvaart is zeer laag: sommigen verdienen slechts 40 euro per maand. Door de oorlog zijn de grote wegen niet meer berijdbaar. Er hangen teksten zoals : “Wij hebben één vaderland, Rusland”.

Hunin reisde ook al in 2014 door de streek; toen bezocht hij de rampplek van MH 17. De brokstukken en de lijken lagen verspreid over 30 km²! Hij somt de bewijzen op van het feit dat de rebellen het vliegtuig met een Russische Boekraket neergehaald hebben, denkend dat het een Oekraïens was. Oekraïne treft ook schuld, want het had niet mogen toelaten dat een passagiersvliegtuig over oorlogsgebied vloog (p. 53-54).

In de Donbas hebben de rebellen overal hun eigen mannen en vrouwen burgemeester gemaakt en die zijn allemaal overtuigd dat MH17 neergeschoten is door straaljagers van ‘de nazi’s uit Kiev’ (p. 64-67).

Velen ontvluchten de streek: Donetsk telde in 2001 ruim 1 miljoen inwoners, nu officieel 900.000, maar in feite wellicht slechts 200.000. In het verleden was Sjachtar Donetsk 12 keer voetbalkampioen van Oekraïne. Loegansk is met 0,5 miljoen inwoners de kleine broer van Donetsk. Het heeft één troost: Sergej Boebka, die 35 keer het wereldrecord polsstokspringen verbeterde, is daar geboren.

Beide steden werden gesticht door de Britse kanonnenmaker Charles Gascoigne (1795). Loegansk is genoemd naar de rivier Loegan of Loeganka, Donetsk naar de rivier Donets, hoewel die niet door de stad stroomt. In beide steden is de McDonald’s genationaliseerd: tot DonMak in Donetsk, McDak en Loegansk (p. 116). Voor beide republieken heb je een apart visum nodig. En de E40 naar Loegansk ligt deels vol met zand en modder. De president heet er Leonid Pasetsjnik (p. 123-126).

De Oekraïense grivna is vervangen door Russische roebel. (p. 86). Velen willen bij Rusland horen en willen niets meer te maken hebben met ‘Gayropa’ en zijn Gay Prides, die sinds 2013 ook in Kiev plaatsvinden, wel met tegenbetogingen. Het gemiddeld maandsalaris is er € 50, de pensioenen € 65 en een ingenieur die tot 2014 ca. € 1.000 verdiende, krijgt er nu nog 200 (p. 102).

Hunin slaagt erin Denis Poesjilin te interviewen, de president van de republiek Donetsk, in zijn marmeren paleis. Hij herhaalt dat Oekraïne de vlucht MH17 neergeschoten heeft en verwacht enkel heil van Rusland (p. 112).

Door de oorlog zijn sinds 2014 ca. 14.000 doden gevallen, deels Donbassers, deels Oekraïners. Alle mijnen zijn gesloten, vele fabrieken ook. De velden worden niet meer bespoten en bewerkt, met als gevolg dat de bijen floreren en voor zoete honing zorgen (p. 171).

Bij die oorlog kregen de Donbassers de hulp van Tsjetsjeense huurlingen, die daarvoor een paar honderd dollar per dag opstreken, meer dan het maandloon (p. 187-192). Lenin beging de fout de Donbas aan Oekraïne te geven, nu wil het gebied terug bij Rusland (p. 195). En dit hoewel een getuige tegen de auteur zegt: “Hier wonen geen Russen, alleen mensen die Russisch spreken” . Voor de Oekraïners zijn de inwoners Russen, voor de Russen zijn het Oekraïners die Russisch spreken: het is dus een niemandsland (p. 203).

Na 33 dagen verlaat Hunin de streek. Hij vliegt via Charkov, de stad met het na Tiananmen grootste plein ter wereld, naar  zijn woonplaats Warschau.

Hunin kan goed vertellen en zich prima inleven in de situatie van mensen die het moeilijk hebben. Hij waagt zich op plekken waar anderen niet durven komen en slaagt erin mensen te interviewen die anderen niet bereiken. Zijn boek geeft een goed beeld van deze verdeelde en weinig bekende streek.

Een paar details: het boek is niet stevig samengebonden waardoor het uit elkaar kan vallen bij het lezen. Er staat een enkel gallicisme in: ’t Is te zeggen (p. 59) in plaats van dit wil zeggen; en ‘Krasnij Loetsj’ betekent Rode Straal, niet Rode Sikkel (p. 161). Sikkel in het Russisch is sertsj.

Eerder verschenen op Jef Abbeel