Roelant meets ... Anders Roslund

Vrijdag, 22 april, 2022

Geschreven door: Anders Roslund
Artikel door: Roelant De By

Een nieuw boek van Anders Roslund is altijd iets om naar uit te kijken. Zijn eerste buitenlandse reis sinds de corona uitbraak is naar Nederland. Wij ontmoeten elkaar in het Ambassade hotel te Amsterdam. De voertaal is Engels.

 width=
@Josia Brüggen

Anders: ‘Voor het eerst in twee jaar tijd ben ik op tournee voor mijn boekpromotie. De pandemie hield ons behoorlijk in de greep. Normaliter is een tripje van twee dagen naar het buitenland erg kort. Maar toen vorige week die vraag kwam van de uitgever heb ik meteen “ja” gezegd. Heerlijk om weer te kunnen reizen. Ik woon in Stockholm. Op een uur rijden daar vandaan is er een veerpont die naar een klein eilandje vaart, waar slechts twaalf mensen wonen. Daar hebben we een vakantiehuis. Het meeste van de afgelopen tijd heb ik daar doorgebracht. Mijn vrouw kwam regelmatig langs. Onze twee zonen zijn volwassen en hebben hun eigen leven. Ik vertel mijn vrouw wel dat ik van haar hou en hoe mooi ze is, maar haar verrassen met een bosje bloemen vergeet ik. Haar favoriete bloemen zijn tulpen, die ze regelmatig voor zichzelf koopt. Nu heb ik iets om haar verbaasd te doen staan. [Anders houdt de zak met Hollandse tulpenbollen omhoog, die ik hem zojuist gegeven heb] Dank je wel.’

Roelant: ‘Ik moet toegeven dat ik een groot fan van je boeken ben. Ik heb ze allemaal.’

Anders: ‘Waaauw, ik voel me vereerd. Bij welk boek stapte je in de serie, of volg je vanaf het begin?’

C2W

Roelant: ‘Kluis 21 was de eerste die ik las. Daarna was ik verkocht.’

Anders: ‘Wat grappig! Toevallig is mijn nieuwe boek Drie Vrouwen een soort vervolg op dat boek. Het is een zelfstandig verhaal, maar de personages uit Kluis 21 komen terug.’

 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘Ik beschouw jou (en je overleden co-auteur Borge Hellström) als de echte opvolgers van Sjöwall en Wahlöö. Het maatschappijkritische druipt van elke pagina af. En ondertussen is deze verpakt in een super spannend verhaal.’

Anders: ‘Soms voel ik dat ook, en dat is goed. In de afgelopen twintig jaar ben ik goede vrienden geworden met Maj. Afgelopen jaar is ze overleden op de respectabele leeftijd van 85 jaar. Toen Borge en ik begonnen met schrijven begreep ze zowel onze bedoelingen als het feit dat we twee verschillende personen waren. Dat schiep meteen een band. Toen ons eerste boek bij de (Zweedse) uitgever lag, in 2002, was zij de eerste die het ging lezen, omdat onze uitgever graag haar mening wilde horen. Zij was gelukkig positief. Vanaf dat moment zijn we naast collega’s ook vrienden geworden. Ik heb me bij het schrijven altijd voorgesteld dat onze hoofdpersoon, Ewert Grens, een kamer op dezelfde verdieping en gang had als Martin Beck. Maj was niet altijd even aardig. Ze kon heel erg scherp en obsessief zijn. En tevens heel erg dronken. [we lachen allemaal] En hoe meer ze had gedronken, hoe scherper het er allemaal uitkwam. Als ze je niet mocht of als ze verveeld was, stak ze dat niet onder stoelen of banken.’

Roelant: ‘Onze Nederlandse coryfee, Thomas Ross, heeft samen met haar een boek geschreven.’

Anders: ‘Ja! Dat was heel bijzonder want Maj heeft die dingen altijd afgehouden. En hij is de enige ná Per Wahlöö. Net als ik woonde ze in Stockholm-Zuid, wat tegenwoordig een beetje hippe wijk is met veel wannabees. Daar had ze in een mooi restaurant haar eigen tafel, waar ze vooral de drankrekening aardig spekte.’

Roelant: ‘Jouw boeken, eerst samen met Borge, later alleen, zijn allemaal standalones meer wel met één terugkerende hoofdpersoon, de politieman Ewert Grens.’

Anders: ‘Toen Borge en ik samenkwamen om ons eerste boek te schrijven, hebben we een aantal regels opgesteld. Ik was al een hele tijd bezig met maatschappelijke thema’s, zowel bij mijn werk als privé. Ten eerste wilden we 50% feiten en 50% fictie erin hebben en moest het verhaal centraal staan. We wilden de lezer bij de hand nemen om deze een blik te laten werpen in een wereld die hen onbekend is. Ten tweede wilden we eenzelfde politieman erin, die nooit zélf de hoofdpersoon is, maar wel het overkoepelende personage is, precies wat jij bedoelt. Ten derde wilden we telkens een verschillend perspectief hebben, hetzij vanuit de crimineel, hetzij vanuit de politie. Ten vierde wilden we dat alle delen goed los van elkaar te lezen zouden zijn, zodat je ook later in de serie kon instappen. Mijn nieuwste boek, Drie Vrouwen, is het eerste boek dat teruggaat naar een eerder boek, Kluis 21. Over dat boek heb ik heel veel vragen van lezers gehad die wilden weten hoe het met die ándere vrouwen is gegaan. In die zin is het een vervolg, maar het is zeker als standalone te lezen omdat het een zelfstandig verhaal is.’

 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘Kun je iets vertellen over je jeugd?’

Anders: ‘Ik kom uit een arm, gewelddadig milieu. Ik heb één drie jaar jongere zus. Ook in ons gezin was er veel geweld. Dat heeft me ertoe aangezet om nader naar dat geweld te kijken. Waarom gebruikt de ene persoon geweld om de ander te laten doen wat deze wil? Wat gebeurt er in een afgesloten ruimte, zoals een huisgezin, waar er altijd geweld wordt gebruikt? Zelfs als klein kind heb ik me die dingen af zitten vragen. Dat is ook de reden geweest dat ik vrijwilliger bij de reclassering werd. Heel veel vrienden van me hebben voor kortere of langere tijd in de gevangenis gezeten. En heus niet omdat ze zo slecht waren. Mijn jeugd speelde zich eigenlijk op twee verschillende velden af. De ene was het voetbalveld, waar je in de kleedkamer een heel ander gesprek voerde dan in dat andere deel waar ik actief was: bij de intellectuelen die boeken lazen. Dat maakte me destijds een vreemde eend in de bijt. Maar het heeft wel tot gevolg gehad dat ik me in beide kampen probleemloos kan mengen, dus zowel met gevangenen als met ministers voel ik me op mijn gemak als ik met ze praat. Op jonge leeftijd, ik zal 19 of 20 zijn geweest, ben ik begonnen met reclasseringswerk. Ik heb 36 verschillende gevangenissen bezocht. Toen ik journalist geworden was, heb ik me gestort op misdaad en onrecht. Ook voor de Zweedse televisie heb ik heel wat programma’s gemaakt om bepaalde misstanden aan te kaarten. Maar de impact als TV maker is erg klein. Als schrijver kun je eigenlijk meer bereiken als je de boodschap die je wilt uitdragen, verpakt in een spannend verhaal. Miljoenen mensen lezen mijn boeken die in 36 talen worden vertaald. Dat is gigantisch.’

Roelant: ‘Het zijn dikke boeken die je schrijft.’

Anders: ‘De Nederlandse uitgaven zijn het dikste. Toen ik voor het eerst een Nederlandse uitgave in handen had, dacht ik dat het papier dikker was. Toen zag ik dat het zeg 500 pagina’s waren terwijl de Zweedse uitgave maar 400 pagina’s telde. [lachend] Misschien hebben jullie meer woorden nodig om hetzelfde te zeggen?’

Roelant: ‘Kluis 21 was een groot succes.’

Anders: ‘Toen we bij de uitgever met dat verhaal kwamen, zei deze dat zoiets als seksslaven en mensenhandel in ons keurige Zweden niet voorkwam, omdat bordelen en dergelijke verboden waren. In de week dat ons boek uitkwam, vonden er toevalligerwijze enorme razzia’s plaats door de politie in bordelen waar ze op misbruik en mensenhandel stuitten. Dat nieuws bracht ons via de voorpagina’s van de kranten naar ontmoetingen met de minister om hem daarover bij te praten. Dat was een schitterende samenloop van omstandigheden en genereerde enorm veel aandacht. Het leidde zelfs tot nieuwe wetgeving. Maar zoals je weet zijn politici bezig met één probleem per keer. Wanneer ze dan zoiets aanpakken is dat sexy. Maar in no time zijn ze alweer met een volgend probleem bezig en raakt het vorige uit het oog. Aangezien de mensenhandel vandaag de dag een nóg groter probleem is dan het toen al was, leek het me een goed idee om daarnaar terug te gaan. Opnieuw aandacht daarvoor genereren. Dat is Drie Vrouwen geworden.’

 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘Je hebt al vóór Borge’s dood besloten om alleen verder te schrijven. Hoe hebben jullie elkaar ontmoet en waarom hield jullie samenwerking op?’

Anders: ‘Vanwege onze vele ruzies. Ondanks dat we heel goede vrienden waren. Waar ik vandaan kom, kan een luide woordenwisseling snel uitmonden in ruzie. Dat was hem helemaal vreemd. Hij kwam juist uit een hoger milieu en een betere buurt, waar mensen vriendelijk en respectvol met elkaar omgingen. Er zijn in Zweden 55 probleemgebieden waar slechte huizen gebouwd zijn in de 60- en 70-er jaren en er een hoge criminaliteit heerst. In zo’n buurt ben ik opgegroeid. Als ik tien vrienden heb, dan zijn er vijf van hen nog uit die getto buurt, die in en uit de gevangenis draaien. Vandaar dat ik al vanaf mijn achttiende als vrijwilliger voor de reclassering ging werken om iets te kunnen doen voor deze mensen, mijn buren, familie, vrienden. Ik probeerde ze niet terug te laten vallen in oude gewoontes en misdaden. Maar helaas bleek dat hopeloos. Na hun vrijlating zaten ze een paar maanden later opnieuw vast voor hetzelfde vergrijp. Ik werkte altijd met jonge, gewelddadige mannen. Want deze groep begreep ik.

Borge’s achtergrond was totaal anders dan die van mij. Doordat hij verslaafd was geraakt aan drugs is hij in het criminele circuit terechtgekomen. Hij heeft ook geregeld in de gevangenis gezeten. Daarnaast begon hij ook met reclasseringswerk via met een stichting die CRIS heette, Criminals Returning Into Society. Hun missie was om de gevangene aan de poort op te wachten als hij eruit kwam en hem te begeleiden naar de gemeenschap. Aangezien ik in mijn eigen reclasseringswerk faalde, kwam ik die stichting op het spoor. Toen ik voor een item voor televisie contact zocht met iemand van die stichting, nam hij de telefoon op. Ik heb toen die stichting een jaar lang gevolgd met mijn camera, enorm benieuwd hoe ze die deurdraai criminelen op het rechte pad kunnen houden. Het succes percentage lag op 95 %. Dat was boven alle verwachting. De stichting heeft een internationale prijs gekregen als beste programma voor ex-gevangenen. Het idiote was echter dat niemand van die stichting Amerika in mocht om die prijs in ontvangst te nemen vanwege hun strafblad. Hoe ironisch is dat? Maar mijn reportage van dat hele jaar die stichting volgen was een groot succes. En Borge en ik bleven vrienden. Toen we besloten om samen boeken te gaan schrijven, was de rolverdeling dusdanig dat we samen gingen brainstormen en dat ik het verhaal ging opschrijven. Telkens ontmoetten we elkaar en bespraken de pagina’s. Elk schrijversduo heeft zijn eigen werkwijze, en dit was ons recept. Ik was destijds editor in chief en werkte zestien uur per dag. Borge kwam vanuit een visie dat je nul uur per dag zou moeten werken. We moesten elkaar ergens in het midden vinden. Bovendien kwam ik uit een cultuur waar de mensen naar elkaar schreeuwden: gisteren was het een waardeloze uitzending, dit of dat had je veel beter kunnen doen, enzovoorts. Borge kwam uit een AA-cultuur, dat hield in dat je alles mocht zeggen en dat niets fout was. Dat resulteerde erin dat hij kwaad werd als ik kritiek had op een idee van hem. En ik zei zulke dingen ook veel te weinig diplomatiek. Dat gaf aanleiding tot heel veel ruzies onderling. Bovendien was hij ook heel rusteloos, wilde steeds iets nieuws. We hebben samen zeven boeken geschreven. We hebben daarin heel veel misstanden aan de kaak kunnen stellen op een manier die effectiever was dan in het (kleinschalige) werk dat we daarvóór deden. Daarna besloten we in goed overleg dat ik alleen verder zou gaan. Dat werd Drie Uur, mijn eerste soloboek. Toen dat af was, kreeg hij kanker. Gek genoeg werd onze vriendschap hechter toen we niet meer samen aan een boek werkten. Ik heb toen gewacht met het uitbrengen van het boek omdat ik niet aan de champagne wilde zitten terwijl hij vocht voor zijn leven.’

 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘Dat boek dat begint met de ontdekking van al die dode vluchtelingen in die havencontainer is een van mijn favoriete boeken van je. Je geeft een helder beeld van de vluchtelingenproblematiek.’

Anders: ‘We hebben in Zweden een maatschappij die constant verandert. Er is hier een partij die de Zweedse Democraten heet. Het is een één-issue partij, namelijk: geen immigranten. Tien jaar geleden stond hun aanhang op 1%. Tegenwoordig zitten ze rond de 25 %. Dat is ongelooflijk. Dat zijn heus niet allemaal racisten, maar het zet je wel aan het denken. Ik woon in Zweden en blijf daar wonen, maar .…het lijkt erop dat alle politici hun idealen opzij hebben gezet.’

 width=
@Josia Brüggen

Roelant: ‘Gelukkig blijf jij de luis in de pels met je boeken die echt ergens over gaan, en blijf je met je vinger wijzen op zaken die niet kloppen. Dat zijn belangrijke boeken voor een maatschappij.’

Anders: ‘Gelukkig is er tegenwoordig veel meer aandacht voor crime story’s. Ik voel mij bevoorrecht om in de huidige tijd te mogen schrijven. Sjöwall and Wahlöö werden niet gezien in hun tijd, geen boekkritiek werd er geplaatst. Er was geen aandacht voor hun maatschappijkritische boeken. Hun erkenning is pas later gekomen. Zij hebben als het ware het pad vereffend voor nieuwe crimeauteurs. Henning Mankell is een mooi voorbeeld daarvan. Hij heeft deuren geopend voor ons, thrillerauteurs. Hij maakte het mogelijk dat er, ook in het buitenland, aandacht voor schrijvers als Stig Larsson en mijzelf is gekomen. Dus als ik één Zweedse collega dankbaar ben dan is dat Mankell.’

Dank je wel voor dit inspirerende gesprek, Anders.

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.