Roelant meets ... Bernice Berkleef

Woensdag, 21 juli, 2021

Geschreven door: Bernice Berkleef
Artikel door: Roelant De By

 

De trotse winnaar van de Gouden Strop 2021 is geworden Bloedsteen van Bernice Berkleef. Een mooie aanleiding voor een gesprek met haar. De locatie is het kantoor van haar vader in Amstelveen waar we in alle rust kunnen praten. Het blijkt ook de plek te zijn waar Bernice zich regelmatig terug trekt om te schrijven.

Roelant: ‘Bernice, allereerst van harte gefeliciteerd met het behalen van deze prestigieuze prijs. Toen ik naar de uitgiftedatum keek, zag ik dat die april 2020 was. Ondanks dat ik bovenop allerlei boekreleases zit, had ik dat helemaal gemist.’

Bernice: ‘Het was toen net het begin van de Corona uitbraak. De boekhandels gingen dicht, dan weer open, dan weer alleen op bestelling. Je merkte dat er veel minder werd ingekocht. Dat was echt jammer. Het mooiste van deze prijs is dat mijn boek nu een tweede kans krijgt. Dit boek ligt mij zó aan het hart.’

TijdvoorTijdschriften

 width=

Roelant: ‘Jouw boek speelt zich voor een groot gedeelte af in Indonesië. Vanwaar jouw interesse in dat land? Heb je daar roots liggen?’

Bernice: ‘Mijn vader komt uit Suriname en heeft via mijn opa een duidelijk Javaanse afkomst. Misschien heeft dat mijn interesse in die regio verhoogd. Ik weet het niet. Maar toen ik voor het eerst in Indonesië kwam, op Bali, kreeg ik een soort thuiskom gevoel. Heel apart als je in een land komt dat zo ver van Nederland vandaan is, dat het meteen zo prettig voelt. Ik weet nog wel dat mijn moeder, gewoon een Nederlandse, dat gevoel juist helemaal niet had.’

Roelant: ‘Je citeert Goethe in jouw boek die gezegd heeft: ‘Wie zich langere tijd in de tropen bevindt, verliest er zijn hart.’

Bernice: ‘Dat heb ik zelf ook ervaren. Vanaf het eerste moment dat ik in de tropen kwam, voelde ik dat ook. Ik was pas vier jaar toen ik met mijn ouders naar Curaçao ging. Dat heeft ongelooflijke indruk op me gemaakt. Die reizen naar de tropen beslaan een groot gedeelte van mijn jeugdherinneringen. De lucht, de kleuren, hoe het ruikt, het eten, de mensen, alles. Dat hoop ik met mijn eigen kinderen ook te doen, dat ze veel kunnen reizen en andere landen zien. Ik ben in Amstelveen geboren en opgegroeid. Heerlijke jeugd gehad, veel ruimte en groen om ons heen. Ik heb één jongere zus. Zij werkt bij de politie. Regelmatig ga ik bij haar na of de scènes in mijn boek, bijvoorbeeld over een verdachte die gearresteerd wordt, voldoende waarheidsgetrouw zijn. Ik kijk dan wel naar series maar hoe het er nu écht bij zo’n verhoor aan toegaat weet ik natuurlijk niet. Erg fijn dat ik dergelijke dingen aan haar kan vragen.’

Roelant: ‘Dat jouw hoofdpersoon nietsvermoedend van haar bed gelicht wordt door de politie en meegenomen voor verhoor.’

Bernice: ‘Het zal je maar gebeuren! Je bent er totaal niet op bedacht. Je leeft gewoon je leven en dan er kan plotseling iets gebeuren waar je geen grip op hebt en krijg je te maken met een heel andere kant van de samenleving.’

Roelant: ‘Het is een heerlijk begin van jouw boek. Opeens is Ella een verdachte, maar ze begrijpt er niks van en weet nergens van. Ik moest denken aan Grand Hotel de Bajes van Andries Bik, waar de zoon ook plotseling door de politie van zijn bed wordt gelicht omdat ze hem verdenken van medeplichtigheid aan vermeende criminele zaken van zijn vader.’

Bernice: ‘Je staat er nooit bij stil, maar je kunt worden opgepakt omdat ze denken dat je vader of iemand anders in jouw omgeving iets gedaan heeft, niet eens jijzelf. Dat mag allemaal, zelfs in Nederland. En wanneer er een onderzoek tegen je loopt, mogen ze beslag op je bezittingen leggen. Je kunt niet werken, krijgt geen nieuwe baan, je weet niet meer wat je moet doen. En dan ben je niet eens schuldig. Dat soort dingen belichten vind ik heel erg leuk. Gewone mensen die in bizarre situaties terecht komen en die zichzelf dan tegenkomen. Hoe ga ik hier uitkomen? En hoe ver ga ik om dat te doen?’

Roelant: ‘En voortdurend mislukt het ene na het andere plan van haar. Ze komt steeds verder in het nauw.’

Bernice: ‘Het kwartje moet maar net goed vallen en je moet soms gewoon geluk hebben. Mensen die bij een routine controle aangehouden worden en dan ik-weet-niet-wat in hun kofferbak hebben liggen. Of wat er bij huiszoekingen allemaal gevonden wordt waar niet eens naar gezocht werd. Als je de huizen in heel Nederland om zou kieperen, moet je kijken wat er allemaal tevoorschijn komt.’

 width=

Roelant: ‘Het aloude zoeken naar de schat, in dit geval de juwelen, is een fijne drijfveer voor het handelen van de personages. De hebberigheid en de corruptie van de mens komt mooi naar voren.’

Bernice: ‘Het schat zoeken, eigenlijk een jeugdding. Nu zijn het volwassen mensen die allemaal op die schat zitten te azen.’

Roelant: ‘Je belicht ook een stukje geschiedenis dat niet algemeen bekend is, namelijk de positie van de Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Japanse gevangeniskampen zaten. En na afloop daarvan niet met open armen terug werden ontvangen door de Indonesiërs.’

Bernice: ‘Dat betrof honderdduizenden mensen. Als zoiets in Europa was gebeurd, zou dat enorm de aandacht hebben getrokken. Nu werd er nauwelijks over gepraat. De Nederlanders dachten dat de Indonesiërs hun vrienden waren, maar die bekeken het veel zakelijker. Wij hebben voor jullie gewerkt, hebben jullie een lui leventje bezorgd, maar niet op een gelijkwaardige manier. Er heerste eerder een gedachte van: eigen schuld dat dit met jullie gebeurt. Wij zijn jarenlang uitgebuit en onderdrukt. Die pijn die er in hun binnenste zat, beseften de Nederlanders niet.’

 width=

Roelant: ‘Nederland is natuurlijk ook niet zo’n goede kolonisator geweest. Het hele hogere kader bestond uitsluitend uit Hollanders. Je hebt zelf onder meer HBO-rechten gestudeerd.’

Bernice: ‘Die interesse naar advocatuur en politie zit gewoon in de familie. Maar zelf wilde ik het liefst schrijven. In thrillers kan ik me daar heerlijk in uitleven. Erg leuk om dat juridische een beetje te laten terugkomen in mijn boeken. Toen ik begin twintig was en klaar met die studie ben ik journalistiek werk gaan doen, hoewel ik daar geen opleiding voor heb gehad. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en heb een interview met mijzelf gehouden en dat opgestuurd naar een blad. En die vonden dat zó leuk dat ze het gepubliceerd hebben en daarna aan me vroegen of ik niet méér voor hen wilde schrijven. Vervolgens kwamen er ook andere bladen waar ik voor ben gaan schrijven. Ik ben er als het ware ingerold. Van kleins af aan heb ik heel veel gelezen. Dat is er met de paplepel ingegoten. Dan wil je als je ouder wordt niets liever dan je eigen boek laten uitgeven.’

Roelant: ‘En dan die grote prijs winnen.’

Bernice: ‘Dat is helemaal bizar. Mensen wachten hier hun hele leven op. De Gouden Strop is zo’n beetje de Heilige Graal voor schrijvers. Als kind oefende ik al voor de spiegel mijn overwinningstoespraak van de Gouden Griffel, de prijs voor de jeugdboeken. Ik las toen alleen maar jeugdboeken natuurlijk. Andere kinderen oefenden hun speech voor het winnen van een Oscar. [we lachen uitgebreid] En dan gebeurt het gewoon… Te midden van al die andere grote schrijversnamen wordt jouw boek eruit gekozen. Bijna onwerkelijk. Mijn eerste gedachte was: ik moet mijn moeder bellen.’

Roelant: ‘Het is ook een grote triomf voor jouw uitgever, Tomàs, van The House of Books, die jou enkele jaren geleden een contract voor meteen drie boeken had aangeboden. Cody was de eerste, en bij Bloedsteen, de tweede, was het meteen al raak met die prijs.’

Bernice: ‘Ik ben heel blij met hem. Hij is ook mijn redacteur en heel betrokken bij mijn boeken. Ik kwam bij toeval bij die uitgeverij. De boekhandelaar hier in Amstelveen aan wie ik mijn manuscript heb laten lezen, kende iemand van de uitgeverij Hollands Diep. Deze zag wel wat in mijn (eerste) boek, maar gaf aan dat het niet in hun fonds paste. Zij waren onderdeel van Overamstel uitgevers, waar ook The House of Books onder valt. Zodoende kwam ik bij hun terecht. Ik weet nog dat ik hoogzwanger was van mijn eerste kind en op het punt stond te gaan bevallen toen ik een mailtje van Tomàs kreeg. Of ik de volgende week op gesprek kon komen. Ik zat helemaal onder de zwangerschapshormonen, kon nauwelijks meer denken, maar voelde wel dat ik dit niet kon uitstellen. Stel dat er volgende week iemand met een identiek manuscript langskomt die dan net eerder is dan ik, omdat die wél meteen kan komen. Dus ik zeg tegen mijn man dat hij een bericht terug moet sturen dat volgende week prima is. De bevalling ging goed. En de week daarna werd ik door mijn man voor de deur afgezet, ik rolde naar binnen en kwam naar buiten met een deal voor drie boeken.’

Roelant: ‘Naast het spannende verhaal staan er in jouw boek ook heerlijke zinnen die grappig zijn of waar je over na kunt denken. Zoals bijvoorbeeld wanneer Ella de minst aantrekkelijke ambassade medewerker uitkiest voor haar plan: Ik had me terdege voorbereid, al had dat meer met mijn uiterlijk dan met het interview te maken. [we lachen beide] Apart dat Ella juist op zoek gaat naar de minst aantrekkelijke man.’

Bernice: ‘Dat idee kreeg ik van het boek van die twee oudere prostituees op de wallen. Die zeiden dat je beter een minder knappe klant kon hebben dan een goed uitziende vent. Zulke mannen wisten dat ze er goed uitzagen en stelden veel meer eisen. Hoe knapper de man, hoe extremer zijn wensen.’

 width=

Roelant: ‘In je boek laat je Ella seks hebben pal voor het raam, zichtbaar voor iedereen op straat.’

Bernice: ‘Dat heb ik zelf een keer gezien. Toen ik in Amsterdam bioscoop de Munt uitliep, zagen we in een van die appartementen daartegenover een man en een vrouw seks hebben voor het raam. Het ging precies zo als ik het in het boek beschreven heb. Toen dacht ik nog, waarom zou je dat nou doen, zo open, iedereen kan het zien? Later begreep ik meer waarom iemand dat zou doen. Ik zou het zelf nog steeds niet doen hoor! Maar mensen hebben een bepaalde hang naar vrijheid, en het idee van ik-heb-schijt-aan-iedereen. En willen gewoon de ultieme vrijheid ervaren. En mijn hoofdpersoon Ella heeft zoveel behoefte aan vrijheid, want ze kan geen kant op, dat ze precies dát gaat doen. Ze wil, al is het maar voor even, zelf bepalen wat ze gaat doen. Die gebeurtenis paste mooi in mijn verhaal.’

Roelant: ‘Je beschrijft Ella ook als iemand die zó in het nauw zit dat ze zich afvraagt of ze zélf wel zo’n geweldige vriendin, collega of partner is geweest, omdat niemand haar komt helpen: Ik voelde me radeloos. Voor het eerst begreep ik de mensen die uit wanhoop het criminele pad op gaan.’ Een andere quote is: ‘Niets is zo pijnlijk als een geliefde die alleen vriendschap te bieden heeft.’

Bernice: ‘Dat is de scène waar Jord, nadat hij Ella gedumpt heeft, toch op de begrafenis van haar vader komt. Oorspronkelijk had ik hem geen verdere rol meer gegeven, maar mijn uitgever vond het sterker als hij toch komt opdraven, meer uit medelijden.’

Roelant: ‘Ben ik het mee eens. Dat maakt het veel schrijnender. En geeft jou de kans om die zin over de Friend-zone erin te zetten. Heerlijk!’

Bernice: ‘Erg fijn als je een goede band met je redacteur hebt. Daar wordt je boek echt beter van. Ruwe manuscripten zijn vooral heel wollig. En uitgeverijen houden van een strak verhaal. In het begin begreep ik niet goed wat ze daarmee bedoelden. Maar zij zien, veel beter dan jijzelf, het overzicht, de grote lijn. Ik heb gewoon heel veel geluk gehad.’

Roelant: ‘Jij hebt gewoon een erg goed boek geschreven, Bernice. Maar over die wolligheid dat snap ik wel. Dan haakt een lezer af. Die moet geboeid blijven en dat is jou uitstekend gelukt in dit boek. In het jury rapport stond dat je vanaf het begin meteen in het verhaal zat. Dat is een groot compliment. Dank je wel voor dit bijzonder gezellige gesprek.’

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.