Roelant meets ... Marieke Nijkamp

Woensdag, 9 december, 2020

Geschreven door: Marieke Nijkamp
Artikel door: Roelant De By

 

Een Nederlandse auteur die haar boeken in het Engels schrijft en daarmee de Amerikaanse bestsellerlijsten bestormt, is bijzonder. Marieke Nijkamp uit Hengelo is zo’n auteur. Via Skype heb ik een gesprek met haar.

Roelant: ‘Hallo Marieke, mijn eerste vraag aan jou is: waarom schrijf jij, als Nederlandse, in het Engels?’

Marieke: ‘Eigenlijk is dat een beetje per ongeluk begonnen. Ik heb heel lang in het Nederlands geschreven. Eigenlijk vanaf het moment dat ik kon lezen en schrijven tot het moment dat ik ging studeren. Tijdens mijn studie heb ik heel veel gereisd. Daar ook veel vrienden gemaakt die geen Nederlands spreken. En vanuit hen kwam dat verzoek. Ze zagen mij steeds schrijven, maar ze waren benieuwd wát ik precies schreef. Vanuit mijn studie was ik gewend om heel veel in het Engels te lezen. Ik voel me een beetje van de Harry Potter generatie. Op een gegeven moment is de Engelse editie eerder uit dan de vertaling. Dan ga je ook fictie in het Engels lezen. Ik besefte dat het type boeken dat ik schreef heel erg paste bij de Amerikaanse jeugdboekenmarkt. Zo is dat gekomen.’

Roelant: ‘Je hebt filosofie gestudeerd en middeleeuwse geschiedenis. Grappige combinatie.’

Marieke: ‘Ja, nou ja, ik vond dat zelf heel voor de hand liggend. Ook toen ik filosofie studeerde, was mijn focus sterk op de geschiedenis van de filosofie gericht. Welke ideeën komen wanneer naar boven? Waar zit de ontwikkeling in? En als je het over ideeën hebt, moet je het ook over de context hebben, sociaal, economisch en politiek. En dan is de studie geschiedenis weer heel erg interessant. Ik heb het zelf altijd als twee zijdes van dezelfde medaille bekeken. Enerzijds wat is de wereld waarin ideeën ontstaan? En vervolgens hoe beïnvloeden die ideeën de wereld weer? Dat is een heel leuke combinatie.’

Roelant: ‘De middeleeuwen is de tijd van de ridders, van de heksen…’

Marieke: ‘Uiteraard. Daar ben ik deels toe gekomen omdat ik fantasy liefhebber ben. Ik wilde altijd graag ridder worden. En dat schijnt wat lastig te zijn tegenwoordig. Mijn lievelingsboek is Brief aan de Koning van Tonke Dragt. Het dichtstbijzijnde bij de ridders was om middeleeuwse geschiedenis te gaan studeren.’

 width=

Roelant: ‘En wat me fascineert is dat jouw oorspronkelijk Engelse boek door iemand anders vertaald is in het Nederlands. Waarom deed je dat zelf niet?’

Marieke: [lachend] ‘Omdat ik heel slecht ben in vertalen. Ik vind het heel erg leuk, heel interessant hoe vertalingen werken en ik lees graag een beetje mee. Maar… taal is voor mij een gereedschap, een middel om verhalen te vertellen. Als ik in het Nederlands bezig ben, komen er andere dingen uit dan wanneer ik dat in het Engels doe. Het ritme van de taal is anders, de grammatica is anders. De nadruk, de spreekwoorden ook natuurlijk. Wanneer ik dat zelf zou gaan doen, komt er een ander boek uit. Ik zou voortdurend iets gaan aanpassen.’

Roelant: ‘Maar je hebt het de vertaler ook niet gemakkelijk gemaakt. Met name je personage Ever wordt steevast aangeduid als onzijdig. Om duidelijk te maken dat het om een non-binair persoon gaat, spreekt de vertaler van “hen” en “hun”, in plaats van “zijn” of “haar”. In het Engels is een dergelijke aanduiding normaler dan in het Nederlands. Dat is even wennen.’

Marieke: ‘Daar zijn we best wel even met elkaar in gesprek over gegaan. Welke opties hebben we daarvoor? In het Engels is “they” en “them” veel normaler in het taalgebruik, ook historisch gezien als onzijdig voornaamwoord. In het Nederlands hebben álle woorden een geslacht. Maar goed, woorden en taal ontstaan door gebruik. Dus op een gegeven moment moet je een keuze maken. Maar in dit geval was het erg lastig. De meeste non-binaire mensen die ik ken, gebruiken “hen/hun” of “die”. Maar in schrijftaal is “die” ingewikkeld, omdat dat heel onduidelijk kan worden.’

Roelant: ‘Naar wie verwijs je dan?’

Marieke: ‘Precies. Maar uiteindelijk hebben we voor de vertaling gekozen voor “hen/hun”, omdat dat het meest gebruikelijk is en ook in de context van het verhaal het beste werkt. Voor mij was het gebruiken van die onzijdige vorm erg belangrijk. Ik heb mijzelf nooit helemaal comfortabel gevoeld met het label “vrouw”. Maar als je niet een ander woord hebt, of een begrip voor wat dan wel, is dat zoeken. Voor mij was dat label vinden heel belangrijk en ook erg belangrijk om dat in boeken mee te gaan nemen. Enerzijds om te vermijden dat jongeren die nu rondlopen met die gevoelens daar pas, net zoals ik, ver in de twintig zijn voor ze erachter komen. Maar anderzijds ook om andere jongeren, andere lezers te laten zien dat personages zoals wij heel normaal zijn. Ook in fictie.’

Roelant: ‘Ik citeer even uit je boek: ‘Iedere trans jongere heeft wel een trans oudere nodig.’

Marieke: ‘Ja, dat is een van de dingen die Damion tegen Finn en Ever zegt. Ik ken dat zelf meer uit de queer-community. Ik ben vrijwilliger geweest bij het COC hier in Nederland en heb me ook in een andere context ingezet voor LHBTI jongeren. Zeker als het gaat over vragen van identiteit, wie ben ik en wat betekent dat? Wat betekent het wie ik ben voor de mensen om mij heen en voor de keuzes die ik maak in mijn leven. Dan is het gewoon heel belangrijk om mensen in je buurt te hebben die zoiets al hebben ervaren. Want vragen over seksuele geaardheid en genderidentiteit kunnen best wel heel erg isolerend zijn. We leven gelukkig in landen waar dat steeds meer geaccepteerd wordt en waar je er ook voor uit mag komen. Het is zeker niet zo dat dat overal volledig veilig kan en dat daar totaal geen reactie op is, maar het kan hier gelukkig redelijk goed. Maar dan nog als je het nog nooit gezien hebt en je ervaring komt vanuit ‘dat het niet zou mogen’ of ‘dat het slecht is’, of dat het een verkeerde levenskeuze zou zijn, zoals ooit iemand tegen mij zei, dan is het heel erg goed dat er ook mensen bestaan die volwassen en succesvol zijn met dezelfde gevoelens.’

Roelant: ‘Ik moet meteen denken aan Marieke Lucas Rijneveld.’

Marieke: ‘Ja, zeker! Bijna een beetje verwarrend voor mijn Amerikaanse vrienden, zijn er nou twee Mariekes? Erg gaaf om te zien hoe Marieke’s debuut zo’n succes is in Amerika. En hoe ze dat aangrijpt om erover te praten, over wie ben ik en wat betekent dat.’

Roelant: ‘In jouw nieuwe boek, Zelfs als we zwijgen, wordt maar heel summier aangegeven dat twee van de vijf jongeren trans zijn, of er mee bezig zijn. Bijna terloops wordt daar iets over gezegd.’

 width=

Marieke: ‘Ik wilde laten zien dat het normaal is. Dat is niet waar mijn boek over gaat. Het zijn gewone jongeren die alleen in dát opzicht een tikje anders zijn, maar verder ook gewoon van spelletjes houden en een gezellig weekend samen willen doorbrengen.’

Roelant: ‘Je personages ondervinden veel hindernissen en pijn. Twee van hen kampen met een lichamelijke beperking, de een loopt op krukken en de ander heeft een beenblessure waardoor ze haar sportcarrière moest beëindigen. Je schrijft zelfs: Op een gegeven moment weet ze niet meer waar de lichamelijke pijn ophoud en de geestelijke pijn begint.’

Marieke: ‘Ik hou erg van sport. Ik kijk graag naar de Tour of naar voetbalwedstrijden. Ik heb een seizoenkaart voor FC Twente. In al mijn boeken stop ik iets van sport. In dit boek is het Lacrosse. Maar ik wilde vooral laten zien hoe mensen verschillend met pijn omgaan. Ik heb zelf reumatische klachten. Ik weet wat het is om met chronische pijn te moeten leven. Dat vreet aan je. Zelfs lopen is voor mij soms moeilijk. Mijn hoofdpersonen zijn geen perfecte, fitte en gezonde mensen. Juist deze groep wil ik een podium geven. Dat is ook de realiteit.’

Roelant: ‘Marieke, vertel. Je woont in Hengelo, ben je daar ook geboren? En vanwaar je interesse in de filosofie?’

Marieke: ‘Ik ben in Zwolle geboren. Op de middelbare school hadden we filosofie als keuzevak. De docent levensbeschouwing had ook filosofie gestudeerd en vond het ontzettend leuk om daarover te vertellen. Ik kon ontzettend goed met die man overweg. Ik vond het fascinerend, al die vragen over de wereld, over kennis, over de wetenschap, over jezelf. Wat betekent iets?’

Roelant: ‘Dat begint al met de oude Grieken. Heb je gymnasium gedaan?’

Marieke: ‘Nee, had ik wel graag gedaan. Maar ik ben naar een heel kunstzinnige middelbare school geweest die geen gymnasium afdeling had. Anders had ik naar een andere school gemoeten die veel strikter was. Mij trok dat kunst, cultuur en artistieke gedeelte veel meer. Vanaf jongs af aan altijd ontzettend veel gelezen. Ook heel erg geïntrigeerd geweest door taal. Wat doet taal met onze relatie tot de werkelijkheid? Hoe gebruik je taal om dingen uit te leggen, maar ook om betekenis te geven aan ons mens-zijn. Ja, dan kom je toch al heel snel bij filosofie uit. Voor mij was dat een heel logische keuze. Ik zag mijzelf geen rechten gaan studeren om een heel rijke advocaat te worden. Ik wilde iets doen waar ik gelukkig van zou worden en wat me interesseerde. Dat was filosofie. In het tweede jaar heb ik daar geschiedenis bij genomen. Perfect! Echt geweldig. In Groningen heb ik gestudeerd. Tijdens mijn master ook nog een tijdje in Gent. Voor een master geschiedenis is dat best een okay stad. [ze lacht hartelijk]’

 width=

Roelant: ‘In je boek gaat het over een vriendengroep die zich terugtrekt om een weekend lang een spel te spelen. Had jij zelf ook zo’n vriendengroep?’

Marieke: ‘Ja, natuurlijk. [lachend] Als je met dit soort onderwerpen bezig bent, ontkom je daar niet aan. Toen ik een jaar of vijftien, zestien was, ben ik begonnen met rollenspellen. Hier naast mij staat een heel grote kast met een stuk of vijftig rollenspelboeken en handboeken daarvoor. Dat vind ik heel erg leuk om te doen. Met z’n allen even een andere wereld creëren. Omdat ik vanaf maart bijna niemand meer gezien heb, staan de rollenspellen en ook de bordspellen op een laag pitje en ben ik meer aan het gamen. Dat is een mooie afwisseling van het schrijven. Ik heb vrij hechte vriendengroepen, die ook allemaal schrijven en into fantasy zijn. In die begintijd, 2000-2001, kwamen ook de Lord of the Ring films uit. Mijn vriendengroep is altijd erg nerdy en fantasy gericht geweest.’

Roelant: [lachend] ‘In je boek gebruik je exact dezelfde woorden.’

Marieke: ‘Dat komt veel uit eigen ervaring. Dat was ook wel een van de redenen voor mij om juist dít verhaal te schrijven. Ik wilde heel graag dat gedeelde avontuur en dat rollenspel erin terug zien. Maar de boeken die ik schrijf zijn toch wat meer thrillerachtige, donkere verhalen. Ik vind het fascinerend om dat element van die hechte vriendengroep te nemen en dan te kijken wat er gebeurt als er onderhuidse barstjes in komen. Zaken die nooit eerder iemand heeft durven benoemen of bespreken. En dan zet ik zo’n groep bij elkaar in een huisje in het bos, in een soort hogedrukpan. Er zitten heel veel gevoeligheden bij iedereen in de groep. Het zijn natuurlijk tieners en die gaan niet op een heel rationele manier met elkaar om. Die gaan niet om de tafel zitten en bespreken hoe ze dit zullen oppakken. Gaat het dan helemaal fout of komt het op momenten weer goed?’

Roelant: ‘Je schrijft een Young adult zeg je, ook al staat dat niet op de cover. Ik heb het niet ervaren als een Young adult moet ik zeggen. Het is pure horror, een thriller met jonge mensen in de hoofdrol. De onderlinge verhoudingen zijn ook nog eens erg ongelijk. Rijk, arm, talentvol, mislukt en dan hebben we nog de lichamelijke beperkingen van enkele van hen. Dat maakt het er alleen maar moeilijker op. Qua sfeer moest ik denken aan klassieke horrorfilms waar het Kwaad de nietsvermoedende jeugd wil afslachten.’

Marieke: [lachend] ‘Was erg leuk om met die elementen te spelen. Het grappige is dat ik helemaal niet zo’n fan van horror ben. Overdag met andere mensen samen lezen of kijken is okay, maar ik ben geen type dat ’s avonds alleen gaat zitten griezelen. Dat is misschien een tegenstelling als je dit soort boeken schrijft, maar aan de andere kant denk ik wel: ik weet precies wat er in het boek gaat gebeuren. Voor mij is het eng, maar op een andere manier.’

Roelant: ‘Je wil het eng maken voor de lezer.’

Marieke: ‘Ja. Dat is meteen ook de grootste uitdaging. Als je zelf niet weet wat eng is omdat je weet wat er gaat gebeuren, hoe weet je of dat eng zal zijn voor de lezer? Maar gelukkig zijn daar redacteuren en proeflezers voor.’

Dank je wel, Marieke voor dit bijzondere gesprek.

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.