"Ik heb altijd gedacht dat het Paradijs een soort bibliotheek zou zijn" - Jorge Luis Borges

Sandberg

Donderdag, 27 april, 2023

Geschreven door: Ad Petersen
Artikel door: Jan Stoel

De typografie van Willem Sandberg: orde scheppen en vreugde brengen

[Recensie] Wie Willem Sandberg (1897-1984) zegt, zegt het Stedelijk Museum Amsterdam. Hij is de bekendste directeur van dit museum (hij was dat van 1945 tot 1963). Hij was niet alleen een markant museumdirecteur, maar ook ontwerper/vormgever/typograaf. In Sandberg – Vernieuwer en vormgever van het Stedelijk Museum van auteur Ad Petersen, komt de aandacht voor het beeldende werk, het typografisch werk uitgebreid aan bod. Petersen (1931-2021) was oud-(hoofd)conservator en afdelingshoofd van het Stedelijk Museum van 1960 tot 1990. Hij studeerde af in kunstgeschiedenis en toen hij in 1960 bij Sandberg op sollicitatiegesprek kwam zei deze: “Zo, U bent dus kunsthistoricus. Welnu, dat hoeft geen bezwaar te zijn.” Zij konden van het begin af aan uitstekend met elkaar opschieten en zouden tot Sandbergs overlijden in 1984 goede vrienden blijven. Het boek dateert uit 2007, maar is nu voor het eerst in het Nederlands verschenen. In heldere taal geschreven leest het boek als een roman en de vormgeving is om je vingers bij af te likken: prachtige foto’s, mooie anekdotes, en vooral veel voorbeelden van ontwerpen van Sandberg. Je wordt in taal en beeld meegenomen in de gedachtewereld van Sandberg. Dat maakt het boek tot een heerlijk avontuur.

Museumdirecteur/ontwerper
“Sandberg was geen kunsthistoricus, maar een selfmade man, die zijn talenten in de praktijk en op eigen kracht ontwikkelde. […] Hij beschikte over een tekentalent en droomde ervan vrij kunstenaar te worden,” schrijft Petersen. In het eerste deel van het boek gaat het over de rol van Sandberg voor het stedelijk. Hij was van huis uit grafisch ontwerper en kwam uiteindelijk als lid van de museumcommissie bij het Stedelijk terecht. Hij viel op door zijn werk voor de tentoonstellingen van onder meer Theo van Doesburg  in 1936 en werd door directeur S.C. Roëll gevraagd om per 1-1—1938 conservator te worden. Hij aarzelde, maar deed het toch. In de Tweede Wereldoorlog werkte hij met medeverzetsmensen plannen uit om kunst en kunstenaars een meer prominente plek te geven. Toen hij na de bevrijding op 1 september 1945 directeur van het Stedelijk werd kon hij zijn droom gaan verwezenlijken. Overigens bedong hij wel dat hij naast zijn functie als museumdirecteur opdrachten als grafisch ontwerper mocht aannemen. Het gevolg was dat hij de vormgeving voor het museum deed, dat anoniem deed en er niet voor betaald wilde worden.

Vernieuwer
Het Stedelijk zou zich in de eerste plaats met moderne en eigentijdse kunst bezig moeten houden. Daarvoor moest het gebouw aangepast worden. Zijn  ideeën over een open museum komen aan de orde. Het feit dat hij met een klein team kon werken zorgde ervoor dat hij slagvaardig kon opereren. Hij hield niet van getheoretiseer. Hij was in vele opzichten een vernieuwer. Zo maar wat voorbeelden. Educatie was belangrijk en de rondleidingen moesten door kunstenaars verzorgd worden omdat die beter toegerust waren om over het hoe, wat en waarom maken van kunst te vertellen. Je moest over kunst met elkaar praten over wat je zag. Er kwam een kinderklas voor de eigen verbeelding. Sandberg gaf kunstenaars de ruimte. Bijvoorbeeld bij de eerste grote Cobratentoonstelling in 1949 stelde het niet alleen de ruimte, maar ook doeken en verf beschikbaar. Het kunstenaarschap zag hij in het licht van de verandering van de wereld. Het zijn, volgens hem, de grote kunstenaars die naar de toekomst wijzen, perspectieven openen. Het is fascinerend om in woord en beeld te zien hoe Sandberg te werk ging, hoe hij wars van alle kritiek zijn ideeën vorm gaf en zelf internationaal respect afdwong. Zo was de bouw van het Centre Pompidou een voortzetting van zijn ideeën en zijn museumbeleid.

Pakpapier
Minder bekend is de typografie van Sandberg. Petersen laat zien en beschrijft hoe zich die ontwikkeld heeft, welke invloeden Sandberg onderging. Petersen verzamelde allerlei voorbeelden en die laten zien hoe fris, modern, maar ook speels die is. Hij gaat in op de gedachten die aan deze vormgeving ten grondslag lagen. Sandberg voelde zich vanaf zijn jeugd verbonden met de natuur. In zijn typografie gaf hij de voorkeur aan het gebruiken van objecten uit de natuur. Zo gebruikte hij vaak pakpapier met die natuurlijk bruine kleur. Hij werkte met zijn eigen duidelijke handschrift of hij scheurde letters en cijfers uit papier. Hij vergeleek dat scheuren met beeldhouwen: een beeld ontstaat door het wegnemen van materiaal. Hij probeerde geduldig alle vormen en formaten uit tot hij tevreden was,  Hij prikte of sneed ook letters en cijfer. Het wit rondom en binnen in de letters fascineerde hem. De contravorm is bij hem even belangrijk als de letter zelf. Wanneer je naar de catalogi kijkt dat valt de plaatsing van de tekst op: het verspringen van de tekst per regel, het ontbreken van hoofdletters en leestekens. “Assymetrie verlevendigt het tekstbeeld, brengt lucht op de pagina en dynamiek in de lay-out.” Soms zou je willen dat de afbeeldingen van de teksten van de catalogi in het boek wat groter waren, zodat je optimaal  van de tekst zou kunnen genieten. Dat zou nog een dimensie aan het boek toevoegen. Hij werd internationaal gerespecteerd, maar was bijvoorbeeld van 1934-1941 ook de vaste ontwerper van het Concertgebouw. Petersen geeft ook een overzicht van de opdrachten tussen 1938 en 1982 die Sandberg buiten het museum om uitvoerde. Het toont ook zijn sociaal engagement.

Yoga Magazine

Sandberg ging na zijn pensioen door met ontwerpen en ook in de openbare ruimte kom je hem tegen: denk maar aan de tekst Waterloo op het Metrostation Waterlooplein in Amsterdam. En wat hij zelf schreef over zijn typografie kun je lezen in dit boek: het is één A 4’tje!

Zijn typografie is altijd opgewekt van kleur en van een geraffineerde eenvoud. “Ontwerpen is orde brengen in drukwerk – en zo mogelijk vreugde,” zei Sandberg.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow