Slapeloze nachten

Vrijdag, 15 juli, 2022

Geschreven door: Elizabeth Hardwick
Artikel door: Jolanda Rovers

Met fictie en werkelijkheid

[Recensie] Een heruitgave van een 40 jaar oude autobiografische roman. Waarom? Die vraag intrigeerde voldoende om dit boek te willen lezen. Waarom kende ik het nog niet? Wat een boek!

De oorspronkelijke uitgave verscheen al in 1979 in Amerika en is daar heruitgegeven in 2019. Nu met een bijdrage Van Lauren Groff, een Amerikaanse romanschrijver en schrijver van korte verhalen: Lofrede op Elizabeth Hardwick 26 juli 2018.
Nieuwsgierig geworden over hoe dat in Nederland is gegaan, ben ik gaan googelen. Dit is wat ik vond: in haar Boekenbijlage 1981 kondigde Vrij Nederland de komst van de Nederlandse vertaling van dit boek aan: “C. van den Broek Sleepless Nights van de Amerikaanse Elisabeth Hardwick in Slapeloze nachten, een boek waarin Amsterdam ook een rol speelt.”

En nu dan de heruitgave in het Nederlands met, en dat vind ik frappant en veelzeggend, de vertaling uit 1981. Deze is overeind gebleven.

Wat wel veranderd is, is de cover. Daarop staat een foto van een slapende vrouw in wat lijkt op een zwoele zomernacht. Als je geen idee van de inhoud hebt, zou je dit boek voor de ‘verkeerde redenen’ kunnen kiezen. Kijkend naar de covers die in Amerika zijn gebruikt, was een andere keuze misschien treffender geweest.

TijdvoorTijdschriften

Wie was Elizabeth Hardwick (1916 – 2007)? Zij werd geboren in Lexington, Kentucky en groeide op in een gezin met negen kinderen. Zij was medeoprichter en redacteur van The New York Review of Books en doceerde creative writing aan Barnard College.

Een boek bespreken van een schrijfster die een indrukwekkende loopbaan als criticus heeft gehad en lange tijd getrouwd is geweest met de dichter Robert Lowell, geeft spanning, maar de gretigheid waarmee ik dit boek heb gelezen maakt weer veel goed.

Het boek bestaat uit, zo lijkt het, willekeurig gepositioneerde, bijna anekdotische verhalen. Ze kunnen ook door elkaar gelezen worden, al zou ik zelf het laatste deel voor het laatst bewaren. Of ze allemaal autobiografisch zijn? Dat is nog maar de vraag. De term auto-fictie zou misschien beter de lading dekken. Het is een collage aan herinneringen en dromen, wellicht ook van fictie en non-fictie.
Zo is er een verhaal over Billy Holiday, beschreven als “bizarre godin” en haar destructieve leven, terwijl Hardwick gelijktijdig verhaalt over haar “mariage blanc” met een roodwangige homoseksuele jongeman, J. genaamd. Met J. en zijn alles verterende disciplines woont ze in een pension in New York.

De schijnbaar losse verhalen meanderen als flarden van dromen van gisterochtend naar vanavond, naar een vroegere buurvrouw. Een buurvrouw die “niet weet hoe ze eruitziet, haar eigen leven niet kent en dus dwaalt in haar vreselijke vrijheid, volslagen onverzorgd.” De zinnen zijn vaak weergaloos mooi, scherp analyserend of ronduit vreemd. Bijvoorbeeld: “Vanavond, oktober, wordt het onze tweede ontmoeting na een aantal jaren.” Zoveel mogelijkheden om de tijd te duiden, deze wordt gekozen.

Fictie of waarheid?
Wisselingen van perspectief, van personages, fictie en werkelijkheid. Anekdotes en veronderstellingen. Het komt allemaal voorbij.
Verhalen over oude vriend Alex. Een intermezzo beschrijft twee eenzame mannen en hoe dat zo gekomen is. Hardwicks’ ouders lijken kleurloze mensen die hun gewone leven leefden, maar en passant ook twee zonen verloren, waar krap een alinea aan gewijd wordt. Meer zinnen worden geschreven over Louisa, een meisje dat een paar nachten onderdak bij haar vindt. Een kennis van een vriendin. De verhalen kennen geen plot.

Het is net als met de tijdsbestekken, wie spelen er eigenlijk echte rollen in haar leven en wie krijgt het grootste stuk tekst. Het lijkt haast willekeurig, met de nadruk op ‘lijkt’, want Hardwicks’ teksten zijn allesbehalve willekeurig. Ze stemmen tot nadenken en tot herlezen van passages. En misschien wel het hele boek.

Deel acht, want het boek is niet voorzien van hoofdstukken maar van delen, verhaalt over haar eerste reis naar Europa in 1951, met een lang verblijf in Amsterdam. De reis duurt een jaar. Verona, Istanboel, Gent en Antwerpen worden genoemd, maar nergens blijkt hoe de reis is verlopen en wanneer welke steden werden aangedaan. Dat ze langere tijd in Amsterdam is gebleven, blijkt uit het feit dat ze daar zowel sneeuw als de lente heeft meegemaakt. Ook is ze in het Frans Hals Museum in Haarlem geweest. Hardwick kende vele mensen in Amsterdam, aan wie zij blijvende herinneringen heeft. De lezer wordt getrakteerd op het verhaal van de schilderes Simone en haar minnaar Dr. Z.

Schoonheid en hardheid
De beschrijving van het leven van schoonmaakster Josette is ook een pareltje. Vooral de duiding van haar ziekelijke zuster is van een schoonheid en hardheid die je niet vaak gelijktijdig tegenkomt en toch herkent. Al is het maar omdat wij zelf ook in staat zijn snel te (ver)oordelen. Raak woordgebruik en sterke zinsbouw maken de analyse haarscherp.

Deel 10, het laatste, begint als volgt: Talent om te leven. Ik kende iemand die het had en hij werd vermoord.
Daarna stapt het verhaal over naar een dame die elke avond dansen gaat. Iemand uit haar appartementsgebouw.
En dan die laatste brief naar ‘Lieve M.,’ in 1973 geschreven aan haar vriendin Mary McCarthy. Herbelevingen, herinneringen, beschouwingen, bekentenissen. Bijvoorbeeld over de keuze van een lichte toon bij hartverscheurende gebeurtenissen. Wat voor gevoel dit je als lezer geeft, wat dit betekent voor de gelezen verhalen en de verklaring over hoe de slapeloze nachten worden doorgebracht, vormen de apotheose van dit indrukwekkende boek.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow