"Ik heb altijd gedacht dat het Paradijs een soort bibliotheek zou zijn" - Jorge Luis Borges

Sluijters en de modernen

Donderdag, 25 augustus, 2022

Geschreven door: Jan Rudolph de Lorm, Roby Boes, Anne van Lienden, Caroline Roodenburg, Henk van Os
Artikel door: Jan Stoel

Dichter bij Jan Sluijters

[Recensie] Museum More van miljardair Hans Melchers, Museum Voorlinden waarin de collectie van Joop van Caldenborg (misschien wel de belangrijkste particuliere verzamelaar in Nederland) zijn twee musea die ontstaan zijn uit particuliere verzamelingen. De verzamelaars brachten hun collectie onder in musea die ze zelf financierden. Door deze initiatieven zijn de werken voor iedereen te zien. Rijke verzamelaars hebben dat altijd gedaan, wellicht vanuit een soort van verheffingsgedachte of vanwege ruimtegebrek. Ik denk bijvoorbeeld aan Museum Boijmans-van Beuningen en het Kröller-Müller Museum. Dat geldt ook ook voor het Singer Museum. Ruim honderd jaar geleden begon het Amerikaanse echtpaar William Henry Singer jr en Anna Singer-Brugh in het Larense villa De Wilde Zwanen kunst te verzamelen. Die werken kwamen uiteindelijk terecht in het Singer Museum dat in 1956 door Anna Singer werd geopend ter nagedachtenis aan haar echtgenoot. 25 jaar later kwamen Jaap en Els Blokker (inderdaad van het Blokker-concern) in villa Narinclant (rond 1300 de benaming voor de regio Het Gooi) wonen. De Singers verzamelden voornamelijk impressionisten, de Blokkers concentreerden zich op de Nederlandse modernisten. Ze woonden op loopafstand van het Singer Laren. Jaap overleed in 2011 en Els schonk in 2018 de collectie, bestaande uit meer dan veertig werken van Jan Sluijters en meer dan zeventig andere werken aan het Museum. Zo kon de collectie bij elkaar gehouden worden. Els financierde zelfs de aanbouw van een nieuwe vleugel aan het Museum.

Om je vingers bij af te likken
En nu is er dan het boek Sluijters en de modernen, dat gewijd is aan de zogenaamde Nardinc-collectie én aan de nieuwe vleugel, op smaakvolle en passende wijze onder architectuur van Bedaux-De Brouwer architecten uit Goirle ontworpen en in 2022 uitgeroepen tot het Beste Gebouw van Nederland. Het is een boek – gefinancierd door de Stichting Nardinc –  geworden om je vingers bij af te likken. Toegankelijk geschreven teksten die net even dieper gaan dan de doorsnee-teksten, teksten die ingaan op de maker ervan, de historie van het kunstwerk, de techniek, de context van het werk, de artistieke kwaliteit, maar ook over de opbouw en de inhoudelijke betekenis ervan. Je leert op deze manier meer van zo’n werk, leert het doorgronden. Je komt ietsje dichter bij kunstenaars als Leo Gestel, Kees Maks, Kees van Dongen, Charley en Jan Toorop, Else Berg, Mommie Schwarz, Wim Schumacher, Théo van Rysselberghe en vele anderen. Hoe meer je in het boek bladert hoe groter de bewondering voor de collectie. De kunstwerken zijn perfect gereproduceerd en op zo’n formaat dat je de details, zoals de verfstreken en toetsen kunt zien.

Collectievorming
De Blokkers zijn vanaf ‘nul’ begonnen met hun verzameling. Jaap volgde in 1963 een  cursus kunstgeschiedenis in Florence, leert een paar jaar later Els kennen. Ze trouwen in 1967 en denken als ze in Londen op een rommelmarkt lopen een echte Rembrandt gevonden te hebben. Dat blijkt uiteraard niet het geval. Op 17 april1972 kopen ze hun eerste twee kunstwerken waaronder een pastel van Leo Gestel. Els wil meer dan ‘koetjes, kippen en zoete plaatjes’, meer spanning dan de schilderijen van de romantische school die ze aanvankelijk kochten. In de jaren tachtig worden ze gegrepen door de modernisten. Ontmoetingen met de kinderen van Jan Sluijters en kunsthandelaren Loek Brons en Renée Smithuis (specialist op het gebied van de Bergense school) brengt hen verder. Smithuis gaat hen adviseren waardoor ze gerichter gaan verzamelen. Ze kopen werk van Larense kunstenaars, maar willen een compleet beeld van Jan Sluijters’ oeuvre bijeenbrengen, waarbij ze de nadruk leggen op zijn luministische periode. In 1985 kopen ze hun eerste drie naaktschilderijen van Sluijters. Het vrouwelijk naakt blijft door de jaren heen voor hen een geliefd onderwerp, In hun villa hadden ze een speciale ruimte waar ze hun topstukken toonden. In het boek is een foto opgenomen van hun entreehal. En hangt een groot schilderij van Carel Willink, De schilder en zijn vrouw (1957). Tja, daar had ik dan een Sluijters verwacht.

Sluijters centraal
In het boek staat het werk van Sluijters en diens artistieke ontwikkeling centraal. Dat gebeurt in vijf thematische hoofdstukken: Jan Sluijters in Parijs, het landschap, Jan Sluijters als portrettist,  de abstractie, het naakt. Om die hoofdstukken heen cirkelen de beschrijvingen van de andere kunstenaars en hun werken. Mooi gedaan, precies zoals de collectie is opgebouwd.

Ons Amsterdam

Sluijters won in 1904 de Prix de Rome en vertrok naar Spanje om te schilderen. Tegen de zin van de jury trekt hij naar Parijs. “Het zo natuurgetrouw mogelijk nabootsen van de werkelijkheid werd voor hem irrelevant en zijn aandacht ging steeds meer uit naar het effect van het zonlicht en de mensen op straat. In 1906 ziet hij de schilderijen van het Parijse uitgaansleven van Kees van Dongen, ziet hij hoe elektrisch licht op grote schaal toegepast wordt. Zijn schilderijen oogsten kritiek in Nederland, maar hij laat zich door niets weerhouden. Hij ontwikkelt een eigen expressieve beeldtaal  en wil de innerlijke reactie schilderen die het licht bij hem teweeg bracht. Het luminisme. Een voorbeeld daarvan tref je aan op de cover van het boek, een portret van Greet van Cooten. Hij was zo getroffen door haar dat hij er zijn echtgenote en eenjarige dochter voor verliet. “De kleuren zijn fel, bijna schreeuwerig, en Greets blik is betekenisvol. De close-up van haar hoofd, dat net niet in het beeldvlak past, het ietwat hoge standpunt en het weglaten van details in haar gezicht versterken de emotionele directheid van haar blik,” zo staat te lezen in het boek. En dan die ogen! Je komt in door dit boek dichter bij Jan Sluijters.

Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow