Sterven voor een idee

Woensdag, 2 maart, 2016

Geschreven door: Costica Bradatan
Artikel door: Marnix Verplancke

Heldendaad of symptoom van krankzinnigheid?

Filosofen die hun leven geven voor hun ideeën wekken onze bewondering op omdat zij doen waar wij alleen maar van durven dromen, aldus Costica Bradatan, maar wat met de zelfmoordterrorist die net zo goed sterft voor zijn ideeën? Is hij dan ook een morele held?

“De dood is inderdaad geen flashy onderwerp,” zegt de Roemeense, maar inmiddels in Texas werkende filosoof Costica Bradatan. “We kijken liever de andere kant op, ervan uitgaand dat hij ons wel zal overslaan als we niet aan hem denken. Het is een symptoom van de luxueuze en bevoorrechte omstandigheden waarin wij leven. Een eeuw of twee geleden stierf je soms op je dertigste of veertigste. Nu niet meer. Bovendien zien we de dood ook veel minder. Mensen sterven niet langer in familiekring, maar in een zieken- of bejaardentehuis. We zouden er nochtans goed aan doen wel aan de dood te denken. Want ooit gaan we er allemaal aan, en dan kun je maar beter voorbereid zijn. Voor Plato, Cicero en Montaigne was de dood een belangrijk onderwerp. Voor Albert Camus was de zelfmoordvraag de belangrijkste filosofische kwestie. Die ideeën zijn verdwenen uit de hedendaagse filosofie. Ik ga tegen die trend in, misschien wel omdat ik uit Oost-Europa kom, waar de dood altijd al een belangrijke rol heeft gepeeld in het leven.”

Bradatan is de auteur van Sterven voor een idee, een zoektocht naar figuren uit de geschiedenis van de filosofie die uit vrije wil kozen voor de dood, eerder dan hun ideeën af te zweren. Het schoolvoorbeeld is natuurlijk Socrates, die beschuldigd van het verspreiden van subversieve ideeën onder de jeugd er niet voor koos te vluchten, maar de gifbeker dronk. Een ander voorbeeld is Thomas More, de auteur van Utopia en een goede vriend van vrijdenker Erasmus, maar ook een fervent katholiek denker en dus niet bereid het gezag van Hendrik VIII boven dat van Rome te plaatsen. Hij kreeg de keuze tussen zich bekeren of de dood, en hij koos voor het laatste.

“De mensen die ik opvoer zijn zeldzame gevallen, en precies daarom moeten we aandacht aan hen besteden,” legt Bradatan uit, “Omdat ze tonen wat het betekent om mens te zijn. Zij zijn op een keerpunt in hun leven gekomen, een breekpunt ook, en wanneer de breuk zich openbaart, komt de essentie tevoorschijn. Zij fascineren ons omdat zij datgene doen waar wij niet in slagen. Zij zijn een soort heiligen, in de oorspronkelijke betekenis van het woord: zij die los staan van de wereld. Wij hebben het gevoel dat zij dit voor ons doen, dat wij hen een mandaat hebben gegeven en wij aan de zijlijn blijven staan als toeschouwers. Zij tonen ons iets hogers en wij zijn hen daar dankbaar voor.”

Wordt Vervolgd

Is het goed om voor je ideeën te sterven?

Bradatan: “Dat weet ik in feite niet. Wat ik wel weet is dat het gebeurt, zij het niet zo vaak. Wat ik fascinerend vind is hoe het intellectuele landschap erdoor verandert. Denk bijvoorbeeld aan de dood van Socrates. Dat was veel meer dan een persoonlijke tragedie. Hij had immers gevolgen op politiek en cultureel vlak die tot op de dag van vandaag doorwerken. In zekere zin heeft zijn dood het begin van de westerse filosofie ingeluid. Zelfs een rationele discipline als de filosofie heeft dus blijkbaar een irrationeel en bloederig scheppingsverhaal nodig.”

Stel dat Socrates niet veroordeeld was en hij de gifbeker niet gedronken had, was er dan van de westerse filosofie geen sprake geweest?

Bradatan: “De westerse filosofie had er ongetwijfeld anders uitgezien. Dat de oorsprong van deze discipline in een – trouwens volstrekt legale – moord lag, heeft haar getekend. Wellicht zou ze anders een gebrek aan dynamiek vertoond hebben. De tragische dimensie zou ontbroken hebben, en het idee dat je als filosoof niet zomaar om het even wat zegt. De filosofie kon een discipline zoals alle andere geworden zijn, onpersoonlijk en vrijblijvend, maar door Socrates’ dood kreeg zij een persoonlijk aspect mee. En dat maakt filosofie verschillend van de andere humane wetenschappen. Een literatuurwetenschapper zie je bijvoorbeeld niet meteen sterven voor zijn ideeën.”

Hebben we niet de biologische plicht om te leven?

Bradatan: “Ik denk dat dit een cultureel gegeven is. Voor mij gaat het erom dat het soms slechter is om te blijven leven dan om te sterven. Wanneer je je waardigheid moet opgeven om in leven te blijven, kun je maar beter sterven denk ik. Dat is wat ook Socrates zegt: wanneer je me vraagt je kleingeestige wensen te bevredigen ik ruil voor mijn eer, dan kies ik voor mijn eer, en voor de dood. Want een dood den dienste van een goede zaak geeft waarde aan het leven. Het wordt er een beter leven door.”

Zoals Neil Young zong, “It’s better to burn out than to fade away”?

Bradatan: “Inderdaad, een kort, bevredigend leven is te verkiezen boven een lang leven vol compromissen. Het komt erop aan te beseffen dat er grenzen zijn in het leven die je niet kunt overschrijden. Stel je voor dat Socrates de gifbeker niet had gedronken en ingegaan was op de suggestie van een paar van zijn vrienden om de benen te nemen naar het buitenland, dan had niemand de man toch nog serieus genomen?”

Misschien had hij daarna wel een filosofische theorie ontwikkeld om zijn vluchtgedrag te rechtvaardigen?

Bradatan: “En misschien waren wij die dan al lang vergeten. Een filosoof, zoals wij die kennen aan de universiteit, heeft veel ideeën. Soms te veel zelfs, maar hoeveel van die ideeën zullen de tand des tijds van doorstaan? Over vijftig jaar zullen hun tientallen boeken vergeten zijn. Slechts hier en daar blijft iets bestaan. Kijk bijvoorbeeld naar Erasmus. Had je hem en zijn tijdgenoten verteld dat vijf eeuwen later alleen zijn Lof der zotheid nog gelezen zou worden, dan hadden ze je wellicht vierkant in je gezicht uitgelachen. Dat boek was immers maar een grappig tussendoortje, niet bedoeld voor het nageslacht.”

Stierven Socrates en Thomas More niet eerder door hun stugge karakter dan voor hun ideeën?

Bradatan: “Ik denk dat het een beetje beide was. Hun koppigheid is terug te vinden in hun filosofie en hun filosofie steunde op haar beurt hun koppigheid. Sterven voor een idee is immers niet makkelijk. Een politiek dissident krijgt meestal de keuze tussen sterven of zwijgen. Ik heb vrienden die onder het Ceaucescu-regime vervolgd werden. Ook zij waren koppige mensen die niet anders konden dan in opstand komen. Je zou die koppigheid de fysieke verschijning van hun ideeën kunnen noemen, ideeën die anders alleen maar als schimmen of dromen zouden rondfladderen. Hun koppigheid maakt dat ze fysiek worden.”

Leven en werk van een filosoof gaan dus hand in hand. Bepalen het leven en de psychologie van een filosoof welke filosofie hij zal aanhangen?

Bradatan: “Ongetwijfeld. De grote meerderheid haalt zijn ideeën bij andere filosofen. Zij zijn in feite niet zo interessant. Oorspronkelijke denkers putten hun ideeën ergens anders uit, zoals Nietzsche bijvoorbeeld. Zijn persoonlijke strijd tegen de wereld en tegen zichzelf heeft ertoe geleid dat hij een heldenfilosofie is gaan ontwikkelen. Aan zijn filosofie zie je dat hij een hard, maar ook een interessant leven heeft geleid, en dat is uitzonderlijk. De meeste filosofen leiden een onopvallend, saai leven, studerend in hun ivoren toren boven de universiteit. Het zijn meestal vervelende mensen. Het hoeft dus niet te verbazen dat logica en taalfilosofie zoveel succes hebben (lacht). Kom eens buiten, zeg ik dan, en begin een revolutie of zo.

Zoals Karl Marx?

Bradatan: “Die leidde inderdaad een opwindend leven. Alleen jammer dat hij het nodig vond om het leven van honderden miljoenen anderen nadien ook nog eens opwindend te maken. In Roemenië is de opwinding nog niet helemaal weggeëbd.”

Wat is het verschil tussen sterven voor je ideeën en sterven voor je geloof?

Bradatan: “Ik maak een onderscheid tussen religieus martelaarschap en sterven voor je ideeën. Het grote verschil lijkt me dat wanneer een filosoof sterft voor zijn ideeën, hij geen beloning verwacht na zijn dood. Religieuze martelaars verwachten die wel. Ze zullen in de hemel komen of opgevangen worden in een harem vol maagden. Die beloning helpt hen hun martelaarschap serieus te nemen en ze troost hen ook. Thomas More, een gelovig katholiek, vormt hier misschien de uitzondering op de regel omdat hij wel degelijk geloofde in de hemel te zullen komen door te sterven. Maar voor figuren als Socrates of Giordano Bruno, die op de brandstapel stierf omdat hij zijn bewering dat het heelal oneindig is niet wou terugtrekken en zijn pantheïsme niet wou afvallen, geldt dat niet. Zij stierven omdat ze geen alternatief zagen hier in deze wereld. En daar komt ook de schoonheid van hun daden vandaan: zij sterven zonder enige hoop op verlichting. Het is volstrekt irrationeel, en daarom is het ook zo zeldzaam. Er zijn duizenden religieuze martelaren, maar slechts een paar filosofen stierven voor hun ideeën.”

De filosofe Simone Weil liet zich in 1943 in Engeland doodhongeren uit sympathie voor haar Franse landgenoten die leden onder de Duitse bezetting. Een martelares voor haar ideeën?

Bradatan: “Strikt gezien werd zij niet vermoord natuurlijk, aangezien zij in Engeland zat toen ze zichzelf doodhongerde. Maar ze wou wel sterven voor haar principes, dat is juist. Haar zaak is echter complexer aangezien ze altijd al een problematische relatie had met de dood en met eten. De belangrijkste zaak voor een mens is sterven, hield ze vol. We mogen onze dood niet missen, was haar idee. Misschien was ze iets te veel met de dood bezig om gezond te zijn.”

In feite was ze een hongerstaker, zoals de IRA-hongerstakers uit de jaren 1970 toch?

Bradatan: “Voor hen maakte de dood deel uit van hun politieke strijd. Ze toonden dat ze bereid waren om te sterven, maar er was wel een duidelijk verschil met Socrates of Thomas More. De dood was niet het einddoel. Hongerstakers willen niet dood. Zij eisen verandering en onderhandelingen, en als die er komen, beginnen ze weer te eten. Hongerstaken is dus iets heel anders dan jezelf uit protest in brand steken, zoals regelmatig in Tibet gebeurt. Daar is geen weg terug. En het tragische is dat zoveel mensen dat doen: tussen 2009 en 2014 waren het er 127. Volgens mij zijn dat er 126 te veel. Wat een gemeenschap nodig heeft is één zelfverbranding waar ze spontaan en betekenisvol op kan reageren. Wanneer dat niet lukt is een tweede overbodig.”

Sterven zelfmoordterroristen ook niet voor hun ideeën?

Bradatan: “Nee, omdat zij zelf niet het doel zijn van hun acties. Ze willen zoveel mogelijk mensen doden, en daarbij komen zij zelf ook om het leven. Zo’n terrorist is dus eerst en vooral een moordenaar.”

Maar hij is toch ook een martelaar?

Bradatan: “Dat zegt hij zelf, ja, maar misschien is het niet aan hem om dat te beslissen, maar wel aan de anderen, aan de gemeenschap. Binnen de islam maakt men onderscheid tussen passief en actief martelaarschap. Het eerste kennen we ook in het Christendom: je sterft omdat je daardoor gedwongen wordt door de anderen, omdat je vermoord wordt omwille van je geloof bijvoorbeeld. Het actieve martelaarschap is anders. Daarbij trek je erop uit om ongelovigen en tegenstanders te doden in naam van je geloof. Terroristen beroepen zich op dit actieve martelaarschap, maar dat betekent nog niet dat wij daar als niet-moslims in mee moeten gaan. Zij kunnen zeggen wat ze willen. Voor ons zijn het moordenaars en geen martelaars. We kunnen wel begrip opbrengen voor die naïeve, kansloze en gebrainwashte jongeren, maar daarom moeten we nog niet meegaan in hun kromme redenering. Of in het verhaal dat degenen achter de zelfmoordterroristen ophangen, want hun daden worden steevast ingepast in een wervend verhaal. Het ergste vind ik dat deze terroristen in naam van de islam andere moslims vermoorden. Dan zie je meteen dat er iets niet klopt aan dat verhaal.”

 

Verschenen in De Morgen.


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.