Alle gedichten

Vrijdag, 24 juni, 2022

Geschreven door: Jorge Luis Borges
Artikel door: Nico van der Sijde

Eindelijk zijn alle gedichten van mijn grote held vertaald

[Recensie] Borges is een van mijn helden, zoals ik ook in een blogje wel eens heb verteld. Vooral zijn verhalen en zijn essays heb ik veel en vaak en gretig gelezen en herlezen en herlezen en… Wat mij altijd weer fascineert en ontroert, is zijn combinatie van twijfel en verwondering: Borges kent geen enkele zekerheid, stelt vragen bij elke aanname over ‘de werkelijkheid’, en bekijkt daardoor alles met eindeloze verwondering. Zelfs het meest gewone ding kan bij hem helemaal geladen zijn met raadselachtige poëzie. Elk ding is volgens Borges een ondoorgrondelijk geheim, waarover je eindeloos dromen en mijmeren kunt. En nu zijn dan ook eindelijk Alle gedichten van hem vertaald. De helft kende ik al in andere vertaling, maar deze vertalingen zijn beter en melodieuzer, en bovendien kende ik de helft ook nog helemaal niet. Dus heb ik nu voor het eerst alle gedichten van Borges gelezen in chronologische volgorde, en jongens, dat was een feest. Ook al omdat de Spaanse originelen er ook in staan, waardoor je ook de klank van het origineel meekrijgt. Bovendien is het intrigerend hoe Borges bepaalde motieven steeds herneemt en daardoor ook steeds verrijkt. Mooi is ook hoe die Borges allemaal verschillende vormen door elkaar gebruikt: prozagedichten, sonnetten, vrije verzen, milonga’s, tanka’s, haiku’s…

En dan de inhoud! Een gedicht over een avondwandeling door een onbekende straat bevat de regels: “Alles – het nederige van de huizen,/ de eenvoudige balustrades en de kloppers/, misschien op de balkons de hoop van een meisje- / kwam in mijn ledig hart,/ doorschijnend als een traan”. Prachtig vind ik dat: hoe in een paar regels de mysterieuze sfeer van die straat wordt opgeroepen, en hoe die sfeer dan doorschemert in het ‘ledig hart’ van die ik-figuur en dat hart helemaal vervult. Hoe ook melancholie (die traan) gecombineerd wordt met een vleugje van prille vreugde (de hoop van het meisje). Het gedicht eindigt met: “Pas later overpeinsde ik/ hoe vreemd de straat die avond was/ hoe elke straat is als een kandelaar/ waarin de levens van de mensen branden,/ afzonderlijke kaarsen,/ hoe elke volgende stap van ons/ leidt over Golgotha’s”. Alleen al dat beeld van die kandelaar waarin mensenlevens branden…. Van zulke regels word ik sereen en vrolijk tegelijk. En dat geldt ook voor de beginregels van een gedicht over wolken: “Er zal niets zijn dat niet van lieverlee/ een wolk wordt. Wolken zijn de kathedralen van weidse steen en Bijbelse verhalen/ op het glas, de tijd sloopt ze. Ook de Odyssee/ zijn zij, veranderlijk als golven”. Hoe Borges hier in een paar welluidende zinnen kathedralen en Bijbelverhalen, in al hun weidsheid, opneemt in een sfeer van veranderlijkheid… een kathedraal LIJKT van steen maar IS eigenlijk net zo veranderlijk als een golf of een wolk, zegt Borges, en hij zegt dat op hoogst melodieuze wijze.

Ik heb een paar weken, al lezend, mogen mijmeren en dromen over dit dikke boek. Nu ik het uit heb droom en mijmer ik nog verder en verder, nu zonder te lezen. En daar ga ik nog wel een tijdje mee door ook!

Eerder verschenen op Hebban

Boekenkrant