Emiel: Winter op de Hazelhoeve

Zaterdag, 5 februari, 2022

Geschreven door: Astrid Lindgren
Artikel door: Nico Voskamp

Pietje Bell in Zweden

[recensie] Eerst de tekeningen. Die vallen nauwelijks op in dit voorleesboek maar zijn retegoed. Stripachtige poppetjes zijn het. Ze bewegen sjouwend, spelend, huilend, protesterend, strompelend, ruziënd, helpend en lachend tussen de teksten door. Je zou ze ouderwets kunnen noemen. En niet bijzonder. Toch dragen ze een groot deel van de verhalen.

Zoals op bladzijde 27, waar Emiel de miserabele Bazin van het armenhuis om de tuin leidt. Deze misantroop steelt hammen en kazen van de allerarmsten en dat kan het gouden hart van Email niet aan; ook de nooddruftigen hebben immers recht op een goede kerst. Inderdaad,  Scrooge is qua idee niet ver weg, maar de tekening is schitterend. De figuurtjes zitten in een tochtige barak, in vodden gewikkeld tegen de kou, met ingevallen wangen te wachten op hun noodlot. De gezichten zijn fascinerend simpel getekend, maar kunnen zo concurreren met de beroemde Schreeuw van Edvard Munch.

Nog eentje? Oké, alleen bladzijde 111 dan nog, waar Emiel zijn Heldendaad uitvoert. In veel te hoge sneeuw gaat hij met paard Alfred, een slee, de aan bloedvergiftiging bezwijkende Alfred en zichzelf naar de dokter in Mariannelund. De tocht is te zwaar, ze halen het niet, het moment van instorting is de tekening. Alfred staat tot aan zijn buik in de sneeuw, de zieke Alfred ligt onder de dekens, en een moedeloos gebogen Emiel poogt de sneeuw weg te scheppen. Dit komt niet meer goed.

Genoeg met die illustraties, over naar de tekst. Die is zoals verwacht kan worden van verhalen uit 1966, 1985 en 1952, gedateerd. De verhalen hebben minder snelheid dan in dit huidige tijdsgewricht, er wordt meer uitgelegd, de schrijver maakt af en toe een ommetje om een punt te benadrukken. Zoals hier bij de tekening van het armenhuis:

Bergen

“Tegen die tijd had de Bazin alle worsten, palt, hammen en paté, en ieder saffraanbroodje en ieder peperkoekje naar binnen gewerkt en de tabak van Gijs zorgvuldig opgemaakt. Nu zat ze daar op zolder somber voor zich uit te staren, je weet wel, zo somber als je je soms kunt voelen wanneer je iets verkeerd hebt gedaan en ook nog te veel palt gegeten hebt. Ze wilde niet naar beneden gaan, want ze had helemaal geen zin in de verwijtende blikken van alle oudjes.”

Geweldig stukje tekst: zowel belerend als langdradig als humoristisch. Belerend is het protesterende geweten van de Bazin, omdat ze alle lekkernijen heeft verdonkeremaand en naar binnen heeft geschrokt. Landradig is het (een beetje), vergeleken met de scherpe korte sweepstakes in tegenwoordige boeken. En humor sijpelt door in het ‘zorgvuldig’ opgemaakt hebben van Gijs’ tabak.

Die combi is voor alle verhalen in dit boek van toepassing, en gek genoeg stoort het niet. Er spreekt vooral plezier uit, lol in het maken van een mooi verhaal, genoegen in het overbrengen van meeslepende gebeurtenissen, pret bij het maken van geintjes. Astrid Lindgren draait hier haar meesterhand niet voor om.

Ook verschenen op Nico’s recensies en Tiktok

Boeken van deze Auteur: