Boek van de maand - In gesprek met ... Liesbeth van Kempen

Donderdag, 28 februari, 2019

Geschreven door: Liesbeth van Kempen
Artikel door: Roelant De By




In
een sprookjesachtig sneeuwlandschap, midden in Friesland, heb ik een ontmoeting
met Liesbeth van Kempen. Haar nieuwe boek, Verpest,
is net uitgekomen. We hebben afgesproken in een ruim, best druk Grand café. In
stijl met de kou buiten drinken we warme chocolademelk. De sfeer is uiterst
gemoedelijk. Liesbeth is warm en open en heeft een mooie stem. Ze lacht veel en
praat gemakkelijk.
Roelant:
‘Ik wist helemaal niet dat je in Friesland woonde. Ben je hier geboren?’
Liesbeth:
‘Mijn moeder was een echte Friezin, maar ik ben in Amersfoort geboren en
getogen. Daar naar school gegaan. Daarna op veel verschillende plekken gewoond,
maar altijd in het centrum van Nederland. Als kind kwam ik vaak in Friesland op
vakantie, maar dan zei ik altijd: ik wil hier nóóit wonen. Nou, zeg nooit
nooit. Zeven jaar geleden ben ik hier naartoe verhuisd. Het bevalt me zeer
goed. Ik heb er nog geen dag spijt van gehad. De rust hier en het relaxte; de
natuur is ook zo mooi. Heerlijk om met de hond te wandelen.’
Roelant:
‘Na je schooltijd meteen gaan werken?’
Liesbeth:
‘Ja, ik heb heel veel banen gehad. Onder meer als accountmanager bij Famed. Dat
ken je vast wel. Schrijven heb ik altijd al gedaan, maar meer voor mijzelf.’
Roelant:
‘Pesten is het grote thema in jouw nieuwe boek. Je bent zelf ook gepest toen je
op school zat. Dan is schrijven een mooie uitlaatklep.’
Liesbeth:
‘Klopt. Dat begint met een dagboekje of een schriftje waar je van alles in
opschrijft. Kinderen kunnen wreed zijn.’
Roelant:
‘Je hebt geen kinderen; nooit gewild?’
Liesbeth:
‘Nee. Ik heb geen moedergevoelens, nooit gehad. En verder val ik op vrouwen. Nu
weet ik wel dat er allerlei manieren zijn om toch zwanger te worden, maar daar
had ik geen behoefte aan. En de partners die ik had ook niet. Op een na, maar zij
wilde ze dan niet zelf baren. Ja, sorry, zei ik: ik ga het ook niet doen! [daar
moesten we beide uitgebreid om lachen]. Ik vind het wel leuk hoor, kinderen van
anderen, maar voor mijzelf, nee. Een beetje onzin ook, dat je als vrouw altijd
kinderen zou moeten willen.’



Roelant:
‘In je boek laat je Saskia zeggen: Ik heb
sowieso meer op met dieren dan met mensen. Zij zijn wie ze zijn, volkomen
authentiek; je weet wat je aan ze hebt.
In jouw boek is de workshop van
Barbara gebaseerd op het werken met een paard.’
Liesbeth:
‘Ik ken iemand die workshops geeft met paarden. Zodoende ben ik daarop gekomen.
Vroeger heb ik zelf paardgereden. Prachtige dieren, en zoveel meer dan alleen
rijdieren. En dan bedoel ik niet om op te eten. Ik ben vegetariër en eet dus sowieso
geen dieren. Als tiener heb ik ook een tijd geen vlees gegeten. Mijn moeder, de
lieverd, vond dat best wel lastig, maar kookte wel altijd iets anders voor me.
In die tijd was vegetarisch eten niet zo gangbaar als dat het nu is. Daarna een
tijdje wel weer een beetje vlees gegeten. Maar nu eet ik al jaren helemaal geen
vlees meer en voel me daar erg goed bij. Het voelt ook gezonder. Ik kan niet
echt duiden hoe, zonder in ontlasting details terecht te komen, hahaha. Maar het
voelt wel anders.’
Roelant:
[lachend] ‘Voordat het nu wel een heel vies praatje wordt, snel over naar iets
anders. Het schrijven!’
Liesbeth:
‘Ik vind het altijd mooi wanneer mensen een passie hebben. Ik heb heel lang in
de verkoop gewerkt. Mensen dachten dan vaak, oh, die wil alleen maar iets aan
me slijten. Sommigen waren dan heel stug en gaven nauwelijks antwoord. Als ik
op een gegeven moment in zo’n gesprek opeens in iemands passie terecht kwam, zag
ik dat ze dan helemaal open bloeiden. Dat vind ik zó mooi. Dan raak je
kennelijk iets wat ze niet kunnen afsluiten. Dat heeft bijna iedereen wel, maar
je moet het weten te vinden. Mijn passie is schrijven. Altijd al geweest, maar
soms zat ik er vreselijk tegen aan te hikken. Maar als ik dan eenmaal bezig
was, dacht ik: wat is dit toch heerlijk! Dat is het mooie van een passie: je
voelt zelf dat er iets gebeurt als je er mee bezig bent, en het geeft altijd
energie. Neem nou iemand die bijvoorbeeld depressief is en geen passie heeft,
geen enkel lichtpuntje; het lijkt me verschrikkelijk om in die duisternis te moeten
leven.’
Roelant:
‘Jij vertelt dat je altijd al hebt geschreven.’
Liesbeth:
‘Na schriftjes vol te hebben gepend, kreeg ik van mijn vader een oude type
machine, een Triumph. Kon ik daar mijn gang op gaan. Dolblij was ik daar mee.
Carbonpapiertje ertussen en maar typen. Toen ben ik begonnen met verhaaltjes te
schrijven. Hoe oud ik precies was, weet ik niet meer. Een tiener zeg maar. Het
is te lang geleden, hahaha.’
Roelant:
‘Je beschrijft het pesten uitgebreid in je boek. Is dat jou ook precies zo
overkomen?’
Liesbeth:
‘Gepest worden doet iets met je, het vormt je. Daarom wilde ik er iets mee
doen. En hoewel het verhaal fictief is, heb ik wel mijn eigen ervaringen er in
verwerkt. Zoals fysiek geweld, het buitengesloten worden. Ik heb het destijds een
keer aan mijn moeder verteld. Zij is toen naar mijn school gegaan en heeft met de
leraar gesproken. Hij is er toen slecht mee omgegaan en heeft het helemaal fout
opgepakt. Al vrij snel daarna maakte hij een nieuwe indeling van de tafels en
stoeltjes in de klas waarbij hij mij precies te midden van het groepje pestkoppen
zette, allemaal jongens. Op een gegeven moment tikte zo’n jongen mij op mijn
schouder. Toen ik me omdraaide, zag de leraar dat en gaf de hele klas strafwerk
omdat ik niet zat op te letten. Toen was zelfs de hele klas tegen me,
natuurlijk. De tijd daarna was gewoon een hel. Dat groepje jongens bleef me
pesten en de meisjes stonden eromheen en deden niks. Dat heeft heel veel impact
op een kind. Gelukkig is er tegenwoordig meer aandacht voor, maar het gebeurt
nog steeds. Voor ouders lijkt het me ook erg moeilijk om mee om te gaan. Mede
daarom laat ik die in Verpest ook aan
het woord. Ik heb het er na die ene keer nooit meer met mijn ouders over gehad.
Ik schaamde me ervoor. Dacht zelfs dat het mijn eigen schuld was. En weet je,
als mijn moeder nog had geleefd, had ik dit boek nu niet geschreven. Het zou
haar te veel pijn hebben gedaan.’
Liesbeth:
‘Meisjes pesten heel anders dan jongens. Die kunnen je volledig negeren, doen
alsof je niet bestaat. Dat heb ik op de middelbare school meegemaakt. In Verpest laat ik een van de personages
die vroeger ook gepest is, zeggen dat op een gegeven moment sommige kinderen
medelijden kregen en dat die dan maar de vriendjes en vriendinnetjes werden, maar
dus eigenlijk niet zelf gekozen. Je krijgt een heel verknipt zelfbeeld als
gepest kind.
Ik
was in essentie een rustig, ingetogen maar vrolijk kind. Wel een beetje op
mijzelf. Dat was mijn aard. Maar ik was van mijzelf uit zeker niet iemand die
in een hoekje ging zitten. Door het systematisch pesten ging ik me in de pauzes
verstoppen, om maar niet geschopt, geslagen, uitgelachen of uitgescholden te
worden. Later moet je daar mee leren omgaan. Uiteindelijk maakt het ook sterk. Ellende
brengt je ook altijd iets, zo probeer ik ernaar te kijken. Ik kan bijvoorbeeld
heel goed alleen leven, goed voor mijzelf zorgen en ben een zeer onafhankelijk
mens. Het heeft mij mentaal zeker heel sterk gemaakt, maar misschien was ik dat
al.
Uiteindelijk
kunnen ze je natuurlijk wel kapot maken, dat geldt voor iedereen, hoe sterk je
ook bent. Maar ik had een grote overlevingsdrang en veel doorzettingsvermogen.
Ik zocht vaak troost bij dieren. Die zijn altijd authentiek. Ik denk dat je een
uitweg voor jezelf gaat zoeken, een soort van uitlaatklep. En het schrijven was
voor mij daar zeker één van, inderdaad.’
Roelant:
‘Maar als je al zo lang schrijft heeft je debuut wel lang op zich laten
wachten. In 2015 Gevaarlijk Spel.’
Liesbeth:
‘Ja, maar je moet in jezelf geloven, natuurlijk, haha. Ik heb lang gedacht: wie
zit er nou op mij te wachten, op een verhaaltje wat ik heb geschreven. Toch?’
Roelant:
‘Oh nee, wat erg!’
Liesbeth:
‘Maar dat hebben wel meer mensen, hoor. Daar hoef je niet voor gepest te zijn.’
Roelant:
‘Ik denk echt dat dat meer iets voor vrouwen is…’
Liesbeth:
‘Ja, dat ook. Die zijn vaak minder zeker van zichzelf dan mannen. Absoluut.’
Roelant:
‘Mannen hebben meer iets van: de wereld zit op mij te wachten! Rustig aan maar
mensen, het komt!’ [we lachen hartelijk]
Liesbeth:
‘Ja, hahaha, dat geloof ik. Het is waar wat je zegt. In al mijn banen in de
verkoop waren de mannelijke collega’s meestal van die haantjes. Misschien is
het wel iets genetisch, vanuit de oertijd. Vrouwen zeggen ook veel vaker sorry.
Roelant:
‘De personages Louise en Suzan hebben een liefdesrelatie. Heb je hier bewust
voor gekozen?’
Liesbeth:
Op mijn 14-de werd ik verliefd op een meisje in mijn klas. Nota bene een meisje
dat mij pestte. Op mijn 16-de heb ik pas aan mijn moeder verteld dat ik alleen
maar op meisjes viel. Dat vond ik best eng om te doen, want ze was gereformeerd
opgevoed. Maar ze heeft er toen geweldig op gereageerd. Ja, in het begin schrok
ze natuurlijk. Zo van: wat krijgen we nou? Ik was een heel stil kind geworden
en dan komt er opeens zoiets uit. Hahaha. Dat had ze niet zien aankomen. Maar
ze heeft het goed opgepikt. Grappig is dat twee neefjes van mij erg blij waren
dat ik uit de kast was gekomen, omdat het daardoor voor hun makkelijker was om
dat ook te doen. Dus mijn moeder en haar zus konden elkaar daar goed in vinden.
Dat was fijn voor ze. Ze hebben zich er ook in verdiept. Mijn vader wist overigens
opeens heel veel leuke jongens voor mij… Hahaha. Zoiets van: dat gaat wel weer
over, dat komt wel weer goed. Nee, nooit goed gekomen met mij, hahaha.’



Dank
je wel Liesbeth voor dit bijzondere en gezellige interview.
Roelant
de By – vliegende reporter van De Perfecte Buren.

Lees HIER de recensie van ‘Verpest’ 
Lees HIER de recensie van ‘Gevaarlijk spel’

De winnaars van de bookflash van dit boek zijn : Ineke Brouwer en Lianne Clappers 
Gelieve jullie adresgegevens naar perfecteburen@gmail.com te sturen onder vermelding van ‘WINACTIE Verpest’ 

Eerder verschenen op Perfecte Buren.

Dans Magazine