Dat boek met die bananen

Zaterdag, 3 december, 2022

Geschreven door: Erik van Os, Jan Jutte
Artikel door: Jan Stoel

Wat een lekkere tros bananen!

[Recensie] Erik van Os en Jan Jutte hebben met Dat boek met die bananen met als ondertitel 21 kromme versjes een sprankelende bundel met versjes (ik zou het eerder gedichten noemen) gemaakt waaraan kinderen vanaf vier jaar, maar zeker ook oudere kinderen en volwassenen veel plezier aan zullen beleven. De illustratie op de cover, die doorloopt op de achterzijde, maakt je meteen vrolijk en prikkelt je fantasie.  De hoofdkleur is natuurlijk geel met een beetje groen en bruin: geeft meteen het levensproces van de banaan aan! De vruchten in het boek zijn personen geworden. Er zijn oude en jonge bananen, zelfs bananen die muziek maken, je ziet een bellende banaan die als smartphone een banaanvormig toestel in de hand heeft en in de lucht vliegt zelfs een ‘vogelbanaan.’ Immers alles is mogelijk in je verbeelding. Iedereen weet dat apen dol zijn op bananen en een vrolijk aapje pikt alvast de laatste letter van het woord bananen weg. “Dit boek gaat over het leven van een heleboel bananen (en een peer).” Een gedichtje op de achterflap zet meteen de toon en draagt de titel Blij met onze baby:

“Kijk nou, onze Noortje.
Wat gaat de tijd toch vlug.
Nog maar net geboren
En nu al een kromme rug.”

Het is smullen geblazen met dit boek.  Erik van Os heeft de banaan vanuit allerlei invalshoeken bekeken: het (uit)glijden, het verkleuren, het krom zijn (en is hij krommer dan een komkommer?), het pellen van een banaan, de ‘snoepbanaan.’  Zijn poëzie is licht, speels, vrolijk en altijd is er die twist aan het eind. De meestal verhalende versjes zijn voor kinderen heel herkenbaar. Het openingsgedicht  Bananen kunnen zo moeilijk doen is daar een voorbeeld van. Bestaan er bananen met een rits, / met klittenband / of knopen? // Dat is eigenlijk wel te hopen. / Bananen kunnen zo moeilijk doen. / Ik krijg ze vaak niet open. Van Os gebruikt in dit gedicht de ‘o’ veel en als je het gedicht hardop leest dan onderlijntdeze open klank het probleem van het openen van een banaan. Zo slim en subtiel gedaan. En Jan Jutte voegt er nog een dimensie aan toe door een illustratie te maken zoals een couturier ontwerpschetsen maakt voor een creatie. Taal, beeld en inhoud komen samen, vormen een eenheid. Bovendien biedt het de mogelijkheid om er met de kinderen verder over te spreken. Deze manier van werken zie je in de hele bundel terug.

Anders kijken
Van Os en Jutte laten je anders kijken, zorgen voor verwondering bij de lezer. Zo is er een prachtig gedicht, typografisch in de vorm van een banaan waarin de eigenheid van de banaan aan bod komt. Van Os vergelijkt de banaan met de maan, die soms ook wel eens de vorm van een banaan heeft, maar lang niet altijd. Maar een banaan / durft altijd / zichzelf te / laten / zien. Prachtig is het gedicht Operatie. Een operatie is natuurlijk spannend, hoe zal die verlopen als er een bruin vlekje bij de banaan moet worden weggehaald? Jutte doet in zijn illustratie weer iets bijzonders. Hij beeldt een aap als chirurg af. Apen komen als rode draad in heel veel illustraties terug. Logisch toch? Want apen en bananen…

Ritme
Het spelen met ritme en betekenis is een kenmerk van het werk van Van Os. Een heerlijk gedicht met als titel Dat dan weer wel begint zo: Kanniezitte / Kanniestaan / kannieveel / een banaan. Kan hij nou wel of niet zitten? Kan hij veel of juist niet veel?  Het moet voor kinderen een feest zijn zo iets in een vers te ontdekken. En de pointe? Ontdek het zelf.

Meerdere lagen
Het knappe van deze bundel is dat je hem op allerlei manieren kunt lezen: als versjes; met aandacht voor het verhalend element; inzoomend op ritme, metrum, rijm; lettend op de humor; genieten van het spelen met de taal (zoals de twee bananen op de bank die een glas bananendrank drinken en zich afvragen of ze nu kannibalen zijn). Jutte (zien we hem niet op de binnenflap aan de achterkant zelf als banaan met een emmertje gele verf lopen?) en Van Os voegen nog een extra dimensie toe in het gedicht Aan de muur. Daarin refereren ze aan het kunstwerk van Maurizio Cattelan die op een beurs in Miami een banaan met ducttape aan de muur bevestigde en voor $ 150.000 verkocht. Maar Van Os en Jutte doen er net iets anders mee.

Het laatste gedicht van de bundel zet alles weer in het juiste ‘bananenperspectief’. De gedichten zijn niet zomaar verhaaltjes op rijm. Van Os vertelt op een compacte manier, een (soms absurd) verhaal en gebruikt speelse klanken en verrassend rijm. Humor is nergens ver weg. De verzen lopen vloeiend en nodigen als het ware uit om te zingen. Achter in het boekje staat een QR-code met als tekst: “Wil jij geen bananenlied? Scan dan deze code niet?” Wél doen zou ik zeggen. Dan zie en hoor je ook daar een bijzondere samenwerking met kunstenaar Frans van der Meer.

Leesfragment




Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Boeken van deze Auteur:

Dat boek met die bananen

Maximiliaan Modderman geeft een feestje

Tijger