De diepst verborgen herinnering van de mens

Vrijdag, 2 december, 2022

Geschreven door: Mohamed Mbougar Sarr
Artikel door: Nico van der Sijde

De waarheid als licht in het diepst van de mijngang, en de stilte van een onvermurwbare vraag

[Recensie] De diepst verborgen herinnering van de mens, van de 32- jarige Senegalees-Franse schrijver Mohamed Mbougar Sarr, sloeg in als een bom: het won in 2021 de Prix Goncourt en de recensies in en buiten Frankrijk waren juichend. Zelf las ik het ook met steeds toenemende verbazing en vreugde, en met steeds roder wordende oren. Want hoe kan zo’n jonge schrijver uit de hoek komen met zo’n rijk en veelvormig boek!? Alles met dank aan Jelle Noorman die het in werkelijk spetterend Nederlands heeft vertaald.

Hoofdpersoon is de jonge Senegalees-Franse schrijver Diégane Faye, die gefascineerd is door het raadsel van de verdwenen Senegalees-Franse schrijver T. C. Elimane, door sommigen “de zwarte Rimbaud” genoemd, die in 1938 de wereld verbijsterde met het enigmatische meesterwerk Het labyrint der onmenselijkheid. Dat inmiddels vergeten boek roept meerdere raadselen op: door de duisterheid van zijn inhoud, maar ook door de woede die het opriep bij sommige Franse literatuurkenners die dit boek beschouwden als charlatanesk vertoon of zelfs als plagiaat. De auteur van dit boek verdiept die raadselen nog omdat hij ook na deze geluiden blijft zwijgen, geheel niets prijs geeft over zijn bedoelingen, en zelfs helemaal op lijkt te zijn gelost in het niets. In zijn zoektocht raakt Diégane meer en meer doordrongen van Elimanes ongrijpbaarheid, al was het maar door getuigenissen als “Hij is een fantoom […]. Je ontmoet Elimane niet. Hij verschijnt aan je. Hij gaat door je heen. Hij bevriest je botten en schroeit je huid. Hij is een levende illusie. Ik heb zijn adem in mijn nek gevoeld, als een zucht uit het dodenrijk”. Ook Elimanes boek wordt voor Diégane bij elke herlezing en bij elke interpretatie van anderen een steeds groter en fascinerender geheim. Wat ook voor ons als lezers zo is, omdat we van dit boek maar een paar uitermate cryptische en meerduidige zinnen te zien krijgen, en gaandeweg merken dat die zinnen op veel verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden zonder dat iemand ook maar enig idee heeft welke interpretatie de meest juiste is. Of de minst onjuiste.

Gepasticheerde motieven
De door Sarr verzonnen schrijver T.C. Elimane doet sterk denken aan de raadselachtige Yambo Ouologuem, een Afrikaans-Franse schrijver die ooit de Prix Renaudot won met Le devoir de la violence, en vervolgens verguisd werd door allerlei recensenten die hem betichtten van plagiaat. Anderen gingen daar tegenin door te stellen dat er sprake was van allusies en adaptatie: het op een heel eigen wijze hergebruiken en zelfs transformeren van motieven en passages uit bekend werk van Westerse schrijvers. Zelfs passages die letterlijk uit ander werk geplukt waren, ondergingen door hun inbedding in Ouologuems tekst een totale metamorfose: Ouologuem plagieerde niet de literatuur van witte mannen, maar transformeerde tegelijk ook die literatuur door een heel andere wending te geven aan de door hem gepasticheerde motieven en passages, en precies daarin toonde zich zijn meesterschap en zijn originaliteit. Aldus verdedigers van Ouologuem, die bovendien vaak vonden dat de Ouologuem-critici racistisch waren, omdat zij hun beschuldigingen van plagiaat nooit zouden hebben geuit als de schrijver wit was geweest… Nogal een controverse dus, waarin Ouologuem het verkoos te zwijgen. Net als Elimane dus, die ook nog eens verdwijnt.

Controverse
Sarr laat deze controverse op meesterlijke wijze herleven. Bijvoorbeeld in allerlei spetterende dialogen van Diégane Faye met andere zwarte schrijvers over Elimane en over de zo ongewisse en hybride identiteit van Afrikaanse schrijvers die in Europese talen schrijven. En door diverse gepassioneerde en scherpzinnige overdenkingen van Diégane zelf, over de dubbelzinnige positie van de Afrikaan Elimane in de Franse cultuur van toen en over zijn eigen al even dubbelzinnige positie in diezelfde Franse cultuur van nu. Maar ook in diverse (door Sarr verzonnen of gepasticheerde) passages uit kritische besprekingen van Elimanes werk, besprekingen die de intensiteit van het debat opnieuw voelbaar maken. Zo voelbaar zelfs dat je als lezer soms benieuwd raakt naar Elimanes werk en bijna vergeet dat dit werk verzonnen is. Bovendien pasticheert en alludeert Sarr ook zelf dat het een lieve lust is, net als de door hem verzonnen Elimane en net als de legendarische Ouologuem. “De diepst verborgen herinnering van de mens” bevat namelijk allerlei openlijke of verborgen toespelingen op Bolano, Borges, Ouologuem, Perec, Cortazar, Gombrowicz, Sabato, Wittgenstein, Levinas en vast vele anderen. Bovendien is het een gefragmenteerde potpourri van vele verschillende stijlen en genres: raamvertellingen (soms zit je in een verhaal dat is ingebed in een ander verhaal dat weer is ingebed in nog een ander verhaal dat weer ingebed is in…), literatuurbesprekingen, brieven, mythen, essays, krantenstukken, dagboekfragmenten, dialogen, interviewfragmenten… Alsof ook Sarr allerlei bekende literaire teksten en genres op geheel eigen wijze hergebruikt, en transformeert in iets nieuws. Alsof ook Sarr, door deze vaak virtuoze pastiches en transformaties, zegt: DIT ben IK! Net als Ouologuem. Net als Elimane. En dat vind ik heel fascinerend.

Passie voor literatuur
Nog fascinerender echter vind ik hoe in De diepst verborgen herinnering van de mens steeds de passie voor literatuur van de pagina’s af spat. Schrijven of niet schrijven is voor Diégane en vele andere personages een existentiële kwestie, literatuur is voor hen een kwestie van leven of dood. Allen dromen van het ultieme, absolute boek, dat zich van alle conventies loszingt. Zo’n absoluut en groot boek “heeft geen onderwerp en gaat nergens over; het probeert alleen iets te zeggen of te ontdekken, maar dat ‘alleen’ is alles en dat ‘iets’ is ook alles”. Literatuur is een oneindige ontdekkingsreis, die voortgestuwd wordt door een even intens als onblusbaar verlangen:

“Wat je zoekt, mijn beste dagboek, is misschien nooit de waarheid als openbaring, maar de waarheid als mogelijkheid, als licht in het diepst van de mijngang waarin we al een eeuwigheid zonder helmlamp voortgraven. Wat ik najaag, is de intensiteit van een droom, het vuur van een illusie, de passie van wat mogelijk is. Wat is er aan het eind van de mijngang? Nog meer mijn: de reusachtige muur van steenkool en onze bijl en ons gehak en ons gekreun. Dat is het goud. […] Ik sla mijn ogen op: er is geen stralende ster die ik kan volgen; er is slechts een voorbijglijdende hemel, soms dreigend, steeds stil, die rond de wereld draait. De sterrenkaarten laten zich niet meer ontcijferen: ook de hemel is een labyrint en niet minder onmenselijk dan het labyrint van de aarde”.

Verlangen
Niet de alles onthullende waarheid is de aanjager van het verlangen, maar het verhullende geheim, niet het heldere licht van het alles verklarende inzicht wordt gezocht, maar het flakkerend lichtje in een duistere mijngang en de ondoorgrondelijkheid van het labyrint. Literatuur is dus een gepassioneerde zoektocht die niet wil uitmonden in een antwoord, maar in de confrontatie met een vraag: “We moeten allemaal onze vraag zien te vinden. Waarom? Om een antwoord te krijgen dat ons de zin van ons leven onthult? Nee: de zin van het leven wordt pas onthuld aan het eind ervan. We zijn niet op zoek naar onze vraag om de zin van ons leven te vinden. We zijn ernaar op zoek om onszelf te confronteren met de stilte van een zuivere en onvermurwbare vraag. Een vraag waarop geen enkel antwoord mogelijk zou zijn. Een vraag die geen enkel ander doel heeft dan degene die hem stelt eraan te herinneren hoe raadselachtig zijn leven is. Elk individu moet op zoek gaan naar zijn vraag om de vinger te kunnen leggen op het ondoorgrondelijke mysterie dat aan zijn lot ten grondslag ligt: dat wat hem nooit zal worden ontsluierd en toch een fundamentele plek in zijn leven zal innemen”.

Existentiële raadselen
Confrontatie met het labyrint, met het oneindige doolhof, met de stilte van de onvermurwbare vraag…. Dat is waar het in De diepst verborgen herinnering van de mens steeds weer om gaat. Want dat is volgens Diégane en veel andere personages de kern van de literatuur en van het leven zelf. Diégane zegt ergens dat hij in zijn leven twee “ontologische metamorfes” heeft beleefd die hem tot in het diepst van zijn wezen veranderden: het alles ontwrichtende meesterwerk van Elimane, en een liefdesnacht met een onbereikbaar blijkende geliefde die eveneens alles ontwricht en op losse schroeven zet. Dit waren dus zijn meest intense confrontaties met de onvermurwbare vraag, met het ondoorgrondelijke labyrint, met het onbevattelijke raadsel van het bestaan. En de passievolle fascinatie voor dat soort existentiële raadselen doordesemt de hele roman. Want alles staat in het teken van een nooit eindigende zoektocht naar T.C. Elimane, de schrijver die zelf onvermurwbaar zwijgt en dus zelf een stille en onvermurwbare vraag is. Die zoektocht is bovendien enorm veelstemmig en gefragmenteerd: Diégane leest en hoort tientallen zeer uiteenlopende getuigenissen, die vaak prachtige perspectieven bieden op Elimane en zijn familie en vrienden, maar al die perspectieven blijven gefragmenteerd en met elkaar in tegenspraak. Zodat zich via tientallen in elkaar ingebedde verhalen een werkelijk schitterende caleidoscoop ontvouwt waarin vele fascinerende taferelen oplichten, maar die oplichtende taferelen blijken uiteindelijk niks meer te zijn dan opflakkerende lichtjes in een labyrintische mijngang. Ze schitteren wel, maar onthullen niks. Niettemin zijn het heel prachtige lichtjes: met Diégane bewegen we mee langs tientallen fascinerende personen, door diverse verschillende tijden – van WO I naar WO II naar nu, van Frankrijk naar Afrika naar Amsterdam, en van een Afrikaans-Franse schrijversgroep in Parijs van nu naar de literaire salons in het Buenos Aires van Sabato, Gombrowicz, Borges en… Elimane. Deze roman schenkt ons dus een geweldig gevarieerde, een enorm gevarieerde en kleurrijke, en een enorm inspirerende kosmopolitische reis. Een reis vol intense ervaringen. want zelfs het kijken naar een simpele zonsopgang of een gewone nachtelijke hemel is voor Diégane (en Elimane) een confrontatie met onuitputtelijke mysteriën. Maar die reis begint en eindigt in onvermurwbare vragen en onzekerheid. En in het ambigue besef dat Diégane, net als misschien Elimane, nooit hoopte of verwachtte dat hij iets anders zou vinden. Want hun zoektocht was altijd een gepassioneerde onderdompeling in de labyrinten van het leven en van de literatuur. Een zoektocht vol van teleurstelling en desillusie, maar ook vol passie en coloriet. En juist dat maakt deze roman zo fascinerend geheimzinnig en zo rijk en intens.

Prachtig
De diepst verborgen herinnering van de mens is kortom een prachtig boek, door die fascinerende geheimzinnigheid en die zo rijke intensiteit. Ook de veelvormigheid en veelstemmigheid vond ik virtuoos, net als de enorme levendigheid ervan: vaak zit je in verhalen die zijn ingebed in allerlei andere verhalen die ook weer in elkaar zijn ingebed, wat voor veel fragmentatie en afstand zorgt, en toch word je dan helemaal meegenomen in die andere wereld. Of met het gepassioneerde gevoel van Diégane die in Amsterdam is en zich helemaal onderdompelt in het hier en nu van die stad, terwijl hij zich tegelijk ook helemaal onderdompelt in het Senegal van decennia geleden en in de verhalen die hem daarover worden verteld. En als lezer beweeg je vol vervoering met Diégane mee. Ja, alles in deze roman mondt uit in de stilte van de zuivere en onvermurwbare vraag. Ook de zo aanstekelijke passages over liefde, politiek, engagement, identiteit, racisme, mythologie, filosofie en allerlei andere thema’s. Tegelijk echter bruist alles in deze roman van de gepassioneerde passie voor literatuur en het zo ondoorgrondelijke en veelvormige leven. Zodat deze roman ook een lofzang is op dit leven en op literatuur die deze veelvormigheid en raadselachtigheid bezingt. En ik denk dat deze lofzang nog wel een flinke tijd blijft nazingen in mijn hoofd.

Ons Amsterdam

Eerder verschenen op Hebban