Intimiteit & onthechting

Zondag, 19 september, 2021

Geschreven door: Michiel Dijkstra
Artikel door: Tanny Dobbelaar

Levenskunst tussen oost en west

De auteur

[Recensie] Michel Dijkstra (1982) promoveerde op een vergelijking tussen twee dertiende-eeuwse filosofen, Meister Eckhart en de zenmeester Dōgen. Een publieksversie verscheen in 2019 onder de titel Wu Wei, Ubuntu, Buen Vivir. Levenskunsten uit de hele wereld.

Dauwdruppel

Kun je jezelf intens verbonden voelen met een ander, met de wereld, de kosmos desnoods, zonder jezelf te verliezen? De dertiende-eeuwse Zenmeester Dōgen loste dit dilemma op met het beeld van de maan die ‘rust’ in een druppel dauw. Hoe groot ook, de maan heeft geen invloed op de druppel. En hoe klein de druppel ook is, hij omvat wel mooi de gehele maan.

Wordt Vervolgd

Volgens Michel Dijkstra staat deze metafoor voor ‘de persoon die zich oefent in ontvankelijkheid voor de wereld’. Die ontvankelijkheid creëert zowel nabijheid als distantie. “Maan en dauwdruppel zijn in dit beeld volledig intiem: ze kunnen niet dichter bij elkaar zijn. Tegelijkertijd blijft de afstand onmetelijk.”

Brandpunten

De spanning tussen intimiteit en onthechting is de grootste uitdaging voor de levenskunst, stelt Dijkstra. Daarom introduceert hij vier naoorlogse kunstenaars, drie Europeanen en één Braziliaan, als ‘vier brandpunten van levenskunst’, omdat ze zelf in leven en werk met de balans tussen afstand en nabijheid hebben geworsteld.

Deze vier beoefenden niet alleen verschillende disciplines, ze belichaamden volgens Dijkstra ook verschillende deugden, te weten herbronning (dichter Paul Celan), compassie (componist Claude Vivier), vrijgevigheid (schrijfster Claire Lispector) en succesvol falen (beeldhouwer en schilder Alberto Giacometti).

Dijkstra: “Tezamen vormen deze deugden een levenskunstige filosofie die geënt is op inzichten uit oost en west en die tussen intimiteit en onthechting oscilleert.” Dat is een complexe zin met daarin het opmerkelijke woord ‘levenskunstig’. Als ik het goed begrijp, verenigen deze deugden één filosofie. ‘Inzichten uit oost en west’ zijn daar de inspiratiebron van.

In zijn opstel over Paul Celan (1920-1970) werkt Dijkstra het thema van afstand en nabijheid het meest concreet uit. Hij wijst op de invloed van Meister Eckharts mystiek in Celans werk. En hij trekt een ‘hedendaagse les’ uit de bespreking van Celans gedichten: “Hoe meer je een ander een ander laat zijn, hoe meer jij jezelf paradoxaal genoeg met de ander kunt verbinden.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Dijkstra associeert het werk van de vier kunstenaars met onder meer taoïsme, zenboeddhisme en confucianisme, stromingen die hij even losjes en onproblematisch samenvat onder ‘het oosten’. (Leestip: Orientalism waarin Edward Zaid het begrip ‘oosters’ ontmaskert als een westerse constructie).

Die associaties gaan bijvoorbeeld zo: de verering van Vivier voor zijn leermeester Stockhausen ‘herinnert’ aan oosterse modellen van de verhouding tussen leerling en meester. Viviers concept van de interval als eeuwig moment ‘sluit aan’ bij Dōgens gedachtengoed. Als Giagometti’s model klaagt over rugpijn en het afdrijven van zijn gedachten, ‘doet dat denken’ aan ervaringen bij zenmeditatie.

Fragmenten van Claire Lispector ‘resoneren’ met het taoïsme. Aanwijzingen dat ze zich ooit verdiept heeft in oosterse filosofie zijn er niet, aldus Benjamin Moser in zijn veelgeprezen biografie over Lispector. Haar door de Shoah getekende familiegeschiedenis wijst eerder op invloed van Joodse mystiek.

Kortom: Dijkstra poneert hoogst particuliere, niet te verifiëren associaties tussen het werk van deze kunstenaars en ‘oosterse filosofieën’, om daarna overeenkomsten en verschillen tussen die twee te beschrijven. Dat verheldert weinig. Dijkstra’s associaties benemen eerder het zicht op het fantastische werk van deze kunstenaars.

Redenen om dit boek wel te lezen

Dankzij dit aantrekkelijk vormgegeven boek heb ik de wonderlijke muziek van Claude Vivier leren kennen, de Canadese componist die te vondeling werd gelegd en uiteindelijk door een escortjongen werd vermoord. Ook raakte ik geïntrigeerd door Isaku Yanaihara, een Hegelkenner die 227 keer voor Giacometti heeft geposeerd. Steeds stelde deze Japanner zijn reis naar huis uit, omdat Giacometti wanhopig werd over zijn onvermogen hem goed te portretteren. Dijkstra legt daarbij de associatie met Zen. Ik zie er eerder een diepgaande, liefdevolle vriendschap in.

Eerder verschenen in Trouw.nl