Roelant meets ... Gillian King

Maandag, 23 mei, 2022

Geschreven door: Gillian King
Artikel door: Roelant De By

 

Het nieuwe boek van Gillian King is onlangs uitgekomen. Het heeft de intrigerende titel Je moest eens weten. Gillian King heeft als bijnaam de Koningin van de Feelgood. Nieuwsgierig trek ik naar Den Haag alwaar ons gesprek plaatsvindt bij haar thuis.

Roelant: ‘Je bent nog niet zo heel lang aan het schrijven, of liever gezegd publiceren. Wat heb je daarvoor gedaan?’

Gillian: ‘Ik heb orthopedagogiek gestudeerd in Leiden. Het is een heel breed gebied waarin je werkzaam kunt zijn. Tijdens mijn studie was ik vooral gespitst op de gezinskant van het vak. Jeugdzorg en dergelijke sprak mij toen erg aan. Maar toen ik stage ging lopen bij de kinderbescherming vond ik dat zo zwaar en deprimerend dat ik een andere richting ging zoeken. Toen ben ik een beetje de leerproblemen ingerold. Dat vind ik heel erg leuk. De hele dag ben ik nu bezig met kinderen leren lezen. Want veel van die kinderen hebben dyslexie. Daarnaast komen er ook sociaal-emotionele problemen bij kijken, zoals faalangst of gedrag dat vastloopt.’

Wordt Vervolgd

Roelant: ‘Dat zie ik meteen terug in je boek, Je moest eens weten, waar zo’n kind heen en weer geslingerd wordt tussen gescheiden ouders. Die laatste zin in jouw boek gaat ook over dat kind. Echt ontroerend vind ik dat. Ik vond het trouwens een erg mooi boek ondanks dat ik niet tot de doelgroep behoor.’

Gillian: [lachend] ‘Ik ben wel benieuwd hoe mannen het boek zullen vinden, want het is best wel meer geschreven voor vrouwen.’

Roelant: ‘Dat merk je soms. Ik heb daar een paar leuke voorbeeldjes van gevonden. Voor mij was het bijvoorbeeld echt niet duidelijk hoe het precies zou aflopen. Wordt het nu Billy of Carmen?’

Gillian: ‘Het is inmiddels mijn zevende boek. Mijn eerste boeken zijn meer cliché en voorspelbaar en hield ik me sterk aan hoe het moest in het genre. Het moet gaan over een man en een vrouw en het moet grappig zijn enzo. Maar inmiddels heb ik mijn eigen stem gevonden. Ik vond dit een heel mooi onderwerp. Je leest best vaak in de krant heel tragische dingen die binnen in een gezin gebeuren. En dan vraag ik me af wat er vervolgens gebeurt tussen die man en die vrouw. Word je heel close of groei je uit elkaar? Dat vond ik een mooi uitgangspunt, ondanks dat het eigenlijk helemaal niet bij het feelgood genre past. Ik heb mijzelf zitten afvragen of het bij dit boek uit zou maken of je kinderen hebt of niet. Ik heb het heel erg geschreven vanuit de moeder. Ik heb zelf kinderen dus ik weet wat die angst en die pijn en het verdriet zijn. Er zijn ook lezers die wat jonger zijn of die geen kinderen hebben. Daar kan best een verschil in beleving zitten.’

 width=

Roelant: ‘Maar die kunnen zich met Billy identificeren. Het jonge meisje, de flierefluiter.’

Gillian: ‘Precies.’

Roelant: ‘Je hebt ook al eens een thrillerverhaal geschreven.’

Gillian: ‘Klopt, dat was een kort verhaal. Het lijkt me zeker leuk om een keer een thriller te schrijven. Maar dan een psychologische thriller, niet iets met politieonderzoeken of zo. Voor dat soort boeken heb ik heel veel respect, want daar gaat veel research in zitten. Heel knap, maar dat is niks voor mij. Daar ben ik te ongeduldig voor. Ik wil schrijven en niet eerst weken uitzoeken hoe iets zit of zo. Maar een psychologische thriller zie ik wel zitten. Iets in een huiselijke setting. Een man-vrouw relatie vind ik gewoon fijn om over te schrijven, dus zal het zoiets wel worden.’

Roelant: ‘Dan denk ik meteen aan B.A. Paris of Nicci French. Heb je daar wel eens iets van gelezen?’

Gillian: ‘Ja, dat is iets wat ik zelf ook graag lees. Ik hou van die onderhuidse spanning. Het moet ook niet te ingewikkeld zijn dat ik het zelf niet meer snap. [we lachen hartelijk] Als het te complex wordt en ik steeds moet teruglezen dan haak ik af. Maar het is heerlijk om feelgood te schrijven. Het is een genre dat bovendien erg populair is.’

Roelant: ‘Is Gillian King een pseudoniem?’

Gillian: ‘Nee, het is mijn eigen naam, mijn meisjesnaam. Misschien dat ik onder pseudoniem ga werken als ik een thriller zou gaan schrijven.’

Roelant: ‘Weet je dat wel zeker? Je bent juist een naam voor jezelf aan het opbouwen. Mensen willen meteen de nieuwe Gillian King kopen. Met een andere naam begin je weer op nul.’

Gillian: ‘Dat is wel zo. Maar je weet niet van te voren hoe zoiets ontvangen zou worden. Misschien verwachten mensen dan iets anders als je het onder dezelfde naam zou publiceren.’

Roelant: ‘Iemand als Graham Greene deed dat ook, serieuze thrillers afwisselen met luchtige, bijna komische boeken. En je zit bij een fijne uitgeverij HarperCollins Holland.’

Gillian: ‘Ja, dat is waar. Die geven me alle ruimte. Hiervoor zat ik bij Zomer & Keuning, een kleine uitgeverij waar je veel persoonlijk contact had. Dat was heel prettig. Maar ik voelde dat het tijd werd voor iets nieuws. Ik dacht bij mijzelf dat als ik groter wilde worden, ik dan ook naar een grotere uitgeverij zou moeten gaan. Ik ben Zomer & Keuning dankbaar dat ze mij de kans hebben gegeven om mijn eerste zes boeken uit te geven. Ik kijk er met een goed gevoel op terug, maar ik ben ook heel blij met HarperCollins en de mogelijkheden die daar liggen. Ik denk dat het altijd belangrijk is om je gevoel te volgen.’

Roelant: ‘Je woont hier heerlijk in deze rustige straat in Den Haag.’

Gillian: ‘We wonen hier nog niet héél lang, zo’n vier jaar nu. Ik ben geboren en getogen in Den Haag. Ik heb één broer en die woont , net als mijn ouders, ook in Den Haag. Zelfs tijdens mijn studie in Leiden ben ik in Den Haag blijven wonen. Mede hierdoor heb ik geen wilde studententijd meegemaakt. Aan het begin van mijn studietijd kreeg ik verkering met mijn man, die ik al ken vanaf mijn dertiende. Hij was niet zo van het studeren en had al een baan en een huis. Ik ben vrij snel bij hem ingetrokken eigenlijk en heb zo wel veel van het studentenleven gemist. Ik ben natuurlijk blij; als je de liefde van je leven ontmoet, is dat hartstikke mooi. Maar voor mijn kinderen zou ik het anders willen. Ik gun het ze om lekker rond te kijken en mooie reizen te maken.’

Roelant: ‘Eigenlijk moet je reizen voor je boeken.’

Gillian: [lachend] ‘Ja, dat is zo.’

 width=

Roelant: ‘Je schrijft, ik citeer: Ik was te onrustig, wilde te graag reizen en het gras leek steeds groener aan de overkant. Je zet zo iemand heel duidelijk neer als een typisch meisje van deze tijd, in deze Tinderwereld.’

Gillian: ‘Ik merk dat ook bij mij in de omgeving. Veel meiden van in de twintig hebben zo’n onrust, zowel qua relatie als qua baan. Telkens kijken of er niet iets nóg leuker is. In mijn tijd speelde dat niet. Op een gegeven moment had iedereen van mijn vriendengroep een langdurige relatie en een vaste baan. Je ging samenwonen, kreeg kinderen et cetera.’

Roelant: [lachend] ‘In mijn tijd! Dat klinkt heel oud.’

Gillian: ‘Maar dat is echt een groot verschil, die twintigers of de veertigers. Echt heel anders qua mentaliteit, hoe ze in het leven staan, wat ze ambiëren, wat ze willen.’

Roelant: ‘Welke schrijver zou je kunnen noemen waarvan je denkt: had ík dat boek maar geschreven?’

Gillian: ‘Dat heb ik met Colleen Hoover. Die vind ik erg goed. Haar thema’s zijn vaak heel origineel, er zit een goede twist in. Je weet niet hoe het gaat aflopen. Echt heel knap. Haar boeken zijn ook niet in één hokje te plaatsen, naast feelgood is het ook New Adult en thriller. Ze schrijft heel veel en weet toch telkens met iets nieuws te komen.’

Roelant: ‘Een erg leuke passage in jouw boek is de verzuchting van Billy, ik citeer: Het is ook gewoon veel te lang geleden dat ik seks heb gehad….. Eén lachje van een man en de verwaarloosde seksgodin in me krijst: hebben, hebben. Zonder expliciet te worden, beschrijf je haar gemoedstoestand heel duidelijk.’

Gillian: [lachend] ‘Soms lees ik van collega’s boeken met héél expliciete seksscènes, maar dat probeer ik te mijden.’

Roelant: ‘Zelfcensuur?’

Gillian: ‘Nou, een beetje. Ik heb een dochter van zestien en ik weet dat vriendinnen van haar ook die boeken lezen. Er is veel schaamte op die leeftijd. Daar probeer ik een beetje rekening mee te houden. Maar ook voor mijzelf vind ik het niet altijd nodig in een boek. Ik heb er niks op tegen, als ik het ergens lees is dat helemaal prima, maar ik vind het niet altijd iets toevoegen. Soms heb je twee pagina’s lang over allerlei handelingen… Dat voel ik niet als meerwaarde voor mijn eigen verhaal.’

Roelant: ‘Je hebt genoeg verwijzingen ernaar. Bijvoorbeeld deze: Ik voel zijn ogen in mijn rug branden. Of eigenlijk is rug niet het juiste lichaamsdeel. Heerlijk die humor die je erin hebt gestopt. Maar ook serieuze en gevoelige passages ga je niet uit de weg. Ik citeer Carmen: Ik dacht dat ik niet nóg meer van hem kon houden, maar mijn hart barstte bijna uit elkaar van liefde op de momenten dat ik hem zag ploeteren. Voor mij. Voor ons.’

Gillian: ‘Ja. Ik vond Carmen eigenlijk leuker om te schrijven dan Billy. Al vanaf de eerste bladzijde is Billy een heel duidelijk personage. Een positief, lief persoon, maar wel een flierefluiter. En heel erg zoekende in werk en relaties.’

Roelant: ‘Zoals zoveel jonge vrouwen van nu.’

Gillian: ‘Zeker. Carmen heeft zoveel méér laagjes. Ze heeft haar goede kanten, maar ook haar slechte. Ze maakt soms onsympathieke keuzes.’

Roelant: ‘Ja, maar ze zit in een diepe crisis.’

Gillian: ‘Ik vond haar heel interessant om over te schrijven. Ik heb erg naar de balans gekeken hoe ik haar neer ging zetten.

 width=

Roelant: ‘Je laat Billy zeggen: Alle gesprekken gaan over mij. Steeds als ik het gesprek op hem probeer te brengen, haakt hij af. Het maakt me onzeker. Daar worden vrouwen onzeker van? Ik dacht juist dat ze ervan hielden om over zichzelf te praten.’

Gillian: ‘Als vrouw wil je ook dat wanneer jij vragen stelt, de man iets terugzegt, in plaats van altijd dat gesprek weer op jou te brengen. Daar wordt een vrouw onzeker van.’

Roelant: ‘Ondertussen ontstaat er een behoorlijke rivaliteit tussen Carmen en Billy om Matthew voor zich te winnen. Aletta, de zus van Carmen, geeft haar de raad om hem weer verliefd op haar te laten worden. Hij houdt al van je. Hij moet het zich alleen weer herinneren… Zorg dat hij jullie gaat vergelijken en zij [Billy] die wedstrijd verliest.’

Gillian: ‘Aletta kwam als minst populaire personage uit een lezers enquête naar voren. Ondanks dat zij haar zus alleen maar goede raad wil geven en het beste met haar voor heeft. Zij heeft haar zus door een diep dal zien gaan. Ik begrijp haar wel. Zij wil dat gezin weer bij elkaar. Maar die impopulariteit was wel opvallend.’

Roelant: ‘Wie was de meest populaire?’

Gillian: ‘Heel verrassend was dat Matthew zelf.’

Roelant: ‘Je laat iemand in het boek zeggen dat mannen zwak zijn. Vind je dat zelf ook?’

Gillian: [aarzelend lachend] ‘Ik weet niet, echt zwak.. Ik denk wel dat mannen vaak iemand nodig hebben in hun leven. Je ziet dat wanneer mannen gaan scheiden of weduwnaar worden, ze snel weer een vrouw in hun leven hebben. Mannen vinden het moeilijk om alleen te zijn. En in hun zoektocht naar liefde kan dat hun zwakte zijn. Soms gaan ze dan naar een vrouw die niet altijd perse goed voor ze is, of voor zijn kinderen. Een beetje dát.’

Roelant: ‘Mannen zijn niet zo kieskeurig?’

Gillian: ‘Soms denk ik dat, ja. Kijk eens naar mannen op leeftijd met veel geld die dan met een jong, knap vrouwtje gaan. Daar denk ik dan wel wat van.’

Roelant: ‘Ben je al begonnen met het volgende boek?’

Gillian: [lachend] ‘Ik ben nog niet heel ver. Ik heb wel mijn boekidee ingeleverd en besproken. Maar ik vind het lastig om al met de volgende te beginnen als de vorige nog niet de wijde wereld in is. Dat geeft mij een soort blokkade. Eerst moeten de lancering en de pr die er omheen zit achter de rug zijn voordat ik me echt kan storten op een nieuw boek. Pas daarna heb ik een leeg hoofd om te gaan schrijven. Ik loop een beetje achter op schema.’

 width=

Roelant: ‘Maak je echt een groot schema?’

Gillian: ‘Nou, dat eigenlijk niet, want ik ben best wel ongestructureerd. Wel dat ik weet hoeveel tijd ik ongeveer nodig heb.’

Roelant: ‘Op welke momenten schrijf je? Heb je daar een vast schema voor?’

Gillian: ‘Ik ben elke dag op die praktijk dus moet het daar omheen gebeuren. ‘s Avonds ben ik er te moe voor. Schoolvakanties zijn de periodes dat ik heel veel schrijf. En daarnaast gebruik ik daar een gedeelte van de weekenden voor. Ik ben een enorm ochtendmens en sta dan vroeg op om te schrijven.’

Roelant:[lachend] ‘Dan zijn die pubers nog lang niet op.’

Gillian: ‘Nee, dat is wel ideaal. Maar de meeste tijd zit bij mij niet in het schrijven zelf, maar in het vinden van een goed idee. Mijn laatste drie boeken hebben een wat zwaarder thema binnenin het genre. Het is een uitdaging om telkens iets nieuws en origineels te bedenken.’

Roelant: ‘Dat zal jou ongetwijfeld lukken. Je hebt een fijne, prettige schrijfstijl. Ik heb genoten van het boek en ons gesprek. Dank je wel, Gillian.’

Roelant
Perfecte Buren

 

 

Eerder verschenen op Perfecte Buren.


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.