Roelant meets ... Max van Olden

Woensdag, 6 januari, 2021

Geschreven door: Max van Olden
Artikel door: Roelant De By

 

Max van Olden is advocaat en schrijver. Zijn hoofdpersonages zijn steevast mensen die werkzaam zijn in of rondom de advocatuur. Onlangs verscheen zijn derde boek, Het Zwarte Dossier. Het oorspronkelijke plan was dat Patrice met mij mee zou gaan om samen Max te interviewen, maar door de corona ging dat niet door. Max ontvangt me bij hem thuis in Nijmegen.

Max: ‘Welkom. Jammer dat Patrice er niet bij is, maar begrijpelijk. Ik heb haar nog wel uitgebreid gesproken en bedankt voor de geweldige review die zij over mijn boek geschreven heeft. Dat is er een om in te lijsten. Dit is wel waar je het voor doet. Fantastisch!’

Roelant: ‘Helemaal terecht. Je woont pas sinds kort in Nijmegen?’

Max: ‘Vorig jaar februari zijn mijn partner en ik uit Amsterdam verhuisd hiernaar toe. Oorspronkelijk komen we beide wel uit deze omgeving. Ik kom uit Zevenaar. In 2000 ben ik naar Amsterdam vertrokken.’

Roelant: ‘Naar zo’n prestigieus advocatenkantoor op de Zuidas, waar je boek zich afspeelt?’

Max: [lachend] ‘Nee, niet naar de Zuidas. Hoewel ik best nieuwsgierig ben hoe die in het echt is. Het intrigeert me wel. Ik zou daar best een half jaar willen rondlopen, om die sfeer op te snuiven en om te kijken of de verhalen die de ronde doen waar zijn. De clichés zoals omzet targets, urenfabriek, ellebogenwerk, elkaars zaken afpikken enzovoorts. Kijk, ik heb mijn verhaal daar gesitueerd, want ik ken de advocatuur gewoon goed. Ik kan me voorstellen dat bepaalde dingen die je in een klein kantoor tegenkomt dáár maal tien zullen zijn. Hiërarchie, stagiaires die niet goed worden begeleid, dat soort dingen.’

 width=

Roelant: ‘Dat speelt allemaal een belangrijke rol in jouw boek. Het leuke is dat terwijl je het leest, je je beseft dat het een verhaal uit de eerste hand is.’

Max: ‘Het is mijn wereld! Ik ben nu 18 jaar advocaat, heb op verschillende kantoren gewerkt, ben één-pitter geweest, met een partner samen een kantoor gehad, en nu werk ik in loondienst. Ik ken alle vormen eigenlijk. En eerlijk is eerlijk, het is gewoon makkelijker om te schrijven over een wereld die je kent. Dat scheelt ontzettend veel research. Advocaat zijn is een drukke baan. Ik kan niet in mijn vrije tijd ook nog eens twee jaar research gaan doen naar een andere wereld. Al zou ik het wel willen. Ik zou best een boek over een tandarts willen schrijven, maar ja, voordat je dát een beetje geloofwaardig kan doen… Daar moet je zoveel tijd instoppen. Daar komt nog bij dat de mogelijkheden bij boeken over de rechtspraak onbegrensd zijn. Het is een arena waar van nature al heel veel inzit, qua drama. Je hebt per definitie te maken met conflicten. Dan heb je geheimen, geheimhoudingsplicht. Mensen vertellen je de meest intieme dingen over hun leven, hun bedrijf. Wat er fout is gegaan, wat er goed is gegaan. En dat moet je allemaal vóór je houden.’

Roelant: ‘Vind je dat niet moeilijk soms? Als iemand iets verschrikkelijks opbiecht…’

Max: ‘Nou, ik vind het niet moeilijk om het geheim te houden. Dat is een soort tweede natuur geworden. En je kunt het er altijd met je collega’s over hebben. Ik vind het wel leuk zelfs. Je bent een vertrouwenspersoon en dat is ook heel bijzonder.’

Roelant: ‘Dat begrijp ik. Dat herken ik ook. Ik heb veel plakkers in jouw boek gezet, maar er is er één die er heel erg uitspringt. Ik citeer: Bestaan er ook betrouwbare criminelen?’

Max: [lacht even, dan aarzelend] ‘Ja, ja…”Crimineel” is ook maar een label. Waarom wordt iemand crimineel? Daar zit ook vaak een heel verhaal achter. Slechte jeugd gehad, meegetrokken worden in een bepaald milieu. Groepsvorming en groepsdruk spelen mee met de keuze van iemand om het verkeerde pad op te gaan. Als je ziet dat je vriendjes geld als water verdienen met bijvoorbeeld de handel in pillen of gestolen goederen, waarom zou jij dan nog achter de supermarktkassa gaan zitten voor een hongerloontje? Ik begrijp die verhalen wel, soms, een beetje. Het is niet om het goed te praten, maar ik denk wel dat je ook als advocaat daar op moet inzoomen. Het is niet zwart-wit, het is nooit zwart-wit. Er zitten altijd nuances, er zijn altijd redenen om aan te wijzen waarom iemand iets doet. Wat dat betreft zit het strafrecht toch wel heel mooi in elkaar. Want daar wordt gewoon rekening mee gehouden. Er wordt gekeken naar persoonlijke omstandigheden. Naar de mate waarin iemand toerekeningsvatbaar is. Alleen maar dom zeggen: jij hebt pillen gedeald en nu ga jij tien jaar achter de tralies, werkt niet. Daar wordt een mens niet beter van en de maatschappij ook niet. Als rechter moet je altijd naar die andere kant kijken. En daar zijn advocaten voor. Dat is een prima systeem. Zijn er ook door en door slechte mensen? Die zullen er vast zijn. Ik ben momenteel een boek aan het lezen dat als titel heeft: De 20 meest bizarre moorden. True crime. Als je het hebt over de categorie mensen waar geen land mee is te bezeilen, vind je die in dit boek.’

Roelant: ‘Maar dat is niet helemaal wat ik bedoel met mijn vraag. Wanneer iemand, een crimineel, liegt over iets, en ze liegen allemaal wel ergens over, kun je de rest wat hij zegt dan wel geloven? Dat lijkt me zo moeilijk.’

Max: ‘Dat is ook zo. Mensen zijn uitgekookt. Criminelen helemaal. Die weten wat ze wel en niet tegen een advocaat moeten zeggen. Maar ja, dat is ook het makkelijke in dit vak. Je gaat af op de informatie die jouw cliënt je geeft. Daar ga je niet aan tornen. Je gaat niet zitten wroeten en doorvragen of hij het wel zeker wist dat hij tóen daar en daar was. [we lachen beide hartelijk] Daar ben je niet voor.’

 width=

Roelant: ‘Je bent niet zijn moeder.’

Max: ‘Nee, ik ben niet zijn moeder. Maar goed, dat strafrecht is een aparte tak van sport. Ik ben daar niet in werkzaam. Wel vaak gedacht of dat iets voor mij zou zijn, om echte hardcore criminelen bij te staan. Maar uiteindelijk denk ik van niet. Ik zou een betere officier van justitie zijn. Om ze achter de tralies te krijgen. Dat zou me meer voldoening geven, denk ik.’

Roelant: ‘Waar je als advocaat van die zware jongens voor moet oppassen, is dat je niet meegezogen wordt, gecorrumpeerd wordt door al die mensen met wie je dagelijks omgaat. Dat begint met boodschappen doorgeven aan derden, dingen de gevangenis binnensmokkelen enzovoorts. Die zware jongens beschikken over zo ontzettend veel geld…’

Max: ‘Dat gebeurt zeker. Denk maar aan advocaat Hingst [strafrecht advocaat in Amsterdam die in verband werd gebracht met Sam Klepper en John Mieremet; in 2006 voor zijn eigen huis geliquideerd]. Die had gewoon wapens in zijn kluis liggen. Die is er helemaal in meegezogen, dat klopt.’

Roelant: ‘Ik ken wel meer advocaten die een wapen hebben.’

Max: [verbaasd] ‘Ik niet. Nou, eigenlijk weet ik dat niet. Ik ken natuurlijk een aantal strafrechtadvocaten. Dat is eigenlijk wel een leuke vraag om aan ze te stellen. Zo van, heb jij thuis iets onder je bed liggen?’

Roelant: ‘Ik ken ze. Die gaan op een schietvereniging om op die manier legaal aan een wapen te komen.’

Max: ‘Daar moet je toch niet aan denken. Met zo’n baan… Nee, ik zou daar niet aan moeten denken. Dat staat ver van me af. Ik kan me ook niet voorstellen dat je zo’n leven wilt leiden. Dat je altijd over je schouder moet kijken. Maar het is wel erg leuk om daarover te schrijven. Als thrillerauteur wil je maar één ding: dat jouw lezer al die tijd dat die in jouw boek zit op het puntje van zijn stoel zit. En daar mag je alles voor uit de kast trekken. Dat is zo lekker van dat vak. Je mag de gekste dingen verzinnen om ze maar in die spanningsboog te houden. En dan is het aan de lezer om dat wel of niet geloofwaardig te vinden. Maar als ik afga op de recensies is dat bij dit boek wel gelukt. Mijn vorige twee boeken zijn net anders. Heb je die gelezen?’

Roelant: ‘Na Het zwarte Dossier ben ik onmiddellijk begonnen met Lieve Edelachtbare, jouw eerste boek. Ik zit nu op een kwart schat ik. Maar ik vind dat boek gewoon een feelgood! Het gaat heel erg over relaties. Zo’n hoofdpersoon die dan net met de verkeerde man in bed belandt. Het is een typische rom-com film met al die verwikkelingen. De moorden die gepleegd worden op een gegeven moment zijn bijna een verstoring van de privé besognes.’

Max: ‘Grappig dat je dat zegt. Zo had ik dat nog niet gezien. Maar dat klopt wel. Lieve Edelachtbare is meer intrige dan keiharde spanning. Het is een beetje het leven van zo’n jonge meid met relatie struggles, werk problemen enzovoorts. Later wordt het wel ietsje anders, maar haar leven blijft centraal staan. Mijn tweede boek is wéér iets heel anders. Dat is meer een roman met morele dilemma’s erin. Maar dit boek, Het Zwarte Dossier heeft je wel kunnen boeien?’

 width=

Roelant: ‘Zéér. Daarom wil ik ook meteen al jouw andere boeken lezen. Je hebt verteld dat je uit Zevenaar komt. Na je middelbare school meteen rechten gaan studeren?’

Max: ‘Nee, ik heb eerst nog een jaar geneeskunde gedaan in Antwerpen. In Nederland was ik daarvoor uitgeloot. Maar dat was niks voor mij. Enorm massaal met duizend studenten die tegen elkaar op moesten knokken. Je moest boeken vol formules gewoon uit je hoofd leren. Compleet anders dan het hier in Nederland gaat. Nee, dat was niks voor mij. Toen ben ik teruggegaan en in Nijmegen rechten gaan studeren. Dat was heerlijk. Geweldige stad. Groen, jong, cultureel. Voor mij echt thuis.’

Roelant: ‘Bij mijn research stuitte ik op wat foto’s en commentaren uit je studententijd. Je was meer aan het feesten dan dat je op college was, lijkt het.’

Max: ‘Echt een superleuke studietijd gehad. Vooral sinds ik in een studentenhuis vlakbij het station woonde. Daar heb ik al mijn vrienden naartoe weten te krijgen. Ik woonde in een huis van tien man, waaronder drie van mijn beste vrienden. Wat wil je nog meer? De tijd van mijn leven gehad. Ik was ook heel actief in het studentenleven en had ook veel baantjes, waardoor ik altijd geld had. Met de rechtenstudie heb je enorm veel vrije tijd, of liever gezegd zelf in te delen tijd. Het hele idee van een hoorcollege werkt voor mij niet. Dat passieve zitten en een beetje meeschrijven in zo’n enorme zaal. Ik heb veel liever een werkcollege of een fictieve rechtbank; dat waren leuke dingen. Kijk, de meeste studenten worden advocaat. Dan moet je kunnen praten, redeneren, kunnen overtuigen. Wij kregen daar niks van, minimaal. In die vier, vijf jaar studie alleen een paar keer in een fictieve rechtbank spelen, is natuurlijk veel en veel te weinig. Als jurist moet je een stelling innemen en die stelling kunnen verdedigen en mensen kunnen overtuigen. Dat is gewoon je belangrijkste kwaliteit.’

Roelant: ‘Zat je op een studentenvereniging?’

Max: ‘Ja, op Phocas, de studenten roeivereniging.’

Roelant: ‘Zo’n studentenvereniging, weet ik uit eigen ervaring, kan een prima leerschool voor het debatteren zijn. Ik ging altijd naar de bestuursvergaderingen want dat was puur cabaret. Elkaar pareren, grappig op hun nummer zetten. Dat was genieten.’

Max: ‘In je vereniging kun je dat soort dingen opzoeken, maar de universiteit laat dat liggen. Het is wel iets verbeterd heb ik begrepen. Maar dat spreken in het openbaar zit er in Nederland niet in. Onvergelijkbaar met bijvoorbeeld Engeland.’

Roelant: ‘Die theorie kun je gewoon opzoeken en thuis doen. Ik denk dat het gemakzucht is van de hoogleraren.’

Max: ‘Zou kunnen. Zo’n lesje afdraaien is veel simpeler dan een casus verzinnen en de studenten daarover te laten debatteren. Dat kost veel meer tijd en creativiteit. Op een gegeven moment heb ik wel wat colleges gevolgd, maar er zijn ook vakken geweest, zoals staatsrecht, waar ik nooit naar toe ben gegaan en het tentamen alleen met uittreksels en oude vragen van voorgaande examens heb voorbereid. En toch geslaagd! Maar goed, het heeft ook zijn voordelen gehad. Ik kon nu allerlei baantjes doen zoals de lay-out verwerken van een juridisch blad, interviews met docenten afnemen en artikelen schrijven. Ik was zelfs dj in een club. Ook nog een tijdje privéchauffeur geweest. Dat was leuk, die vrijheid die je hebt als student. Dat komt niet meer terug. Je hoeft nog niet zoveel. Je moet je tentamens halen, maar als je dat doet zeurt er niemand. Heerlijke tijd. Na mijn studie heb ik eerst een jaar op een kantoor in Den Bosch gewerkt. Het was niet helemaal mijn kantoor. Achteraf gezien was het ook wennen aan het werken, aan het werkende bestaan. Dat was even een omschakeling. Maar er begon ook iets te borrelen bij me. Een onderstroom van creativiteit. Ik moest daar iets mee. Ik kreeg een partner die naar de toneelschool in Amsterdam ging. Dit is mijn moment dacht ik. Ik zeg mijn baan op en ga mee naar Amsterdam. Ik ga kijken of ik daar in de creatieve sector terecht kan komen. Dat was in 2000. Ik ben bij een reclamebureau aangenomen en daar ging ik teksten schrijven. Daar kon ik mijn creativiteit botvieren, maar het had niks met rechten te maken. Ik heb dat drie jaar gedaan. Toen kwam 9/11 en lag de hele reclamesector op zijn gat. Toen heb ik mijn oude vak weer opgepakt.’

 width=

Roelant: ‘Gelukkig had je je diploma.’

Max: ‘Ja, dat is heel fijn. Dan zie je hoeveel dat waard is, dat je hebt doorgezet en die studie afgemaakt hebt. Eigenlijk ben ik toen pas gaan realiseren wat een mooi vak dat eigenlijk is, advocaat zijn. Hoe maatschappelijk dat is. Hoeveel voldoening dat kan geven. Als je dat vergelijkt met reclame… Ik vond dat schrijven wel leuk, maar je schrijft bijvoorbeeld over sigaren! Ik ben heel blij dat ik toen in Haarlem bij een heel leuk kantoor kon gaan werken. Mijn stage die ik afgebroken had, kon ik daar weer voort zetten. En van daaruit verder in verschillende plaatsen op verschillende kantoren. En dat creatieve stop ik nu in de boeken die ik schrijf.’

Daar zijn jouw lezers heel erg blij om, Max. Dank je wel voor dit fijne gesprek.

Roelant
Perfecte Buren

Eerder verschenen op Perfecte Buren.