Schaduwstad

Zaterdag, 11 juni, 2022

Geschreven door: David Baldacci
Artikel door: Marnix Verplancke

“Wat als we in een wereld komen waarin de waarheid geen rol meer speelt?”

[Interview] David Baldacci schreef een crime noir die in het Hollywood van begin jaren 1950 speelt. Hij ontdekte dat het mccarthyisme van toen nog steeds springlevend is. 

“Een journalist vroeg John Updike waarom hij nooit een misdaadroman had geschreven. Omdat ik niet slim genoeg ben, antwoordde hij.” David Baldacci zit te glunderen als een kwajongen wanneer hij die anekdote vertelt, waarna hij er meteen aan toevoegt: “Of het een waar verhaal is, weet ik niet, maar ik hoop het alleszins, want een goede misdaadroman heeft een knappe plot, sterke personages en geloofwaardige dialogen zoals iedere roman. Maar erbovenop komen spanning, misleiding en de zoektocht naar de waarheid. Mensen denken dat het alleen maar om het leggen van een puzzel gaat, maar er komt veel meer bij kijken.” 

Dat David Baldacci weet hoe hij een goede misdaadroman moet schrijven, blijkt uit zijn verkoopcijfers. Meer dan 150 miljoen boeken op goed vijfentwintig jaar tijd. En ook zijn nieuwste is weer een schot in de roos, de derde in de Aloysius Archer-reeks, rond de WO II-veteraan die er in het LA van begin jaren 1950 van droomt om een carrière uit te bouwen als privédetective.

In Schaduwstad, zoals de roman heet, komt Archer aan de zijde van zijn goede vriendin en would-be actrice Liberty Callahan op oudejaarsnacht 1952 op een Hollywood-feestje terecht. Het is er struikelen over de beroemdheden, de een vol glamour en de ander vol dry martini, die bezwerend, verleidend of lallend elkaar hun grootste geheimen vertellen. 

Foodlog

En zo raakt Archer aan de praat met scriptschrijfster Eleanor Lamb, die hem vertelt dat ze vermoedt dat iemand haar wil vermoorden. Hij moet haar in haar huis in Malibu komen opzoeken, zegt ze en wanneer hij dat later die avond doet – zich afvragend hoe een scriptschrijfster zich een woonst in die peperdure wijk kan veroorloven – treft hij enkel een dode man aan, en geen Eleanor. 

Het is het begin van een speurtocht door Hollywood en Las Vegas, waar niets is wat het lijkt en achter de glamour vooral veel misbruik en geweld schuilt. Baldacci beschrijft het in scènes, zo bekent hij, die verwijzen naar filmklassiekers als China TownThe Big Sleep en The Long Goodbye

Aloysius Archer, een jaar of vier geleden geboren in een hotelkamer in het Canadese Toronto, is Baldacci’s ode aan de crime noir en aan de boeken van Dashiell Hammett, Raymond Chandler, Ross McDonald en James Ellroy waar hij zo gek op is en waarin tegen de zelfkant van de maatschappij aan schurende detectives met een intact gevoel voor rechtvaardigheid van de wereld een betere plek proberen te maken. En zien dat dit niet lukt natuurlijk. 

“Ik zat in die hotelkamer naar een sneeuwstorm te kijken,” herinnert Baldacci zich, “Ik was niet moe, wou nog niet naar bed en dacht: laat ik eens iets proberen, zo’n noir kortverhaal, en dus begon ik te schrijven en had ik drie maanden later een roman van vierhonderd pagina’s. Want zo werk ik, boeken moeten spontaan komen. Ik hou niet van plannen.”

“Het doet me denken aan een stel generaals rond een grote tafel die een oorlogsstrategie in elkaar boksen, waarna de soldaten die ten uitvoer moeten brengen. Hoe goed je ook probeert te plannen, je zal nooit alles kunnen voorzien. Een oorlog volgt zijn eigen koers, en dat doet een roman ook. Ik schrijf een bladzijde of dertig, kijk of er passie in zit en als dat niet zo is gaat het de papiermand in. Ik heb vrienden die honderden post-itjes op de muur kleven en pas beginnen schrijven als ze alles op orde hebben.”

“Ik schrijf mezelf liever een hoek in, zodat ik me in allerlei bochten moet wringen om er weer uit te geraken. Wat ik absoluut niet wil doen is ’s ochtends opstaan en naar een schema kijken dat ik zes maanden eerder heb opgesteld en dat me vertelt welke scène ik die dag moet schrijven. Dan ga ik net zo lief aan de band werken in een autofabriek.” 

Of was je liever advocaat gebleven, want dat deed je de tien jaar voor je debuteerde?

“Die tien jaar vormden een goede leerschool. Advocaten en schrijvers bedienen zich immers van hetzelfde materiaal: woorden. Wat doet een advocaat anders dan verhalen vertellen? Ik kreeg een reeks feiten aangereikt, net dezelfde als de advocaat van de tegenpartij, en daarna gingen we allebei met die feiten aan de slag om er een verhaal mee te maken. Het kwam erop aan het zo geloofwaardig te doen dat de jury of de rechter mijn verhaal geloofde en niet dat van de tegenpartij. In feite veranderde ik niet echt van job toen ik mijn toga aan de wilgen hing. Ik ging gewoon over van het gesproken op het geschreven woord.”

Schrijft een misdaadroman over het begin van de jaren vijftig zichzelf niet? Het is toch een van de meest iconische periodes en settings uit de geschiedenis, vol glamour en in glazen alcohol verdronken verdriet? 

“In het Hollywood van de vroege jaren 1950 gebeurde er inderdaad iets magisch. The Quiet ManDial M for MurderRear Window en High Noon werden toen allemaal gemaakt. Het was de tijd van de grote namen, zoals James Stewart, Gary Cooper, Grace Kelly en John Wayne, die wereldberoemd waren, maar uitgebuit werden door de filmhuizen. Het was ook de tijd van de georganiseerde misdaad en van de maffia die de brug sloeg tussen Hollywood en Las Vegas, waar heel wat beroemdheden optraden.”

“Frank Sinatra was de meester van het spel, die overal een vinger in de pap had. En het is ook logisch dat dit allemaal samenkwam natuurlijk, want wanneer je geld, beroemdheden en heel veel glamour hebt, houd je de misdaad niet buiten. Die komen daar op af als vleesvliegen op een kadaver. Dus inderdaad, is er een betere plek denkbaar om een misdaadverhaal te situeren? Wellicht niet.”

“Veel van wat ik beschrijf in mijn boek is ook echt gebeurd trouwens. Mensen werden gebruikt tot ze op waren, ze verzeilden in drank en drugs en gingen ook anderen onder druk zetten. Je kreeg een netwerk van leugens, misdaad en exploitatie, ideaal voer voor een misdaadschrijver.” 

Je beschrijft de tol van de beroemdheid?

“En van de tijd ook. Op ieder feestje hingen er wel een paar acteurs ladderzat aan de toog en moesten een paar andere afgevoerd worden omdat ze van de wereld niet meer wisten. Maar daar kraaide geen haantje naar. Zulke zaken werden veel meer getolereerd dan vandaag, al wilde men ze natuurlijk ook niet in de blaadjes.”

“Maar andere zaken, zeker op seksueel vlak, waren een veel groter taboe. Je kon als acteur of actrice niet uit de kast komen. In Hollywood wist iedereen wie homo of lesbisch was, maar het grote publiek bleef in het ongewisse omdat er constant schijnhuwelijken afgesloten werden. Al die mensen waren zogezegd gelukkig getrouwd, of iets minder gelukkig, want dat veel huwelijken spaak liepen haalde natuurlijk wel het nieuws. En al die show was er niet alleen om de publieke opinie te paaien, ze was ook noodzakelijk, omdat homoseksualiteit toen nog strafbaar was in Amerika.”

“In Hollywood leefden veel mensen in een fantasiewereld die uiteindelijk aan hen begon te vreten. Die schijn eiste zijn tol. Je moet op alles letten, de leugens overeind houden, tot het niet meer lukt. Vandaar al die psychische problemen, de verslavingen en uiteindelijk ook de zelfmoorden. Je moet er de foto’s van die tijd eens op naslaan. Het lijkt wel alsof iedereen hele dagen naar muziek luisterde en boeken zat te lezen. De realiteit was wel even anders.”

Eleanor is een scriptschrijfster, sowieso een precair bestaan in die tijd?

“In 1941, toen Preston Sturges de allereerste Oscar voor Best Original Screenplay kreeg, waren de schrijvers de machtigste mensen van de hele filmindustrie. In 1936 werd echter de Directors Guild of America opgericht en die trok geleidelijk aan steeds meer macht naar zich toe. Regisseurs veranderden de regels, werden de heersers en dat is nog steeds zo.”

“De schrijvers verzetten zich tegen de willekeur van de regisseurs door zich te verenigen in vakbonden en van tijd tot tijd het werk neer te leggen. Maar hun macht wordt steeds geringer. Ik heb heel wat screenwriters onder mijn vrienden en hun verhalen zijn hallucinant. Ze worden gevraagd om aan een film te werken, steken daar heel veel tijd in, leveren hun tekst in en worden van de ene dag op de andere ontslagen, gewoon omdat de regisseur hun werk niet goed vindt. Soms worden er tot zes schrijvers op eenzelfde project gezet en weten ze dat slechts een het zal halen. Maar wat er met zijn script zal gebeuren is lang niet zeker. Dat mag zonder vragen veranderd worden.” 

Je hebt toch ook zelf nog in de film gewerkt?

“Ja, ik heb meegewerkt aan een paar films en tv-reeksen. William Goldman schreef het filmscript gebaseerd op mijn eerste roman Absolute Power. Hij had eerder Oscars gewonnen voor de scripts van Butch Cassidy and the Sundance Kid en All the President’s Men. Van hem heb ik veel geleerd. Ook over de werkcondities in de film trouwens, want zelfs hij leefde onophoudelijk in onzekerheid. Vandaag kon hij op een project zitten en morgen niet meer, naar gelang de muts stond van de filmstudio of de regisseur.”

Op de achtergrond van je roman speelt ook het mccarthyisme een rol. Een dergelijke heksenjacht op alles wat links was, is vandaag toch ondenkbaar?

“Het was inderdaad een verschrikkelijke tijd. De carrière van duizenden mensen werd erdoor getorpedeerd. Velen verloren alles, sommigen zelfs hun leven. Acteurs en scriptschrijvers zagen zich gedwongen het land te verlaten om niet gearresteerd te worden, en dat allemaal omdat ze ervan verdacht werden communisten te zijn. Mensen werden opgepakt louter op basis van hun ideeën, niet omdat ze iets misdaan hadden. En dat in een land dat zogezegd de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel voerde.”

“Voor mij houdt die periode een grote waarschuwing in: hoe vrij en open je ook moge denken dat je samenleving is, vergeet niet dat je altijd op de rand van de afgrond verkeert. De democratie is kwetsbaar. Hoe snel het kan gaan hebben we onder Trump gezien. Het mccarthyisme was natuurlijk nog veel erger, maar gelukkig hadden we toen mensen die de man en zijn heksenjacht uiteindelijk neerhaalden.”

“Vandaag zie ik dat niet gebeuren. De ideologische tweespalt wordt alsmaar erger. Er woedt momenteel een grote controverse over schoolboeken in de VS. Steeds meer staten willen geen boeken waarin sprake is van transgenders of homorechten. Kinderen moeten van dergelijke inhumane praktijken bespaard blijven is het idee.”

“Over racisme mag er ook niet gesproken worden, want mensen gaan zich daar slecht door voelen. En ik die dacht dat boeken net bedoeld waren om mensen zich ongemakkelijk te laten voelen, zodat ze over de wereld zouden gaan nadenken. Maar dat mag dus niet meer. Iedereen heeft wel iets wat hij zo belangrijk vindt dat het niet in vraag gesteld mag worden, waardoor er uiteindelijk nog weinig overblijft waar wel over gepraat mag worden. Een echte schande al dat woke gedoe, zegt de rechterzijde, die Elon Musk op het schild tilt omdat hij Twitter koopt en belooft het open te zullen stellen voor alle meningen. En wat is het eerste dat er getweet zal worden? Dat alle democraten pedofielen zijn. Ik geef het je op een blaadje. Voor die lui betekent vrijheid van meningsuiting de vrijheid om onzinnige leugens te verspreiden. Ik noem dat geen vrijheid van meningsuiting. Dat is is gewoon anarchie.” 

Maar waar trek je de grens?

“Dat is inderdaad moeilijk, maar toch moet je het doen, want anders hou je geen democratie meer over. Er bestaan nu eenmaal feiten. Niet alles is een opinie. Sociale media hebben een nefaste invloed op de Amerikaanse politiek. Niemand lijkt nog geïnteresseerd in de waarheid en de aanhang van de twee partijen groeit steeds verder uit elkaar. Het lijkt alleen nog te gaan over het hebben van het grootste aantal volgers.”

“Weet je wat ik zo verontrustend vind? Niet dat vorig jaar op 6 januari een aantal extreemrechtse lui het Capitool bestormden, maar wel dat 40 procent van de Amerikanen daar niets verkeerds in zag. Als de Democraten de volgende verkiezingen verliezen, gaan ze dan ook het Capitool bestormen? Gaan we voortaan zo aan politiek doen? Weet je wat er gebeurt wanneer je in een wereld terechtkomt waarin de waarheid geen rol meer speelt? Ik geloof dat George Orwell daar een goed boek over heeft geschreven.” 

Voor het eerst gepubliceerd in De Morgen