Vele talen in alles de liefde

Zondag, 19 juni, 2022

Geschreven door: Joep de Valk
Artikel door: Bert Altena

Liefdevolle aandacht voor het bijzondere van de ander

[Recensie] De Remonstranten vormen een kleine geloofsgemeenschap in ons land maar met wortels die diep in de vaderlandse geschiedenis reiken. In het heetst van de reformatiestrijd in Nederland vertegenwoordigden zij de ‘rekkelijke’ positie. Nog steeds is dit vrijzinnige genootschap wars van scherpslijperij. In de bundel, Vele talen, in alles de liefde, klinkt dat niet alleen in de titel door. Een titel die overigens ontleend is aan een bekende tekst van de apostel Paulus, uit het Hooglied van de liefde (I Kor. 13).

Het fraai uitgegeven boek bevat tien essays van theologen, werkzaam in verschillende sectoren van kerk, gevangenis en verpleeghuis en het is geschreven bij het jaarthema van de Remonstranten.
Zeker zo belangrijk is de vormgeving. Beeldend kunstenaars werkten aan de uitgave mee en zorgen voor een bijzondere typografische leeservaring.

De rode draad is de wens van de schrijvers en samensteller, om de lezer “mee te nemen op een ontdekkingstocht naar de liefde in de wereld om ons heen”, om “verwondering en nieuwsgierigheid op te wekken” en ons te oefenen “in gevoeligheid”, lezen we in het Woord vooraf.

Het resultaat mag er zijn. In alle diversiteit worden verschillende aspecten van de ‘taal’ verkend. Van de taal van de natuur (zeewieren), de taal van de stilte, tot de kracht van de eigen taal, als Nederlands je tweede taal is, omdat je in Duitsland bent geboren, of in Friesland, of als je doof bent en gebarentaal je eerste taal is. Ieder hoofdstuk vertrekt vanuit een heel eigen invalshoek. Dat zorgt voor een boeiend geheel, waarin voldoende ruimte is voor eigen associaties en gedachten.

Yoga Magazine

In ieder hoofdstuk gaat de schrijver bovendien in gesprek met een zelfgekozen partner om zijn of haar eigen vraag nog scherper in beeld te krijgen. Ook dat draagt bij aan de veelstemmigheid – de vele talen – die aan bod komen.

Het is daarmee een rijk boekje geworden, dat zich naar de aard van het thema en volgens de gekozen werkwijze, niet goed samen laat vatten. Of het moest zijn, dat in alle bijdragen de liefde, als zorgvuldige, tedere, liefdevolle aandacht voor het bijzondere van de ander en het andere, doorklinkt. De bijdrage van Koen Holtzapffel, in gesprek met Marcel Poorthuis, eindigt met de Toren van Babel, van de Antwerpse stadsdichter Maud Vanhauwaert, en vat het allemaal mooi samen wat mij betreft:

“Wij wonen in één stad maar meer nog
wonen wij in vele talen die langs en over
en in elkaar botsen en die klinken
met tongen die vreemd vallen

Wij wonen in één stad in vele talen
maar meer nog wonen wij allen
in ons eigen hoofd dat soms een stad vormt
op zich, met gedachten in al te korte

bochten, monumenten van herinneringen
en plekken waar je beter niet alleen komt
’s nachts. Wij dolen in deze ene stad in
onze eigen werelden rond en net daarom

misschien is het zo bijzonder als iemand
je plots aankijkt op een tram of op straat
en je door alle talen en hoofden heen
het gevoel hebt dat je elkaar naakt raakt”

Eerder verschenen op Bert Altena