Efter

Zondag, 28 augustus, 2016

Geschreven door: Hanna Bervoets
Artikel door: Suzan Voncken

Liefde is een vreemde ziekte

[Recensie] Waanzin. Een thema in de literatuur dat recent tijdens de Boekenweek van 2015 veel aandacht kreeg. En niet alleen toen. Waanzin is een thema dat redelijk dominant in de wereldliteratuur aanwezig is. Uit welke periode je ook romans leest, je komt altijd wel een boek tegen waarin waanzin een zekere relevantie heeft. Dit is te danken aan de veranderlijkheid van dit fenomeen. Voor elke tijd, elke cultuur en zelfs elke subcultuur zijn de opvattingen over psychische ziekten verschillend. Denk bijvoorbeeld eens aan hoe homoseksualiteit niet al te lang geleden ook in de Westerse wereld nog als een ziekte gezien werd. Maar ook al in vroegere tijden bestonden dit soort verschuivingen: iemand met een geestelijke beperking kon aan het begin van de middeleeuwen soms aan de bak als hofnar, terwijl deze mensen niet veel later werden uitgemaakt voor heksen, als vrienden van de duivel. Dan, vanaf medio 17e eeuw, komt wat de Franse filosoof Foucault beschrijft als de ‘Grote Opsluiting’, de periode waarin iedereen die ook maar een beetje ‘gek’ overkomt, in een instelling gestopt wordt.

Er zijn verschillende soorten romans over waanzin. Allereerst zijn er de romans met een personage met wat in die tijd als een ziekte werd beschouwd: The Curious Incident of the Dog in the Night-Time over Asperger, American Psycho over een psychopaat. Er zijn ook literaire werken waarvan de persoonlijkheid van de personages pas in een latere periode geassocieerd werd met psychische ziekten: Hamlet is depressief, Pippi Langkous heeft het Peter Pan-syndroom, en Holden Caulfield van The Catcher in the Rye zouden we tegenwoordig het stempel bipolair meegeven. Bij de derde stroming romans over waanzin zijn nog weinig voorbeelden te noemen, omdat Hanna Bervoets’ Efter er één van de eerste boeken van is. Het onderwerp is een fenomeen dat we nu als doodnormaal beschouwen, maar in de setting van het boek een psychische aandoening is.

Wat als, in de nabije toekomst, verliefdheid gezien wordt als een ziekte? Dat kinderen met symptomen worden opgenomen in inrichtingen en er met medicijnen getest wordt? Met dit idee experimenteert Efter. Bervoets beschrijft negen personages, die op verschillende manieren geraakt worden door de ontwikkelingen rondom verliefdheid – LAD (love addiction disorder) – en van wie de verhaallijnen elkaar doorkruisen. Het boek start met een blog van Laura Horst, een journaliste die aan het licht wil brengen wat er allemaal mis is met het medicijn Efter. Dit doet ze door slachtoffers te benoemen – mensen die zijn overleden aan de gevolgen van het medicijn. Zonder concrete, lugubere details te geven, word je als lezer meegetrokken in het fanatisme van Laura en wanneer ze dan een lijst noemt met namen en kort hun relaties omschrijft, wil je alleen maar weten hoe het verhaal zich verder zal gaan ontwikkelen.

Het tempo van Efter neemt na dit openingshoofdstuk gelijk af. De volgende bladzijdes introduceren allerlei nieuwe personages: Pete, de pr-man die Efter op de markt moet krijgen; zijn vrouw, die eigenaresse is van Jagthof, een instelling voor meiden met LAD; Robert, een vriend van Pete en een wetenschapper die door Laura beschuldigd wordt van het uitvoeren van experimenten rondom Efter, wiens schoonvader hoofd van de Europese Medicijnenautoriteit is; Meija, Roberts stiefdochter die naar de Jagthof gaat om van haar verliefdheid voor Sjoerd af te komen; Fajah, een outsider in Jagthof en Silver, de enige jongen in de instelling. Bervoets zet Iedereen duidelijk en compleet neer. Hierdoor zit er tijdelijk minder ontwikkeling in het plot, maar als gevolg worden alle onderlinge verbanden duidelijk, waardoor het lezen van deze roman bijna voelt als het oplossen van een puzzel. Wanneer er dan ook daadwerkelijk schot in het verhaal komt, zijn de personages zo complex en interessant, dat elke gebeurtenis wel een emotie triggert bij de lezer.

Boekenkrant

Efter biedt een vreemde balans tussen werkelijkheid en fictie. Uiteraard is het een fictieve roman, maar zoals met elke dystopie word je aan het denken gezet. Hoe ver weg is dit van de realiteit? Voor de mensen in de middeleeuwen was het ondenkbaar dat narren een paar honderd jaar later in een gesticht gestopt zouden worden. Bovendien zitten er in Efter realistische technologische ontwikkelingen, die ook bijdragen aan de geloofwaardigheid van het scenario in de roman. De technologie verschilt van de huidige technologie: er is een Seos, wat een soort nieuwe smartphone is, er is zoiets als Gazen wat verdacht veel lijkt op FaceTime en er zijn Meeks: een soort combinatie tussen blogs en Facebook. Vaak maken schrijvers van sciencefiction gebruik van toekomstdromen op het gebied van technologie die zo ver van de huidige ontwikkelingen staan, dat het bijna niet voor te stellen is. Maar de technieken gebruikt in Efter sluiten zo nauw aan op de realiteit, dat je gauw vergeet dat de wereld fictief is. Wanneer je daar dan aan herinnerd wordt, komen weer vragen naar boven zoals ‘wat als…?’

Op de laatste pagina schrijft Bervoets over de bronnen die zij raadpleegde tijdens het schrijven van deze roman. Het zijn allerlei onderzoeken naar hoe liefde in ons brein werkt, en dit zorgt voor een allerlaatste klap in het gezicht: het laat zien dat Efter nog dichter bij de werkelijkheid staat dan je tijdens het lezen al dacht.

Voor het eerste gepubliceerd op De Leesclub van Alles


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.