Brieven aan ‘t Hooge Nest

Woensdag, 4 mei, 2022

Geschreven door: Roxane van Iperen
Artikel door: Nico Voskamp

Corresponderen over het onzegbare

[Recensie] ‘t Hooge Nest, geschreven door jurist en schrijfster Roxane van Iperen, behoeft geen introductie meer. Het boek is een internationale bestseller, stond hoog in de New York Times top tien en behalve een enorm bereik van het indrukwekkende verhaal, leverde het de schrijfster ook een tsunami van brieven op van over de hele wereld. Zo veel brieven, dat ze besloot die te bundelen in dit boekje.

Het is “Een simpel streven zoveel mogelijk stemmen aan het woord te laten. Geen historici, onderzoekers of oorlogskenners, hoewel die niet zijn uitgesloten, maar willekeurige lezers die zich geroepen voelden hun persoonlijke ervaringen op te schrijven over gebeurtenissen nu of uit die tijd.”

Naast de bloemlezing aan brieven is opgenomen de 4-meilezing ‘Stemmen uit het diepe’, die van Iperen in 2021 uitsprak, de Cleveringalezing en een verslaglegging van de ontruiming van Het Apeldoornsche Bosch in 1943, een psychiatrische instelling.

Om met de laatste te beginnen: die ontruiming vindt, voor zover mogelijk, op nog mensonterender wijze plaats dan de gebruikelijke Jodentransporten naar de concentratiekampen. Deze instabiele patiënten worden naar buiten gejaagd, waar ze in de klaarstaande laadbakken van vrachtwagens worden geslagen en naar station Apeldoorn worden gereden. Een kolonne lege goederenwagons is vervolgens gevuld met opnieuw opgejaagde patiënten. De wagons worden letterlijk tot de nok volgestapeld, tot de soldaten er niets meer bijkrijgen, en ze de deuren dicht forceren. Ze sluiten de luchtkokers hermetisch van buitenaf. Wat vervolgens in de dagenlange reis naar Auschwitz-Birkenau met de slachtoffers gebeurt, gaat het normale menselijke voorstellingsvermogen te boven. Wat er nog aan overlevenden rest, wordt bij aankomst vergast en verbrand. Of rechtstreeks in een kuil gestort en verbrand, als we de versie van Dr. Lou de Jong volgen.

Boekenkrant

Geen fijne kost, nee. Ook dit verhaal sluit aan in een lange rij beestachtige handelingen die de Duitsers jegens de Joden uitvoerden. De brieven van lezers van ’t Hooge Nest dragen allemaal de sporen van dat besef, uit welke uithoek van de wereld ze ook komen:

“Maar nu, door het boek, heb ik Janny en Lien Brilleslijper echt leren kennen… Ik was met hen in Amsterdam, in Bergen aan Zee, in Westerbork, opgepropt in de stinkende trein en aankomst in Auschwitz … toch was er hier en daar een sterretje hoop te midden van de hopeloosheid, daar was liefde, daar was steun, daar was kracht … Dit verhaal moet levend blijven. De geschiedenis herhaalt. Ik woon al meer dan zestig jaar in de Verenigde Staten.”

“Vreemd genoeg heeft het mij nooit wezenlijk geraakt. Nu bij het lezen van dit boek zijn er bij mij voor het eerst na 75 jaar veel emoties losgekomen en moest ik regelmatig huilen. Dat is wat ik graag wilde vertellen. Ik ben daar dankbaar voor.”

“Regelmatig heb ik mezelf afgevraagd hoe moedig ik toen geweest zou zijn…”

Deze laatste vraag raakt de kern van Van Iperens overtuiging, en van haar drive om deze verhalen zichtbaar te maken. Het gaat erom jezelf trouw te blijven. Ze sprak in 2019 de Cleveringarede uit; ook opgenomen in dit boek.

Hoogleraar Rudolph Pabus Cleveringa had de moed om op dinsdag 26 november 1940 in het Groot-Auditorium van het Academiegebouw van de Universiteit Leiden een protestrede uit te spreken tegen de Duitse maatregel zijn joodse collega’s van de waarneming van hun functie te ontheffen. Het was een drieste beslissing, maar hij moest het doen. Hij kon zichzelf niet ontrouw zijn.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles

Ook verschenen op Nico’s recensies en Tiktok