Applaus voor mijn vinger

Dinsdag, 28 juni, 2022

Geschreven door: Erik van Os
Artikel door: Jan Stoel

Erik van Os laat de taal zingen

[Recensie] Erik van Os (1963) is inmiddels een gerenommeerd dichter. Hij schreef onder meer liedjes voor Sesamstraat en publiceerde zo’n 200 kinderboeken, vaak samen met zijn echtgenote Elle van Lieshout. Onlangs kreeg de verzamelbundel Tintelvlinders en Pantoffelhelden de Bronzen Griffel 2022 voor poëzie. In deze bundel staat nieuw werk van Hans & Monique Hagen, Simon van der Geest, Joke van Leeuwen, Pim Lammers en Bette Westera én van Erik van Os & Elle van Lieshout. In 2019 verraste Van Os met de bundel Had ik maar leuke kinderen, gedichten voor volwassenen. En onlangs verscheen Applaus voor mijn vinger, een beauty van een uitgave, waarin tekst en illustraties (van Jan Jutte; drievoudig Gouden Penseelwinnaar) elkaar versterken, maar zeker ook verdieping aanbrengen. De vormgeving van het boek is fijnzinnig.

Het lijkt een bundel voor jongeren, heerlijk herkenbare poëzie met een lichte toon, onverwachte wendingen en vol humor. Van Os kijkt als het ware door de ogen van jongeren naar de wereld: hoe ze hun ouders zien, naar dat vervelende zusje kijken, verdriet hebben als maar liefst drie konijnen sterven, de literatuurlijst op school hen afschrikt, ze twijfelen over zichzelf en de toekomst, verliefd zijn om maar een paar thema’s te noemen. Zo herkenbaar en met zo’n geweldig gevoel voor taal geschreven, dat jongeren wel enthousiast moeten worden voor poëzie. Ik vind de bundel ook geschikt voor volwassenen. Zij krijgen zicht op wat bij jongeren speelt, maar ongetwijfeld herkennen ze er hun eigen jeugd in.

Spotlights
Van Os knipt als het ware het licht aan met deze bundel, zet iedere keer een spotlight op een onderwerp: Daarom heet de bundel niet voor niets Applaus voor mijn vinger (en kijk goed naar de cover). Want:
“Mijn vinger verslaat de nacht / licht raakt hij een knop / het donker dondert / onmiddellijk / op”

Veel gedichten staan dicht bij het gezin waar jongeren deel van uitmaken. “Dagelijks slikt mijn moeder een overdosis / dochter […] Dochters doen moeder / nou eenmaal dunnetjes over. Jij bent haar/ drukte van belang.” En daarnaast een grafisch vormgegeven hoofd van een moeder die haar dochter verzwelgt. Gruwelijk, humoristisch, maar ook teder en vol respect en warmte. Je vindt het allemaal in dit negenregelige gedicht. Jongeren willen wel stoer zijn, maar als ze een splinter in de vinger hebben ziet de wereld er heel anders uit als “De wijde omgeving van de splinter / in mijn vinger schreeuwt om hulp”. Moeder is dan dichtbij en vraagt, multitaskend, ondertussen wat aan vader voor de verjaardag gegeven kan worden. Da’s een brug te ver: “Ik kan maar één ding tegelijk: een splinter overleven.” Kinderen/jongeren krijgen een knoop in de maag als het tussen ouders niet goed gaat. Ze zijn immers loyaal aan beide ouders. En we gaan nog niet naar huis is een metafoor voor zo’n vervelende situatie, waarbij het gezin (let op de tekening twee kinderen, ver uit elkaar op de achterbank van de auto, een boos kijkende moeder met de armen over elkaar en een vader die woedend is) terug van vakantie komt. Zinnen als “Elk huwelijk van mijn vader met / een file houdt nooit langer stand / dan anderhalf uur” en “Mijn vader wilde weer scheiden door een afslag te nemen. Hij vindt “altijd nieuwe wegen voor precies / dezelfde problemen” gaan verder dan het normale fileleed. Je kunt het letterlijk nemen, maar je kunt ook de diepte in gaan en dan gaat het gedicht ineens heel ergens anders over. Subtiel geformuleerd, nooit belerend, altijd ruimte gevend: typisch Erik van Os.

Sociologie Magazine

Beeld en tekst
Wat Jan Jutte doet met de teksten is fenomenaal. Een gedicht als Fiftyfity. “Veel mensen hebben weinig geld. Weinig mensen hebben veel geld. / Wat is het toch mooi / verdeeld in de wereld” gaat vergezeld van een tekening waarbij een welgesteld man met een glas in de hand, staand in het water, leunt op een tafeltje dat door een ober omhoog gehouden wordt. Een dienstertje komt met een gevulde fles aangelopen. De welgestelde is groot afgebeeld, ober en dienstertje klein. De man staat lekker tot zijn heupen in het water. De andere twee figuren kunnen net het hoofd boven water houden, maar moeten wel dienstbaar zijn. Er gaat een hele wereld schuil achter deze vier regels en deze tekening. Een hoogtepunt is het gedicht Schaapjes die keurig achter elkaar marcheren. Het is in een gedicht dat een crescendo vormt: van schaapjes op de hei, lekker vrij, tot schaapjes in de klas en op kantoor – al wat minder vrij – tot schaapjes met een geweer en een gordel om: “bom, bom, bom, bom, bom, bom. / Nergens schaapjes meer.” Een tekening in donkere tinten met daarover heen een uitspattende bloedvlek. Zo wordt een gedicht/tekening confronterend, krijgt het een enorme zeggingskracht. Zo weet Van Os een heel natuurlijke wijze maatschappelijke zaken te benoemen.

De taal zingt
De bundel is rijk aan woordspelingen, mooie enjambementen, Van Os schrijft in een heerlijk natuurlijk ritme alsof het vanzelf uit zijn pen vloeit (niks is natuurlijk minder waar). Herhalingen zorgen voor een mooie opbouw van de gedachten en zorgen voor een mooi einde. Altijd heeft een gedicht in de laatste strofe, de laatste regel(s) een verrassing in petto waardoor alles op zijn plek valt. Erik van Os laat de taal zingen. Een aantal gedichten is op muziek gezet en te vinden op Spotify. Muziek geeft weer een andere dimensie aan de teksten. Soms vereist poëzie ook even stilte om een tekst op je in te laten werken. “De mist hangt grijze slingers op / en de lente is een toekomstwoord / waar niemand ooit van heeft gehoord / of maar van dromen kan.”(Uit: De herfst plukt de dag). Pure poëzie. Daar word je stil van.

Altijd is er die relativerende humor, een kenmerk van de poëzie van Van Os, zoals in Altijd Bereikbaar:
“Mobieltje in haar achterzak. / Mijn zus kan weer gaan winkelen. / En als haar vriendje opbelt / begint haar kont te rinkelen.”

Hoezo poëzie voor jongeren? Hoezo poëzie voor volwassenen? Dit is volwassen poëzie voor iedereen. Lees, lach, schrik, pink een traantje weg, overdenk en geniet. Dit is een sprankelend feest van taal en beeld.



Voor het eerst gepubliceerd op Bazarow