De droomfabriek

Dinsdag, 6 december, 2022

Geschreven door: Gerwin van der Werf
Artikel door: Nico Voskamp

Waar is Bint als je hem nodig hebt?

[Recensie] Even de titel van deze recensie verklaren voor jeugdige lezertjes: Bint is een boek uit 1934 van F. Bordewijk. Daarin komt een nieuwe leraar, de Bree, op school om een leraar te vervangen die is weggepest. Hij moet les gaan geven in klas 4D, ook wel ‘de hel’ genoemd. Bint is de directeur: “de man met de stalen tucht”.

Da’s toevallig. In De droomfabriek komt een nieuwe wiskundelerares les geven op een school in een achterstandswijk. Ook zij krijgt een klas toebedeeld die je een hel kan noemen. Maar daarna gaan beide boeken hun eigen weg, in hun eigen stijl, gelukkig, dus vergeet leraar de Bree, denk nu alleen aan lerares Josie Cruqius.

Josie begeeft zich voor het eerst in de dynamiek van een school. Die vuurdoop heeft alles wat een verhaal goed kan maken: doorzettingsvermogen, angst, glorie, ondergang. De schrijver hoeft alleen nog maar alle woorden in de goede volgorde te zetten. Dat doet Gerwin van der Werf. Hij haalt met gemak alle positieve superlatieven. Meer dan dat: dit is een meeslepend boek, een pageturner die heerlijk wegleest.

Oksels
Natuurlijk worden Josie’s vochtige oksels stante pede geroken (figuurlijk) door klas 3A, waar ze voor gezet wordt. Alle doemscenario’s in haar hoofd worden overtroffen. De klas is een ratjetoe van rebellerende, duwende, trekkende, schreeuwende, mobielbekijkende, onverschillige, nongemotiveerde jongeren.

Technisch Weekblad

Van der Werf treft die chaos levendig, net als de wanhoop van Josie. Ze merkt dat ze geen vat krijgt op de pubers. Ze lachen haar pogingen tot orde weg. Na de les besluit ze nijdig, als actiepunt voor de volgende keer, dat in elk geval de mobieltjes de klas uit moeten. Die hadden de leerlingen moeten inleveren, maar dat negeerden ze massaal. Dus staat Josie de volgende les klaar bij de telefoonkluis:

“Showtime. Again.
Roy Beentjes: ‘Hey, mevrouw Kruk is er weer!’
Amir El Karkouki: ‘Hallo mevrouw Kruu-kie-juss.’
Een jongen: ‘Waarom bent u niet ziek?’
Een meisje: ‘Of overspannen?’
Hanna Schot: ‘Ik ben m’n telefoon in het andere lokaal vergeten, mag ik ‘m halen?’
Jill van Dorp: ‘Gaan we weer vouwen?’
Ali Roos: ‘Mag ik nog even m’n moeder appen?’
Hanna: ‘Mag ik ‘m nou halen mevrouw?’
‘Na de les haal je ‘m maar op.’
‘Dan jatten ze ‘m, die kankerhomo’s uit 3B.’
‘Hanna!’

Ze wilde zeggen dat ‘homo’ niet acceptabel was en dat haar oma aan kanker was overleden, maar ze wilde zichzelf ook niet te kwetsbaar maken. Negeren was altijd een optie.”

In dit citaat komt heel de ellende van een slechte dag op school samen. De chaos, nietsontziende opmerkingen van pubers, diep kwetsende uitdrukkingen geroepen door kinderen die dat niet eens beseffen. De tol van werken in de droomfabriek.

Een zijspoor dat een hoofdweg wordt in het verhaal is Carmen, een leerling met zestigduizend volgers op Insta. In die volgers heeft ze heel veel interesse, in school nul. Josie vat het als een persoonlijke uitdaging op om dit meisje toch met redelijke cijfers de school door te loodsen. Eerst zonder succes. Maar als Carmen later zelf om bijles vraagt, lijkt het tij te keren. Alleen op een manier die Josie nooit kon bevroeden.

Ook verschenen op Nico’s recensies

Boeken van deze Auteur: