De Dikke Daniëls

Dinsdag, 11 oktober, 2022

Geschreven door: Wim Daniëls
Artikel door: Marianne Janssen

Het verhaal van onze taal

[Recensie] Buitelingen om het woord. Ditjes en datjes, weetjes en wetjes, het zijn allemaal tjes-woorden. En daarmee zouden ze een plaats kunnen krijgen in het hoofdstuk Blondjes, kroontjespen en stijvenekvoetbal. De taalvirtuoos en -schrijver Wim Daniëls vertelt daarin dat hij als kind speldjes en postzegels verzamelde, later ook suikerzakjes en sigarenbandjes. Buiten de postzegels tjes-woorden. Toen hij wat ouder werd en die interesses ontgroeide, bleef het verzamelen hem in het bloed zitten. Hij stortte zich op woorden. Bijzondere worden. Woorden die alleen in de verkleinvorm voorkomen, die op -kie eindigen, die gesplitst veranderen van betekenis of door een extra letter krankzinnig worden. Woorden waar iets mee ís en woorden waar iets mee wás. Woorden waarmee je kunt spelen en woorden die je kunt kietelen. Je kunt het zo gek niet bedenken wat je met woorden allemaal kán en dan kom je er nóg niet op, want Wim Daniëls die al bijna zijn hele leven taal als dagelijks eten en drinken tot zich neemt en de meester van de taal is, komt nog steeds nieuwe dingen tegen. En met die nieuwe dingen verzint hij dan weer taalspelletjes, zoals het theespel of het tongbreker-spel. Heerlijk voor basisscholieren die je al jong moet opvoeden met heel veel plezier in taal. Als ze op het vervolgonderwijs zitten, kan een inventieve docent vreemde talen met taalspelen doorgaan, doe maar, daag ze maar uit zoals ook Wim Daniëls doet. De Dikke Daniëls is een prachtig voorbeeld.

Aanstekelijk geschreven
In dit boek schrijft Daniëls ontzettend aanstekelijk over zijn grote bron van plezier, de taal. Hij duikt in het verleden van de taal, reist dorpen, steden en hun dialecten langs, analyseert woorden van velerlei soort en laat zijn lezers op humoristische wijze meegenieten van alles wat hij ontdekt. Zo vond ik het kostelijk om dankzij Daniëls te ontdekken dat ‘smid’ – ook mijn opa was smid bedacht ik trots – sinds de bronstijd al een belangrijk beroep was. Niet alleen omdat zij paarden besloegen, maar vooral omdat zij karrenwielen repareerden, houten karrewielen waaromheen de smid dan een ijzeren band aanlegde. De uitvinders van de fiets waren trouwens ook smid. Ik kan Daniëls ode aan de smid moeilijk gaan citeren, maar ik wil wel even refereren aan zijn speurwerk naar achternamen die smeden vaak droegen. Smit en Smid natuurlijk, maar ook Smits, Smeets, De Smet, Smetsers, Tersmette en Hoefnagels. Duiken we even onze buurlanden in dan vinden we daar Lefèbre, Schmidt, Smith, Smed, Kowalski, Seppä, McGowan… het is een keuze, dat zei ik al. En ik maar denken dat Jansen veel voorkwam.

Klimaatwoorden
Nog zo’n rij woorden vindt de lezer in het hoofdstuk Klimaatgekkie. Daniëls constateert uit  de opeenvolgende uitgaven van Van Dale dat het klimaat pas in 2007 echt belangrijk geworden is. In het woordenboek staan 144 samenstellingen als trefwoord die beginnen met het woord ‘klimaat’. Je zou er compleet klimaatgestoord van worden, maar dat zijn veel mensen al.

Wim Daniëls (1954) is taalkundige, schrijver en theatermaker. Hij studeerde Nederlands en Duits en daarna ook Kunstgeschiedenis en Dialectkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Sinds zijn veertigste is hij docent-af en wijdt zich op allerlei fronten aan zijn grote liefde de Taal. Hij heeft inmiddels honderdtwintig boeken op zijn naam staan die allemaal de onderbelichte en overgewaardeerde aspecten van de taal behandelen.

Boekenkrant

Overzichtswerk
De Dikke Daniëls is een overzichtswerk, maar dient beslist niet als afsluiting van Daniels’ carrière als taal-uitspitter. Ieder hoofdstuk biedt verrassingen, malle inzichten, nieuwe woorden. Sla het boek in het wilde weg open, lees, en jawel ook daar is het weer raak! Wist u bijvoorbeeld dat ons ouderwetse duppie ooit een kostbaar pie-familielid had in de vorm van het filippie? Het muntstuk – genoemd naar Filips II van Spanje – was tien gulden waard. In hetzelfde hoofdstuk trekt Daniëls andere pie-woorden uit de klei, zoals moppie, pappie, flappie en snappie en niet te vergeten ‘wappie’. Waarom pak ik dit eruit? Het is zo’n wildeweg-voorbeeld, daarom.

Wie De Dikke Daniëls eenmaal in handen heeft blíjft lezen en spitten en zich verbazen.
Het is kortom een verrukkelijk boek, dat de lezer plezier biedt. Beter kan je het niet krijgen!



Eerder verschenen op Leeskost