Voor 23:00 besteld, overmorgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De gelukzalige jaren van tucht

Auteur(s): Fleur Jaeggy
Taal: Nederlands
0.225/5
2 recensies
De gelukzalige jaren van tucht
De gelukzalige jaren van tucht
De gelukzalige jaren van tucht

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Marnix Verplancke
5/5

Verloren in een idylle

Fleur Jaeggy (°1940) is een Italiaanstalige Zwitserse die na haar studies naar Rome trok en er opging in de kring literaire expats waartoe ook Ingeborg Bachmann en Thomas Bernhard behoorden. Uiteindelijk belandde ze in Milaan, waar ze trouwde met de recent overleden Roberto Calasso, door zowel vriend als vijand een literair instituut op zichzelf genoemd.

[Recensie] Niets zo vluchtig en illusoir als geluk, toont Fleur Jaeggy. Wanneer je denkt dat het eindelijk zal komen, blijkt het al lang voorbij te zijn.

“In Appenzell ontkom je niet aan wandelen. Als je de kleine witomlijste ramen bekijkt en de nijvere, stralende bloemen op de vensterbanken, ontwaar je een tropische stilstand, een getemd woekeren, en krijg je het gevoel dat er zich binnenshuis koel-sombere en enigszins ziekelijke dingen afspelen.”

Ja, Appenzell, bekend van zijn kaas en zo ongeveer het laatste plekje in Europa waar vrouwen stemrecht kregen. Je gaat er niet naartoe om met een lading frisse ideeën terug huiswaarts te keren. Dat Fleur Jaeggy haar roman De gelukzalige jaren van tucht, oorspronkelijk verschenen in 1989, in Appenzell laat spelen schept dus verwachtingen.

In het boek denkt een anonieme vertelster terug aan haar kostschooljaren in het Bausler Instituut. Of eerder aan dat ene jaar niet lang na het einde van WO II dat haar leven zou veranderen, toen ze veertien was. Net zoals het hoofdpersonage uit Jaeggy’s een paar jaar geleden vertaalde en onder karrenvrachten lof bedolven SS Prolterka heeft het meisje een rijke, maar ook verwaarlozende achtergrond. Haar vader is constant op reis, van de ene hotelkamer naar de andere, en van haar moeder ontvangt ze af en toe een brief, uit Brazilië. Maar in feite geldt dat voor alle meisjes in het instituut. Hun ouders betere dingen te doen hebben dan hun kinderen opvoeden. Dat laten ze liever over aan mevrouw Hofstetter, de directrice, en haar ooit ambitieuze, maar inmiddels uitgerangeerde man die de meisjes in de kostschool verbitterd gadeslaat, omdat hun leven nog moet beginnen en het zijne in feite al lang voorbij is. Alleen voor het ziekelijke dochtertje van een Afrikaanse president voelt hij enige affectie.

Maar dan komt er een nieuw meisje, Frédérique, de dochter van een bankier uit Genève, waar de vertelster als een blok voor valt. Waarom weet ze in feite ook niet. Over frivoliteiten sprak ze nooit en op diepzinnige gedachten was ze ook niet te betrappen. Het leek wel alsof Frédérique nooit echt aanwezig was, en in haar afwezigheid ook ongenaakbaar. Ze minachtte niet alleen haar omgeving, maar ook het eten dat ze voorgezet kreeg en dat ze netjes maar ongeïnteresseerd opat. Ze hield van orde, terwijl de vertelster sympathiseerde met meisjes die van de hoogste verdieping van de kostschool naar beneden sprongen gewoon om iets onordelijks te doen. Tot een omhelzing kwam het nooit tussen de vertelster en Frédérique.

“Soms legde ze haar hand op mijn schouder en dat had eeuwig zo moeten duren, in de bossen, in de bergen, op de paden, une amitié amoureuse, zeggen de Fransen.”

Maar het blijft natuurlijk niet eeuwig duren. Eerst duikt de Belgische Micheline op, een tetterend leeghoofd dat zich aangetrokken voelt tot de vertelster, iedere dag nieuwe kleren draagt en niet beseft dat vrolijkheid na verloop van tijd een gruwel kan worden. Zij lokt de vertelster weg bij haar geliefde. Wanneer niet veel later de vader van Frédérique sterft en deze terugkeert naar huis, is de breuk compleet. Ze nemen afscheid op het perron en beseffen dat hun adieu voor altijd zal zijn.

Jaeggy beschrijft dit alles vanuit het heden. Getekend door afstandelijke melancholie kijkt ze terug naar die jaren van de tucht, zoals ze haar jeugd in de kostschool beschrijft. Het waren gesloten jaren, waarin wrok en liefdeloosheid regeerden, maar uiteindelijk waren het ook gelukkige jaren. Hoe het de vertelster zelf verder ging kom je niet echt te weten. We krijgen nog wel een paar van haar schoolgenoten te zien, ook Frédérique trouwens, die de vertelster op een avond ontmoet in een filmzaal, maar de magie is weg. Wat rest is een eindeloze herhaling van afstompende ervaringen. Baadde het Bausler Instituut in een koel-sombere en bijwijlen ziekelijke sfeer, dan ging het daarna alleen nog maar bergaf. We leven allemaal, zo zou je kunnen besluiten na het lezen van Jaeggy, in Appenzell.

Eerder verschenen in Knack

Recensie door: Nico Voskamp
4/5

Desperaat in een kille wereld

[Recensie] Ach wat aardig, een schoolmeisjesboek, kun je denken als je de eerste zin leest van De gelukzalige jaren van tucht:

“Op mijn veertiende zat ik op een kostschool in Appenzell.”

Dan lees je door en krijg je twee leverstoten, een linkse directe en een muilpeer.

“Een omgeving waar Robert Walser vaak had gewandeld toen hij in het gesticht verbleef, in Herisau, niet ver van ons internaat. Hij stierf in de sneeuw. Op foto’s zie je zijn voetsporen en zijn lichaam languit in de sneeuw. We kenden die schrijver niet. Zelfs onze lerares Duits kende hem niet. Het is echt zonde dat wij niet van het bestaan van Walser afwisten, we zouden een bloem voor hem hebben geplukt. Tenslotte was ook Kant ontroerd toen een onbekende vrouw hem, voor hij stierf, een roos aanbood. In Appenzell ontkom je niet aan wandelen.”

Hallo, je bent gearriveerd in de ijskoude wereld van Fleur Jaeggy. Ze zet met fluwelen handschoenen een buitengewoon akelige omgeving neer, waar de personages tegen wil en dank aan deelnemen. Zij (de hoofdpersoon) beschrijft haar leven in een kostschool. Dat zo’n leven niet prettig is, nemen we vanzelfsprekend aan. Dag en vooral nacht tussen volslagen vreemden doorbrengen, zonder privacy, maar met een overdaad aan regeltjes en verboden, dat is geen kattenpis. Jaeggy maakt die misère met gemak nog een paar graden onaangenamer.

Een fijn verblijf in het meisjesinternaat zit er niet in.Totdat er een nieuw meisje komt, Frederique. Onze hoofdpersoon valt voor haar en dat lijkt wederzijds, maar ook weer niet, ze trekken elkaar aan maar stoten elkaar ook weer af. Verwarrend? Ja, maar de verhouding gaat in de loop van het verhaal toch richting een soort van liefde. Een ingewikkelde liefde die binnenhuis opbloeit, aantrekt maar even zo gemakkelijk weer afstoot. Is er liefde in het spel? Of alleen manipulatie? Dat wordt niet duidelijk, ook omdat de strenge regelgeving in het pensionaat soepele contacten niet bevordert. De meisjes zuchten onder hun juk, samenvattend, en daar komt voorlopig geen (goed) einde aan.

Een barbaarse schrijfster, zo typeert Susan Sontag Jaeggy op de achterflap en daar is niets van gelogen. Constant op zoek naar de diepere, primitievere lagen van de menselijke psyche zet de schrijfster personen tegen elkaar op, laat ze verliefd worden, daarna tot op het bot beledigen. Of chanteren. Aan de andere zijde van het spectrum elkaar onverwacht weer beminnen. Of bewonderen. In goed gekozen, scherpe, meedogenloze zinnen neergezet.

Is dat leuk lezen? Nee natuurlijk, het gaat zelfs tegenstaan om al die manipulaties, dat desperate zoeken naar nooit komende verlichting, door te worstelen. Er rijst meer dan een vermoeden dat de schepper van het verhaal een ietwat eenzijdige kijk op het leven wil geven, en niet de vrolijkste. Maar een goed verhaal is het wel. De lezer beleeft de emoties, de tucht en ontucht, de toppen en dalen in het Zwitserse geestelijke landschap, van dichtbij mee. Het verhaal maakt boos, ontroert, lucht op, desillusioneert. Als je dat bij je lezers kunt aanboren, dan kun je schrijven.

Ook verschenen op Nico’s recensies en Tiktok

Samenvatting

In een hoog in de bergen gelegen Zwitsers meisjespensionaat, waar de dagen op exact dezelfde manier verstrijken, doet op een dag een nieuw meisje haar intree: ze is mooi, streng, perfect, ze lijkt alles al te hebben meegemaakt. Tussen deze Frédérique en de hoofdpersoon, die het verhaal van hun ‘amitié amoureuse’ jaren later met een mengeling van nostalgie en huiver te boek stelt, ontspint zich binnen de strenge muren van het internaat een verwarrende verbondenheid.

Deze ongrijpbare verhouding wordt in de buitenwereld nog problematischer wanneer zij elk op hun eigen manier ondervinden dat de tucht weliswaar uit hun leven is verdwenen, maar dat daardoor de eerder zo verafschuwde orde ook ontbreekt. De gelukzalige jaren van tucht is een intens verhaal over idylle en gevangenschap.

De Zwitsers-ltaliaanse schrijfster Fleur Jaeggy werd in Zürich geboren. In 2019 verschenen van haar in vertaling de verhalenbundel Ik ben de broer van XX en de roman SS Proleterka, die op de shortlist van de Europese Literatuurprijs stond. De gelukzalige jaren van tucht is haar bekendste roman die verscheen in 1989 en bekroond werd met de Premio Bagutta.

Toon meer Toon minder
€ 18,50

Verwachte leverdatum: donderdag 09 december


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789083174419
Verschijningsdatum
november 2021
Druk
1
Aantal pagina's
104 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Categorieën

Auteur
Uitgever
NBC - Uitgeverij Koppernik BV

Vertaald door
Annegret Böttner, Leontine Bijman

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden